EEN KORTE GESCHIEDENIS VAN KLEUR?

Een geschiedenis van kleur, bestaat dat? Kleuren die we nu waarnemen zijn toch dezelfde als kleuren die de oude Grieken waarnamen? Of de schilders uit de grotten van Lascaux? Of nog veel verder terug? Kleuren hebben toch altijd bestaan? Er zijn geen kleuren bijgekomen, uitgevonden of verloren gegaan?

Klopt.
Maar toch heeft kleur, althans de manier waarop culturen ze benoemen en de symboolwaarden die ze er aan hechten, een geschiedenis. Studie van kleur in de geschiedenis is overigens moeilijk, omdat de waarneming en de ervaren tegenstellingen sterk kunnen verschillen van de onze.

Voor de middeleeuwer gold het contrast geel-groen bijvoorbeeld heel sterk. Voor ons bepaald niet. De tegenstelling rood-groen en rood-blauw werd juist weer als zwak ervaren. In onze tijd gold juist tot voor kort: ‘Rood en groen is boerenfatsoen’ en het contrast tussen verzadigd rood en verzadigd blauw is voor ons juist zeer uitgesproken.

17 woorden voor wit?

Iedereen kent de hardnekkige mythe over de zeventien of meer benamingen wit die eskimo’s voor sneeuw zouden gebruiken. Niets van waar. Eskimo’s gebruiken wél zeventien woorden voor uiteenlopende sneeuwcondities.
In een wereld vol gevaren en een overvloed aan sneeuw en ijs, is het namelijk handig om een uitgebreide woordenschat te hebben waarmee je die wereld zo exact mogelijk kunt beschrijven.

Maar dat is iets anders dan zeventien woorden voor wit. In gematigder streken met zachtere winters hebben we aan minder genoeg. Maar als je erover nadenkt, hebben we ook wel een aantal aanduidingen om verschillende soorten sneeuw aan te duiden: stuifsneeuw, natte sneeuw, plaksneeuw, kraaksneeuw, dwarrelsneeuw, fijne sneeuw, grove sneeuw etc.

plaksneeuw

plaksneeuw

Nol en wor

In zijn boek ‘A natural history of seeing’ (een regelrechte aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in kleur en waarneming) noemt Simon Ings* de Burinmo-stam op Papoea Nieuw-Guinea. Zij hebben slechts vijf aanduidingen voor kleuren.
Eén daarvan is nol: een soort groenblauwpaars.
Een andere is wor: geeloranje met bruin en groen.
Hun wereld in het oerwoud is er een van betrekkelijke duisternis, waarin schaduwtinten, vooral bruinen, groenen en paarsachtige kleuren een belangrijke rol spelen.

nol  wor

Onderscheid tussen blauw en groen maken ze bijvoorbeeld niet. Dat laatste vinden we trouwens ook in China en Japan. Hun talen hebben geen verschillende woorden voor die kleuren. Omgekeerd kent men in Rusland weer verschillende namen voor licht- en donkerblauw. Niet alleen dat, ze worden beschouwd als verschillende kleuren.

Oranje

En, om het wat dichter in de buurt te houden: oranje is in Nederland een kleur met een bijzondere betekenis, verbonden als het is met het koninklijk huis. Daarmee verwijst het naar de plaats Orange in Frankrijk, bakermat van het geslacht d’Orange én het toenmalig centrum van de sinaasappelhandel. De Nederlandse vlag had vroeger een oranje in plaats van rode baan. Deze is vervangen, omdat het oranje op volle zee minder goed te onderscheiden zou zijn.

Je zou misschien denken dat oranje altijd bestaan heeft, maar niets is minder waar. Pas in de 11e eeuw komt oranje onze taal binnen. De benaming gaat samen met de opkomst van de sinaasappel. Het stamt namelijk af van nãranja.Voor die tijd was er geen aparte benaming voor de kleur die men meestal als geel of rood aanduidde, al naar gelang de mate waarin het meer op één van deze kleuren leek.

oranje

wapen van Orange met de sinaasappeltjes van oranje

Het onbenoembare benoemen?

Dat leidt weer tot een nieuwe vraag: als oranje voor de 11e eeuw niet werd benoemd, werd zij dan wel als aparte kleur waargenomen? Hoeveel oranje was er trouwens te zien in het sinaasappelloze tijdperk? Met andere woorden: hoeveel oranje inheemse vruchten en groenten kent u?
Peentjes natuurlijk en de binnenkant van een pompoen. Maar daarmee houdt het wel zo’n beetje op. De meeste rijpe vruchten zijn immers rood en de meeste groenten groen. Een kleur die niet of nauwelijks in je omgeving voorkomt hoef je ook niet te benoemen.
Daaruit volgt dat culturen sommige kleuren als ‘fundamenteler’ aanmerken dan andere.

Dit is waarschijnlijk in hoge mate verbonden met het ‘nut’ dat de interpretatie van een kleur heeft in biologisch en evolutionair opzicht. In eerste instantie maakt kleurbenaming dus deel uit van het natuurlijke domein en naarmate een beschaving zich ontwikkelt en verder af komt te staan van dat natuurlijke domein, zal de invloed van cultuur een steeds grotere rol gaan spelen en krijgen kleuren meer en meer een symbolische en rituele betekenis.

Dat kan zich uiten in de kleuren die klassen en beroepsgroepen zich toe-eigenen. Of door het gebruik in wapenschilden van adellijke families. Daar komen later de kleuren van vlaggen uit voort en nog een stap verder de nationale kleuren. Wat uit het bovenstaande blijkt, is dat het kleurenuniversum dat wij kennen en benoemen niet zo universeel is als we geneigd zijn te denken.

Ings schrijft hierover:

‘It’s not that we don’t see the colours we have no names for; it’s simply that the colours we can name are lodged in our memory in a way that others are not. Nameble colours are the beacons by which we navigate our colourspace’.

* Ings, S. (2007). A natural history of seeing – the art and science of vision. W.W. Norton & Company, London.

Dit bericht werd geplaatst in cultuur, ecologie, geschiedenis, kleur, onderzoek, psychologie, taal en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s