KLEURVERHALEN: PRACHTROOD MET ZWAVEL EN KWIK

vermiljoen

In 1909 dachten archeologen dat ze alle geheimen van Pompeji hadden ontsluierd, maar in april van dat jaar ontdekten ze onder meters as een luxueuze villa met grote ramen, uitkijkend over zee. En er was meer dan dat: de archeologen ontdekten prachtige fresco’s waarvan aannamen dat ze uit de eerste eeuw stamden. Deze muurschilderingen waren uitstekend geconserveerd, schitterend uitgewerkt en qua thematiek zo ondoorgrondelijk dat ze de villa de naam Villa dei Misteri (Villa der Mysterieën) gaven.

Roman_fresco_Villa_dei_Misteri_Pompeii_001

Waarschijnlijk ging het om de uitbeelding van een mysteriecultus rond de god Bacchus. We zien expressieve afbeeldingen van mensen die geschilderd zijn tegen een intens rode achtergrond. Dit rood is vermiljoen, het meest begeerde pigment in die tijd. En wat de makers ook beoogden, het extravagante gebruik van vermiljoen, maakt duidelijk dat de schilderingen vooral ten doel hadden om indruk te maken.

De Romeinen hadden een grote voorliefde voor vermiljoen en verwerkten het zelfs in lippenstift. Dat zal de gezondheid van de dames overigens niet echt ten goede zijn gekomen, aangezien het bestaat uit een mengsel van zwavel en kwik.

Een giftig mengsel van zwavel en kwik

Aan de geschiedenis van het prachtige roodoranje vermiljoen kleeft wel een zwart randje. Zo werd de kleur lange tijd gewonnen uit het uitermate giftige mineraal cinnaber, dat zowel een hoge dosis kwik als zwavel bevat. Het mineraal zelf is donkerrood en moet tot pigment worden gemalen om er verf van te maken.
Hoe fijner de maling, hoe vuriger het rood.
Al snel leerde men om op basis van deze ingrediënten ook  zelf vermiljoen te bereiden, maar pas eind negentiende eeuw ontwikkelden fabrikanten op basis van cadmium een aanzienlijk minder schadelijk alternatief.

De naam vermiljoen komt uit het Latijn vermiculus, wat “kleine worm” betekent. Deze naam komt voort uit een verwarring met kermes, of karmijn, dat andere rode pigment waarover het vorige kleurverhaal ging.
Karmijn wordt gemaakt van het bloed van kleine insecten (schildluizen). In het Duits wordt gesproken van ‘Zinober’, een directe verwijzing naar cinnaber, wat overigens weer komt van het Griekse ‘kinnabari’, wat (om de cirkel rond te maken) dan weer vermiljoen betekent.

Vermiljoen werd in China al toegepast in 2000 voor Christus. Bijna even oud zijn toepassingen in Assyrië en Egypte. Bronnen van cinnaber zijn zeldzaam en daarom was vermiljoen oorspronkelijk buitensporig kostbaar. In het Romeinse Rijk was de verkoop een keizerlijk recht. De Romeinen wonnen vermiljoen uit mijnen bij Sisapo in Zuid-Spanje, die reeds door Carthago werden geëxploiteerd. Het mineraal werd vergruizeld en gezuiverd door wassen en verhitten. In de Middeleeuwen was het gebruik van vermiljoen net zo duur als vergulden.

Bereiding van vermiljoen

Alchemisten in de middeleeuwen beschouwden vermiljoen als een huwelijk van twee fundamentele substanties (zwavel en kwik). Kleurbereiding stond sterk in hun belangstelling. Metalen die bepaalde handelingen ondergingen, of gecombineerd werden met andere metalen veranderden van kleur en eigenschappen. Misschien lag daarin wel de steen der wijzen, de legendarische alchemistische substantie waarvan men geloofde dat men er gewone metalen in edelmetalen mee kon veranderen, met name in goud.

Vanaf de achtste eeuw vond de synthetische bereiding van vermiljoen plaats. Daarvoor moet je vijf delen kwik en één deel zwavel samen verhitten tot ‘moorzwart’, een zwart kwiksulfide. Door dit verder te verhitten in aardewerken potten, ontstaat het rode kwiksulfide. Het stoken was een kunst op zich en het waren in de zeventiende en achttiende eeuw met name de Nederlandse vermiljoenstokers, die dankzij hun vakmanschap ‘vermiljoenpotten’ van hoge kwaliteit maakten en internationaal gezien een uitstekende reputatie genoten. Het kwik werd gewonnen uit kwikmijnen, waarvan de grootste zich nog steeds in het Spaanse Almadén bevindt. Het waren gevangenen die het kwik dolven. Door de kwikdampen in de mijnschachten wachtte hen veelal een snelle dood.

