KLEUR: VOER VOOR PSYCHOLOGEN? (2)

In mijn vorige blog schreef ik over de raakvlakken tussen taal en kleur en haalde ik onderzoek aan van Hill en Barton waaruit zou blijken dat rode sportkleding prestatieverhogend werkt.

Het tegendeel, namelijk dat rood juist prestatieverlagend werkt, werd weer door andere onderzoekers vastgesteld. Zij brachten aan het licht dat er twee nadelige effecten optraden bij het zien van rood. Ten eerste presteren we slechter op ‘cognitieve taken’ en ten tweede hebben we bij het zien van de kleur rood zelfs de neiging om complexe cognitieve taken te vermijden.

De onderzoekers gingen ook in op de resultaten van Hill en Barton: het zou daarbij niet zijn gegaan om vergroot zelfvertrouwen en dominantie van de spelers in rood, maar intimidatie door de rode kleding op de blauwe spelers.
Een kwestie van de kip of het ei?

Dressed for sex?

Maar niet alleen in de vechtsport of bij cognitieve taken heeft rood een betekenisvolle invloed, ook bij relaties en seks speelt het een niet te onderschatten rol. Althans, als we onderzoek van Andrew J. Elliot samen met Adam D. Pazda van de Universiteit van Rochester (NY) mogen geloven.

Het idee is dat in de apenwereld rood een signaal is van vrouwtjes dat zij seksueel ontvankelijk en vruchtbaar zijn: ‘Primatologists believe that this red ornamentation is a sexual signal designed to attract mates, and indeed male conspecifics respond to female red with increased masturbation and copulation attempts‘.

Ander onderzoek suggereert ‘that red is an aphrodisiac for men viewing women. Men viewing women on a red background or in red clothing (relative to other chromatic and achromatic backgrounds and clothing) find them more attractive and sexually desirable, intend to spend more money on them, and choose to sit closer to them’.

Elliot en Pazda verrichtten drie onderzoeken.

  1. Ten eerste vroegen zij vrouwen zich te presenteren op een fictieve datingsite. De vrouwen kregen de opdracht zich een voorstelling te maken hoe hun foto eruit zou zien. De ene groep was uit op een stabiele relatie met als einddoel een huwelijk en de andere groep had als doel ‘casual sex’ (zeg maar een ‘vrijblijvend, tijdelijk seksueel avontuurtje’).
  2. Het tweede onderzoek richtte zich op hoe vrouwen zich daadwerkelijk presenteerden op een populaire datingsite. Ook hierin waren twee groepen te onderscheiden; geïnteresseerd in casual sex en geïnteresseerd in de bovengenoemde serieuze relatie.
  3. Het derde onderzoek vergeleek twee websites: de ene website was ‘overtly dedicated to facilitating sexual encounters, one night stands, and swinging’, terwijl de andere website een duidelijke ‘marriage focus’ had.

Uit alle drie onderzoeken bleek dat er significant meer rood voorkwam in de keuze van kleding van de vrouwen die suggereerden te kiezen voor ‘casual sex’. Weliswaar was over het geheel genomen de meest gekozen kleur zwart (wat trouwens ook heel sexy kan zijn), maar het verschil in keuze voor zwart was tussen beide groepen niet erg groot. Dat gold ook voor blauw en groen (andere kleuren zijn niet onderzocht). De focus lag duidelijk op rood.

Waarnemen noch ‘showen’ van kleuren is vrijblijvend. Kleuren kunnen fungeren als symbolen; ze bepalen posities en drukken gevoelens uit. Daarbij wel de kanttekening dat betekenis en symboliek van kleuren vooral een culturele achtergrond heeft.

Dit alles neemt niet weg dat onderstaand schilderij van Tamara de Lempicka inderdaad een minder zwoele sfeer krijgt als we haar ‘pink tunic’ veranderen in aardappelzakbruin:

Tamara-De-Lempicka-Pink-Tunic

Tamara de Lempicka (1898 – 1980)
The pink tunic (1927)
Olieverf op doek (73 x 116 cm)
Particuliere collectie

Tamara-De-Lempicka-Pink-Tunic 2

 

Geplaatst in beeldende kunst, cultuur, kleur, lichaamstaal, onderzoek, psychologie | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

KLEUR: VOER VOOR PSYCHOLOGEN?

