KLEURVERHALEN: HET PURPER VAN DE KEIZERS

tyrisch purper

Kleuren zijn nooit neutraal. We spreken bijvoorbeeld van warme en koude kleuren. Bovendien gebruiken mensen kleuren om macht uit te drukken, posities te bepalen en eer te betonen. Met bladgoud gaf men uitdrukking aan eerbied, aanbidding en goddelijkheid. Opdrachtgevers voor altaarstukken wilden in de middeleeuwen en renaissance met het gebruik van ultramarijn goede sier maken door hun godvruchtigheid en gulheid te etaleren. Ultramarijn was immers peperduur.
Om een variant op George Orwell te gebruiken: Alle kleuren zijn gelijk, maar sommige kleuren zijn meer gelijk dan andere.

Caesar en Cleopatra

Dit laat zich goed illustreren aan de hand van een kleur genaamd Tyrisch purper.
Om dit verhaal in perspectief te plaatsen, gaan we eerst terug naar het jaar 48 vóór Christus. Julius Caesar was in Egypte en beleefde zwoele nachten met de Egyptische vorstin Cleopatra. Negen maanden later resulteerde dit in de geboorte van een klein ventje die de naam Caesarion, ‘kleine Caesar’, kreeg.
De trotse vader ging terug naar Rome en introduceerde daar een nieuwe toga. De kleur was een intens purper, de lievelingskleur van zijn Egyptische geliefde; Tyrisch purper. Hij bepaalde voorts dat hij de enige was die deze kleur mocht dragen.

Zeeslakken

Tyrisch purper is het product van in de Middellandse Zee levende slakkensoorten. De kleur is genoemd naar de stad Tyrus, gelegen ten zuiden van Beiroet, in Libanon. Hier vond de verwerking plaats van de zeeslakken; een arbeidsintensief, smerig en verspillend werk. Slaven moesten iedere slak met de hand opvissen.
De kleurstof* komt uit een kliertje van de slak. De afgescheiden substantie is in eerste instantie vuilgeel, maar de stof kleurt door een proces van oxidatie — versneld door een enzymreactie onder invloed van zonlicht — binnen enkele minuten purper. Die kliertjes voegde men samen in een pot, mengde het met zout en dikte het in in urine. Dit mengsel gebruikte men om te verven.
Klassieke schrijvers noemden de stank die de in de open lucht door slaven continu bewaaierde rottende massa opleverde, als onbeschrijflijk. Vandaar dat de productie meestal ver van de bewoonde wereld plaatsvond. De restanten van de zeeslakken, hun schelpen en wat verder bij de productie kwam kijken, belandde op een hoop. De bergen schelpen zijn nu nog in het landschap langs de Middellandse Zee te zien.

1024px-Murex_sp

Bron: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Murex_sp.jpg

Voor het verkrijgen van één pond verfmassa moesten (meestal) slaven 30.000 purperslakken opduiken. Dat leverde al met al ongeveer vier gram zuivere kleurstof op. Geen wonder dat de geverfde stof ook tien tot twintig keer zo duur was als een hoeveelheid goud van hetzelfde gewicht. Al naar gelang het soort slak, varieerde de kleur. Het was ook mogelijk de kleurstoffen in mengingen te gebruiken.

670px-Purple_Purpur

Bron: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Purple_Purpur.jpg

Kleur en macht

De exorbitante prijzen voor het Tyrisch purper maakten het bij uitstek de kleur waarmee de machthebbers in Rome hun status door middel van hun toga tot uitdrukking konden brengen. Alleen burgers mochten de imponerende toga dragen. Deze bestond uit wol. Erg praktisch was dit kledingstuk overigens niet, maar de drager gaf ermee aan welke publieke functie hij (alleen mannen droegen een toga en alleen mannen hadden publieke functies – op publieke vrouwen na dan, maar dat is weer een heel ander verhaal) bekleedde en welke status daaraan gekoppeld was. De toga was meestal 3 meter lang. Men gooide de lap over de linker schouder en ging hem dan overplooien. De assistentie van een bekwame en snelle slaaf was daarbij onontbeerlijk.

Onder hun toga droegen de mannen een lendendoek met tunica (een hemd), in feite twee lappen stof met drie gaten, die ze ook als nachtkleding gebruikten. De tunica mocht niet te lang zijn, want dat stond ‘verwijfd’. Zij was meestal wit wolkleurig. Senatoren onderscheidden zich door een purperen boord. Bij ridders was dit een fijn paars bandje, en de keizers waren helemaal in het paars. Mannen uit de lagere klassen hadden een tunica en mantel van donkere kleur, vanwege de zeer hoge kostprijs voor het reinigen van stoffen.