Gebruik in de schilderkunst

Vermiljoen is een prachtige kleur om mee te schilderen. Het pigment heeft een felrode kleur. Het is sterk dekkend en de kleurkracht is groot. De lichtechtheid is goed, maar onder invloed van een combinatie van licht en waterstofsulfide kan het snel verdonkeren. Ook liet het zich moeilijk combineren met bepaalde kleuren, zoals loodwit en ultramarijn. Het behoorde tot de vakkennis van de schilders deze gevaren te kennen. Zo brachten zij glacerende lagen karmijn aan over vermiljoen om deze te isoleren en daarmee de invloed van licht en lucht te beperken.

We zien dit bijvoorbeeld in dit schilderij van Johannes Vermeer:

Vermeer_Girl_with_a_wineglas-600

Johannes Vermeer (1632 – 1675)
Dame en twee heren (1659 – 1660)
Olieverf op doek (78 x 67 cm)
Herzog Anton Ulrich Museum, Braunschweig (Duitsland)

En in een eerder blog kwamen we dit schilderij van Georges de La Tour (1593 – 1652) tegen, met de prachtige rode kleding van Job’s vrouw. Dit vermiljoen is, net als bij Vermeer, vrijwel zo helder gebleven als in de tijd dat het schilderij ontstond.

Georges de La Tour - Job

Georges de La Tour (1593 – 1652)
Job beschimpt door zijn vrouw (jaartal onbekend)
Olieverf op doek (145 x 97 cm)
Musée départemental d’art ancien et contemporain, Épinal (France)

Het kan trouwens ook minder goed uitpakken.
Onder invloed van licht, vooral de energierijke blauwe en ultraviolette golflengten, kan vermiljoen overgaan in een zwart product. Als er dan ook nog een overmaat aan chloride aanwezig is, verkleurt het zwarte product weer tot een wit. Dat heeft tot gevolg dat we op een aantal oude schilderijen een grijze waas, of stipjes zwart over het vermiljoen heen zien komen.

uchello - vermiljoen

In dit schilderij van Paolo Uccello zijn de teugels van de paarden en de hoed en mantel van de ridder van rood, veranderd in een bruine kleur.

Chinees rood

Hierboven schreef ik: ‘Vermiljoen werd in China al toegepast in 2000 voor Christus.’ Het speelde daar ook een belangrijke rol in de nationale cultuur. Het zou bekend worden als ‘Chinees rood.’
Chinezen beschouwden vermiljoen als de kleur van bloed en in die hoedanigheid als de kleur van het leven. Vandaar de gewoonte om tempels rood te schilderen. Om diezelfde reden is de overheersende kleur in de Verboden Stad in China, de laatste plaats van waaruit de Chinese keizers hun rijk bestuurden, vermiljoen.

Meridian_Gate,_Beijing

Sinds eind negentiende eeuw is op basis van cadmium een aanzienlijk minder schadelijk alternatief voor vermiljoen ontwikkeld. Op basis van cadmium maakt men onschadelijke en stabiele pigmenten. Wil je met alle geweld toch een tube échte vermiljoen hebben (onder de naam Chinees vermiljoen), dan betaalt daar een behoorlijke prijs voor. Een tube van 225 ml schijnt makkelijk 270 euro te kosten. Dat is geen gevolg van de zeldzaamheid van het natuurlijke mineraal, maar doordat de productie ongewoon is geworden.

Meer kleurverhalen:

stil-de-grain-yellow 2  schiet- of schijtgeel
mummy brown-klein  mummiebruin
goud klein  goud
ultramarijn klein  ultramarijn
schweinfurter grun klein  schweinfurter groen
karmijn - klein karmijn

Dit bericht werd geplaatst in beeldende kunst, geschiedenis, kleur, kleurverhaal en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op KLEURVERHALEN: PRACHTROOD MET ZWAVEL EN KWIK

  1. Pingback: KLEURVERHALEN: HET PURPER VAN DE KEIZERS | BEELDTAAL

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s