We lopen rood aan van woede; blauw of paars van benauwdheid en geel en groen van nijd. In dat laatste geval is het niet uitgesloten dat we een rood waas voor ogen krijgen. Na grote schrik trekken we soms wit weg en na een blauwtje te hebben gelopen vallen we in een zwart gat.

Kleur en taal

Er bestaan raakvlakken tussen woorden en kleuren. Als je erop let is taal doorspekt met kleurrijke begrippen. Deze kunnen gebaseerd zijn op overeenkomst in klank (blauw van de kou), ze hebben te maken met visuele overeenkomst (groengele gelaatskleur en ernstig ziek zijn) of gevoelswaarden (blue notes in de muziek en een melancholische stemming).

Soms berusten ze op cultuurhistorische associaties. Zo kent het Engels de uitdrukking ‘being born in purple’, wat zoveel betekent als van koninklijke afkomst zijn. In het Romeinse Rijk was het dragen van purperen kleding voorbehouden aan hogere standen. Julius Caesar was de eerste die zich als teken van zijn absolute macht in een volledig paarse (of purperen) toga kleedde.
Nero bepaalde 100 jaar later op straffe des doods zelfs dat alleen de keizer, senatoren en priesters de Tyrische kleur (zo genoemd naar de plaats in het tegenwoordige Libanon waar de paarse kleurstof werd gewonnen) mochten dragen.

Effect van kleur vrijblijvend?

Wat hieruit blijkt: kleuren zijn niet vrijblijvend.
Kleuren fungeren als symbolen en dienen om posities te bepalen of gevoelens uit te drukken. Dat roept de vraag op of kleuren ook een psychologische betekenis hebben.
En dat wordt al snel een hachelijk onderwerp. Bovendien heeft iedereen hier wel een oordeel over.

Praktisch: bij aanschaf van een overhemd met bijpassende stropdas; een verbouwing en de kleur van het interieur; de aankoop van een auto; het ontwerpen van een website of wat dan ook. Maar mensen willen ook heel graag dat kleuren iets doen, een diepere betekenis hebben en al dan niet verhulde boodschappen afgeven.

En zie: voor je er erg in hebt, gaan esoterie en transcendentie de boventoon voeren. Astrologie is er niets bij. Google wat rond en onder het zoekwoord ‘kleurenpsychologie’ kom je een overkill aan hits tegen. Er blijkt bijvoorbeeld veel interesse in de kleur van een auto en de psychologie van de bestuurder.
Lees even mee: ‘Bestuurders van een rode auto zijn ambitieus, impulsief, intens en energiek. Het zijn extraverte personen die zich graag profileren als leider van de groep. Ze houden van sportieve auto’s die onder alle omstandigheden feilloos functioneren’.

In een folder van een kleuradviesbureau valt te lezen: ‘Indien u rood draagt bent u eerder verwikkeld in een woordenwisseling. Rood daagt uit’.

Het is maar dat u het weet…
Iets verder heet het: ‘Rood moedigt een verlegen / onzeker persoon aan zich te uiten en brengt actie in uw leven. Rood verzacht stijve spieren en gewrichten en het werkt als versterkend middel voor iedereen die gemakkelijk verkouden wordt. Draag rode sokken indien u last heeft van koude voeten’.

247socks_sokken_happysocks_rood_gestreept_2

Kleur en psychologie: focus op rood

Vooral rood mag zich verheugen op veel aandacht. Ook nu nog. Rood is de kleur die het meest voorkomt in logo’s en nationale vlaggen. Het is de favoriete kleur van vrouwen (mannen prefereren blauw – met rood op de tweede plaats).

favoriet vrouw

favoriete kleur vrouw

favoriet man

favoriete kleur man

Meer info: http://home.kpn.nl/mibi88vd/onderzoeksgroep.html

Dominantie in rood

In 2005 verscheen een artikel in ‘Nature’ waarin de auteurs Hill en Barton de stelling poneerden dat rode sportkleding prestaties verhoogt. Tijdens de Olympische Spelen van 2004 volgden zij de verrichtingen van deelnemers aan vier vechtsporten (boksen, tae kwon do, Grieks-Romeins worstelen en worstelen vrije stijl).