306px-Pax_romana04

Bron: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Pax_romana04.jpg

De kleur van de keizer

Na Caesar associeerden de Romeinen de kleur al zo sterk met het keizerschap geassocieerd dat Keizer Nero op straffe des doods bepaalde dat enkel de keizer, senatoren en priesters de Tyrische kleur mochten dragen, een voorrecht dat door verschillende latere keizers bevestigden. Maar alleen de keizer mocht een volledig purperen mantel dragen.
Keizer Diocletianus (244 – 311) hanteerde een wat pragmatischer lijn: iedereen mocht de kleur dragen, zolang ze zich maar de exorbitante toeslagen konden veroorloven waarvan alle inkomsten regelrecht naar zichzelf en zijn hof vloeiden.

Na de val van het Romeinse Rijk in het westen, handhaafden de keizers van het Byzantijnse Rijk de regel dat alleen de keizer recht had op het dragen van de volledig purperen toga. Het mozaïek in de San Vitale in Ravenna van Keizer Justinianus I en keizerin Theodora laat dat zien. Het was in het Byzantijnse keizerrijk ook de gewoonte dat de keizerinnen bevielen in vertrekken met purperen wandbekleding om daarmee aan te geven dat de nakomelingen het recht hadden te regeren. Daar komt ook de Engelse uitdrukking ‘born in the purple’ vandaan.

Meister_von_San_Vitale_in_Ravenna_006 - Theodora

Keizerin Theodora: mozaïek in de San Vitale in Ravenna (It)

Spijkerbroeken

Gelukkig voor de zeeslakken viel het Byzantijnse Rijk in 1453. Dit zorgde ervoor dat ze niet volledig van de zeebodem verdwenen. Met het Byzantijnse Rijk verdween namelijk ook het geheim van de vervaardiging van Tyrische purper.

In 1909 maakte een onderzoeker een kleine hoeveelheid Tyrisch purper aan en dat was genoeg om de structuurformule van de stof te bepalen. Dat leverde een verrassing op: het bleek gewoon een indigomolecuul te zijn met daaraan twee broomatomen. In gewone mensentaal: de duurste keizerstoga’s uit het Romeinse Rijk bleken dus geverfd te zijn met een kleurstof die eigenlijk nauwelijks verschilt van onze tegenwoordige spijkerbroeken.

Purper herontdekt

Na het definitieve einde van het Romeinse Rijk, zou het tot 1856 duren voordat paars weer tot een ware rage zou uitgroeien. In dat jaar ontdekte de 18-jarige William Perkin bij toeval een synthetische kleurstof die hij aanvankelijk Tyrian purple noemde, maar later de naam Mauve gaf naar Kaasjeskruid (een plantje van het geslacht Malva, in het Frans ‘mauve‘).
De achttienjarige Perkin, een Engelse scheikundestudent, probeerde uit aniline (een restproduct uit teer) kunstmatige kinine (ter bestrijding van malaria) te maken. De proef mislukte en in plaats van kinine kreeg hij een zwart paarse smurrie. Hij ging experimenteren en ontdekte dat het goedje, opgelost in water een prachtige paarse kleurstof opleverde. Ook bemerkte hij dat dit buitengewoon goed aan textiel hechtte.
Daarmee had hij de eerste synthetische kleurstof ontwikkeld. Hij liet er vervolgens geen gras over groeien, bracht de kleurstof op de markt en bouwde fabrieken om meer van deze en soortgelijke stoffen te maken.

1984-1630_0001-801x1024

Mauve jurk uit de collectie van het Victoria en Albert Museum in Londen

In het Victoriaanse Engeland sloeg de nieuwe kleur aan. Mauve ontwikkelde zich tot een ware rage toen Koningin Victoria een gewaad in deze kleur droeg tijdens de trouwerij van haar dochter. De synthetische kleurstoffen veroverden de wereld en zo ontstond de kleurrijke samenleving die we nu kennen.
Perkin vergaarde ondertussen een behoorlijk fortuin. Na zijn ontdekking van mauve, scoorde hij een volgende mega-kleurstof met het synthetische alizarine rood dat een betrouwbaardere (en goedkopere) vervanging bleek van het karmijn dat gewonnen werd uit schildluizen.

* We onderscheiden kleurstoffen voor het verven van textiel en pigmenten die we gebruiken in verf. Kleurstoffen zijn meest van plantaardige of dierlijke oorsprong. Bij de productie lost men de kleurstof op in water, zoals suiker in thee. De vloeistof wordt gebruikt om textiel te verven. Pigmenten zijn vaste stoffen op basis van bijvoorbeeld metalen of mineralen. Door dit te malen ontstaat een fijn poeder. Door dit toe te voegen aan een bindmiddel (lijnolie, Arabische gom, kunsthars) ontstaat verf. Verf ligt altijd óp de behandelde ondergrond; kleurstoffen hechten zich juist aan de vezel van textiel of (in geval van inkt) papier.

Meer kleurverhalen:

stil-de-grain-yellow 2 schiet- of schijtgeel
mummy brown-klein mummiebruin
goud klein goud
ultramarijn klein ultramarijn
schweinfurter grun klein schweinfurter groen
karmijn - klein karmijn
vermiljoen - klein vermiljoen

Dit bericht werd geplaatst in beeldende kunst, cultuur, geschiedenis, kleur, kleurverhaal en getagged met , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s