De tegenstanders kregen willekeurig een rode of blauwe outfit (of lichaamsbescherming) toegewezen en Hill en Barton ontdekten dat de vechters in rood een significant groter aantal overwinningen behaalden. Dit resultaat deed zich voor gedurende alle rondes in iedere competitie en ging op in alle gewichtsklassen: in 19 van de 29 klassen kwamen meer rode winnaars voor, terwijl er in slechts zes klassen meer blauwe winnaars waren.

De rode vechter was vooral in het voordeel in partijen waarin sprake was van een relatief symmetrische krachtsverhouding. De auteurs concluderen: ‘wearing red presumably tips the balance between losing and winning only when other factors are fairly equal’.
Hill en Barton legden de link met de evolutionaire psychologie. De aanwezigheid van rood is bij een aantal dieren gecorreleerd met mannelijk dominantie en hogere testosteronniveaus. Bij mensen wordt kwaadheid en woede vaak geassocieerd met rood (doordat de huid meer doorbloed raakt) en verhoogde roodheid in agressieve confrontaties zou dus een (onbewust) teken kunnen zijn van relatieve dominantie.

worstelen

Rood en faalangst

In 2007 onderzochten Elliot, Maier, Moller, Friedman en Meinhardt het effect van kleur op prestaties. Zij ontdekten dat er twee nadelige effecten optraden bij het zien van rood. Ten eerste presteren we slechter op ‘cognitieve taken’ en ten tweede hebben we bij het zien van de kleur rood zelfs de neiging om complexe cognitieve taken te vermijden.
De reden: ‘red is associated with the danger of failure in achievement contexts and evokes avoidance motivation‘. We zouden rood namelijk vooral met gevaar en verboden associëren. Als voorbeeld noemen ze the repeated pairing of red with mistakes and failures that is encountered by most children in the educational system (e.g., incorrect answers marked with red ink) teaches them to associate red with failure in achievement contexts’.

De onderzoekers voerden verschillende experimenten uit. Zo moesten deelnemers een anagram oplossen of een cijferreeks oplossen. Ook kregen zij de keus tussen verschillende moeilijkheidsgraden. Bij deze tests gebruikten de onderzoekers verschillende kleuren (naast rood ging het om groen en zwart of wit). Het gebruik van de kleur varieerde: bij sommige experimenten ging het om de kleur van de omslag van de test en bij andere om de bladzijden waarop de testtaak stond vermeld.
Zij gingen ook in op de resultaten van Hill en Barton: het zou daarbij niet zijn gegaan om vergroot zelfvertrouwen en dominantie van de spelers in rood, maar intimidatie door de rode kleding op de blauwe spelers.
Een kwestie is van de kip of het ei?

Geplaatst in cultuur, emotie, geschiedenis, kleur, lichaamstaal, onderzoek, psychologie, taal | Tags: , , , , , , , , | 2 reacties

VINGERWIJZINGEN IN THEATRAAL LICHT

vingerwijzingen

Licht vormt een belangrijk, zeg maar gerust onontbeerlijk, element in de schilderkunst. Toch gingen schilders zich pas in de 16e eeuw, de periode die we barok noemen, zich intensief bezig gingen houden met de dramatische en expressieve kwaliteiten van licht.
De grote wegbereider was Carravagio.

Hij is niet voor niets de geschiedenis ingegaan als schilder van het clair-obscur, of chiaroscuro; het dramatische licht-donkercontrast, dat zijn figuren in theatrale lichtbundels laat opdoemen tegen een duistere achtergrond. Daarmee werd zijn naam synoniem met een school, namelijk die van het Caravaggisme.

1082px-Michelangelo_Caravaggio_040

Michelangelo Merisi da Carravagio (1571 – 1610)
De roeping van Matteüs (ca. 1600)
Olieverf op doek (322 x 340 cm)
Contarelli Chapel, San Luigi dei Francesi, Rome

‘De roeping van Matteüs’ uit 1660 mogen we met recht een klassiek voorbeeld noemen. We zien het donkere interieur van een kelder. Aan tafel zitten de belastinginner Levi (de latere apostel Matteüs) en vier van zijn assistenten de opbrengst van de dag te tellen. Rechts staan Christus (herkenbaar aan een halo rond zijn hoofd) en Petrus.

Opmerkelijk aan het schilderij is dat de bovenste helft van het doek vrijwel ‘leeg’ is. We zien een muur met een raam waarvan het glas waarschijnlijk jaren geleden voor het laatst in aanraking is geweest met een spons.
De onderste helft valt te verdelen in twee groepen: rechts de staande Christus en Petrus en links rond de tafel een aantal zittende figuren van wie er één Levi moet zijn. De laatste groep is, niet zonder symboliek, lager afgebeeld.
De scheidslijn tussen de twee groepen valt precies in het midden van het raam, waarin we – oh wonder – een kruis kunnen zien.

caravaggio 04

Christus wijst met zijn rechterhand. Die hand doet weer denken aan de vingerwijzing waarmee God Adam tot leven wekt in ‘De Schepping’ van Michelangelo in de Sixtijnse Kapel:

954px-Adam_na_restauratie

Algemeen wordt aangenomen dat de man met de baard en de barokke kleding Levi is, die daarna als de apostel Matteüs door het leven zal gaan. Je ziet hem als het ware zeggen: ‘Wie? Ik?’

caravaggio 05

Maar onlangs gebruikte ik dit schilderij tijdens een cursus over beeldtaal als voorbeeld om te laten zien hoe makers door beeldmanipulatie toeschouwers op een bepaalde manier naar hun werk laten kijken.
Tijdens mijn verhaal realiseerde ik me ineens dat er ook sprake kan zijn van een vingerwijzing in twee etappes. Daarbij fungeert de bebaarde man alleen maar als een tussenstop die doorverwijst naar de figuur uiterst links en hem de vraag ontlokt: ‘Wie? Hij?’

caravaggio 06

Is die interpretatie steekhoudender?
Feit is dat dit het zowel het fysieke als geestelijke contrast groter en dus indrukwekkender maakt. De bekering van de volkomen in het geld verdiepte, voorover gebogen figuur is dan dramaturgisch veel overtuigender staaltje van Christus.
Wordt Levi immers niet omschreven als een hebzuchtige, zelfs geldgeile en niets en niemand ontziende tollenaar annex belastinginner? Bovendien waren tollenaars alom gehaat, zeker door de Joden, die meer nog dan enig ander volk het Romeinse juk met tegenzin droegen en iedere aanraking met andere volken verachtten. Een tollenaar gold als ‘onrein’, omdat hij in dienst was van de heidense machthebbers.

De vraag is dan op wie van de twee hij zijn blik laat rusten.
Dat is lastig na te gaan op een tweedimensionaal beeld, maar misschien biedt het schuin invallende lichtvlak een aanwijzing. Volgen we de parallelle lijn iets lager vanuit de ogen van Christus, via de in het verlengde liggende wijzende hand, dan komen we uit bij de figuur aan het eind van de tafel; Levi.

caravaggio 07

Geplaatst in beeldende kunst, expressie, lichaamstaal, licht, vlakverdeling, waarneming | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

SCHILDERIJ vd MAAND 17/05

Onder de titel ‘Schilderij van de Maand‘ zal BEELDTAALBLOG maandelijks een schilderij in de etalage zetten en daarmee een virtuele galerie samenstellen. Het gaat daarbij soms om schilderijen die onder de radar van de ‘grote’ kunstgeschiedenis zijn gebleven; minder bekende meesterwerken die de moeite van het bekijken echter meer dan waard zijn.

In 1974 was ik toegelaten tot het eerste jaar van de Rotterdamse Academie van Beeldende Kunsten In de zomer van datzelfde jaar was in Museum Boijmans Van Beuningen de expositie ‘Kijken naar de werkelijkheid’ te zien. Dit was de eerste kennismaking met het Amerikaanse hyper- of fotorealisme. Onder de exposanten Richard Estes met Amerikaanse auto’s waarin de stedelijke omgeving in de glanzende lak weerspiegelde en Chuck Close met gigantische (zelf)portretten in zwart-wit.

Ruim vijftig jaar later zijn beide pioniers van de eerste generatie hyperealisten, samen met vertegenwoordigers van de tweede en derde generatie, te zien in de Rotterdamse Kunsthal).

Een feest der herkenning?
Wat Estes betreft wel, maar Chuck Close heeft in de loop van de tijd een opvallende ontwikkeling doorgemaakt, hoewel zijn onderwerpkeuze hetzelfde is gebeleven.
Het meeste werk van Close bestaat uit enorme portretten van familie en vrienden.
Die maakt hij op basis van foto’s. Een en dezelfde foto kan dienen voor meer dan 150 keer werken. Hij gebruikt zo vaak dezelfde foto’s, omdat hij juist in de vorm wil variëren.

De meeste hyperealisten van de eerste generatie projecteerden hun foto’s op het doek en om de basistekening op te zetten en die uit te werken met verf, penseel en/of verfspuit. Anderen maakten gebruik van een raster om hetzelfde te bereiken.
Bij Close is het gebruik van een raster een stijlkenmerk geworden.

Zijn eerste werken in hyperrealistische stijl laten dat nog niet zo duidelijk zien. Daar gaat het vooral om de zo fotorealistisch mogelijke weergave van het portret op een groot formaat:

chuck close zelfportret

Chuck Close (1940)
Big Self-Portrait (1967–1968)
acrylverf op canvas (273 x 212 cm)

Bij de voorbereiding blijkt hij echter wel al gebruik te maken van het raster:

chuck close zelfportret 2

Close verdeelt zijn werk in rasters, vaak regelmatig van vorm (vierkanten), maar soms in onregelmatige vlakken. Elk vakje van een raster krijgt dan een eigen kleur of kleurtoon. Van dichtbij bekeken vallen die rasters erg op en lijkt het werk samengesteld uit abstracte schilderijtjes, maar op grote afstand vallen de rasters weg en ogen de portretten realistisch, zij het niet noodzakelijk fotorealistisch.

We zien dit duidelijk in een tekening uit 1979:

chuck close zelfportret 3

Chuck Close (1940)
Self-Portrait (1979)
Contépotlood op papier (74.9 x 55.9 cm)

Opmerkelijk is dat Close leidt aan gezichtsblindheid. In de psychologie heet dit prosopagnosie en het houdt in dat hij niet in staat is gezichten te herkennen. Zelf zegt hij daarover:

“I was not conscious of making a decision to paint portraits because I have difficulty recognizing faces. That occurred to me twenty years after the fact when I looked at why I was still painting portraits, why that still had urgency for me. I began to realize that it has sustained me for so long because I have difficulty in recognizing faces.”

In 1988 raakte hij gedeeltelijk verlamd door een beroerte en diende hij zijn werkwijze drastisch aan te passen. Zo moet hij zijn penselen vastgespen aan zijn handen en maakt hij gebruik van een speciale ezel waarmee hij zijn (nog steeds gigantische) schilderijen kan roteren tijdens het werken.

chuck close werken

Eén ding is niet veranderd: Close maakt nog steeds portretten en zelfportretten:

chuck close zelfportret 4

Chuck Close (1940)
Self-Portrait (2000 – 2001)
Olieverf op doek (275.6 x 213.4 cm)

Van dichtbij ziet dat er dan zo uit:

chuck close detail

Voor meer werk van Close, kijk hier op zijn website.

Geplaatst in beeldende kunst, schilderij vd maand, waarneming | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

WAAROM HET LEVEN VAN LINKS NAAR RECHTS GAAT ALS JE OUDER WORDT

De ‘trap des levens’ of ook wel de ‘trap des ouderdoms’ genaamd, was een belangrijk vergankelijkheidssymbool uit de zestiende eeuw. Links begint de jeugd de trap te bestijgen en rechts daalt de ouderdom deze weer af, om uiteindelijk te eindigen in het graf.
Dat ziet er zo uit:trapdesouderdoms 3

Het begint natuurlijk met de geboorte en de jeugd:

trapdesouderdoms 4

Het hoogtepunt in het leven situeert de maker rond de 50 jaar, want op die leeftijd bevindt het echtpaar zich op de bovenste trede. Daarna gaat het rap bergaf, zowel letterlijk als figuurlijk. Uiteindelijk komt de dood, met zeis en al, op de alleszins respectabele leeftijd van 110 jaar!

trapdesouderdoms 2

Nu gaat het mij niet in eerste instantie om de gravure zelf, maar om het feit dat deze illustreert wat ik eerder al eens in een blog heb geschreven: wij ‘lezen’ een afbeelding van links naar rechts.
Dit hang naar alle waarschijnlijkheid samen met onze schrijfrichting: of het nu de tijdas is in een grafiek of de tijdbalk in een geschiedenisboek, chronologie gaat altijd van links naar rechts.

De psycholoog Douwe Draaisma haalt in zijn boek ‘Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt’ (Rainbow Paperbacks / 2001) onderzoek aan door de psycholoog E.L. Zwaan (Links en rechts in waarneming en beleving. Een experimenteel onderzoek naar de invloed van de schrijfrichting op de functies van links en rechts in de waarneming) uit 1965.
Deze heeft in Israël experimenten gedaan met proefpersonen die Hebreeuws als moedertaal hadden:

‘Zij legden een kaartje dat ”voorafgaand” voorstelde in meerderheid rechts van het kaartje met “later”. Bij hetzelfde experiment in Nederland legde nagenoeg iedereen “voorafgaand” links van “later”.’

Onnodig te zeggen dat men het Hebreeuws van rechts naar links schrijft.
Datzelfde geldt voor de Arabische talen. In de eerder aangehaalde blog noemde ik de Saoudische kunstenaar Ahmed Mater en dit werk:

5585680344_d1591ce619_z - kopie

Bron: https://www.flickr.com/photos/ahmedmater/5585680344/ 

Het is getiteld ‘Evolution of man’ en dateert uit 2010. Het achterliggende idee is dat oliehebzucht leidt tot zelfvernietiging van de mens. Hoewel ik het werk op verschillende websites op uiteenlopende wijzen zie afgebeeld, moet het bekeken worden van rechts naar links; de dominante tekstrichting in de Arabische wereld en derhalve de richting van de chronologie aldaar.

Geplaatst in beeldende kunst, cultuur, onderzoek, psychologie, spiegelbeeld, waarneming | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

POP-OUT-EFFECT

Een rondje is iets anders dan een vierkantje.
Dat geldt ook voor groen en oranje.
Nogal wiedes toch?
Inderdaad.

Als je nu een veld hebt met heel veel oranje vierkantjes en je doet daat een enkel groen rondje tussen, dan zal dat laatste meteen heel erg opvallen.
Dat ziet er dan bijvoorbeeld zo uit:

visueel zoeken 7

Niks aan zult u zeggen. En daarin heeft u helemaal gelijk.
In de waarnemingspsychologie heet dit het pop-out-effect.

Maar we gaan het iets ingewikkelder maken.
Naast heel veel oranje vierkantjes voegen we nu ook een
aantal groene vierkantjes en welgeteld één groen rondje toe.
Aan u de taak om het groene rondje er zo snel mogelijk tussen te vinden.

visueel zoeken 6

Een stuk moeilijker, zoals u kunt zien. We moeten nu niet alleen onderscheid maken tussen kleuren, maar ook tussen vormen (vierkantje of rondje) met dezelfde kleur.
En dat vergt meer zoekwerk.

Aanzienlijk meer zoekwerk, zoals blijkt uit dit grafiekje:

visueel zoeken 5

  • Feature search (feature = kenmerk) wil zeggen dat we zoeken naar een item (groene rondje) dat opvallende kenmerken heeft. Er zijn geen visuele afleiders, dus het item is zo gevonden. Het maakt ook niet uit of er 4, 16 of 64 andere items aanwezig zijn. Die zijn toch allemaal hetzelfde (oranje vierkantje) en afwijkend van wat we zoeken (groen rondje).
  • Conjunctive search (conjunctive = verbindend of samengaand) is een stuk lastiger. Het kost duidelijk meer tijd om het tussen oranje vierkantjes en groene vierkantjes te vinden. Als er sprake is van vier andere items én het groene rondje is aanwezig, dan verschilt het niet van de feature search, maar bij zestien items verdubbelt die zoektijd bijna.

Vooral als het groene rondje afwezig is, zoals blijkt.
Het is nu eenmaal lastiger zoeken naar iets wat er niet is, want dan kun je het niet vinden. Het maakt, als het gezochte item (groen rondje) aanwezig is, niet zoveel uit of er sprake is van zestien of vierenzestig afleidende (groene vierkantjes) items. Als het echter niet aanwezig is, kost het aanzienlijk meer tijd om de afwezigheid vast te stellen; er zijn teveel visuele afleiders en het gezochte item springt er niet uit.

Een aardig testje voor wie wil ervaren hoe visuele afleiders werken:
http://zap.psy.utwente.nl/zaps/zaps/zaps/visueelzoeken.res/frames.html

Geplaatst in kleur, onderzoek, psychologie, test, waarneming | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

GROOTTE IN CONTEXT

Hoe groot is een koe en wat heeft dat met optische illusies te maken?
Eerst het formaat van een koe.

koe 1

De koe op de foto hierboven is ongeveer 160 centimeter hoog en van kop tot kont zo’n beetje 2 tot 2,5 meter lang. Wat zal de afstand zijn tot de koe die rechts het beeld inwandelt? Zullen we zeggen ongeveer twee koeienlengtes?
Dus 4 à 5 meter.

Wat nu als we de koe uitknippen en naast de voorste zetten?

koe 2

De uitgeknipte koe tussen de twee andere, lijkt ineens tot dwergachtige proporties te verschrompelen. Dat niet alleen; zij lijkt zelfs kleiner dan haar origineel. Toch zijn ze even groot. Meet maar na.

Waarom valt dit nooit op?
Het antwoord: grootteconstantheid.
Het berust op het principe dat we de context waarin we iets zien, meenemen in onze waarneming. We compenseren automatisch het verschil in grootte omdat we weten dat de ‘kleine’ koe verder weg staat. Was dat niet het geval, dan zouden we de voorste koe misschien als een ander, veel groter, soort beschouwen dan de achterste.

Nu de Ebbinghaus-illusie:

Dit is een optische illusie die betrekking heeft op de waarneming van relatieve grootte. De context is alles. Deze illusie werd ontdekt door de Duitse psycholoog Hermann Ebbinghaus (1850-1909).
In dit filmpje zien we hier een mooie demonstratie van:

 

Wie na het zien van deze video nog steeds niet kan geloven dat de middelste cirkel even groot blijft, hierbij drie shots uit de video. De binnenste rode cirkel  is in het origineel overal 50 pixels:

 

Toegift: de Delboeuf-illusie

De Ebbinghaus-illusie is verwant aan een andere illusie, de Delboeuf-illusie, die een beroep lijkt te doen op dezelfde visuele processen:

delboeufillusion

De verklaring voor dit alles: we hebben helemaal niets aan informatie over de absolute grootte van voorwerpen, dieren en mensen op het netvlies. We moeten ze kunnen plaatsen in de context van de ruimte, want dan weten we waar ze zijn…

Geplaatst in diepte, visuele illusie, waarneming | Tags: , , , | Een reactie plaatsen