GEDACHTEN OVER HET WONDER DAT LEZEN HEET

U leest.
Terwijl u leest, is het een gedoe van jewelste in uw brein.
Daar merkt u – als het goed is – niets van. Sommige teksten kunnen wel hoofdpijn veroorzaken, maar dat ligt dan aan de inhoud en heeft niets met het lezen zelf te maken.

Lezen lijkt een fluitje van een cent.
Hooguit moet u bij een moeilijk of onbekend woord wel eens moeite doen. Het is niet uitgesloten dat u het woord dan even letter- voor lettergreep aftast, voordat de betekenis in één oogopslag tot u doordringt.
Dat laatste doen we namelijk met de meeste ‘normale’ woorden. Indien we een zin letter-per-letter zouden lezen, dan zou een boek lezen een wel bijzonder tijdrovende bezigheid zijn. Bovendien bestaat de kans dat we aan het eind van de zin vergeten zijn waar het allemaal mee begon.

Leren lezen is een gecompliceerd proces.
Het is eerder een wonder dat mensen dit in zo korte tijd onder de knie krijgen dan een vanzelfsprekendheid. Het gaat allemaal om het ontwikkelen van automatismen. In dat opzicht verschilt het niet van lopen, oog-handcoördinatie, zindelijkheidstraining en al die andere dingen die we ons in de loop van ons leven hebben eigen gemaakt. Een belangrijk verschil met bijvoorbeeld lopen (en – niet te vergeten – kijken) is dat we hebben leren lezen in een periode dat we daar (hoe fragmentarisch en summier ook soms) herinneringen aan hebben.

Een geschreven (of gedrukt) woord heeft iets van een abstract schilderij.
Het bestaat meestal uit inkt in een bepaald patroon op een lichte ondergrond. Woorden hebben in tegenstelling tot een abstract schilderij echter een duidelijk omschreven betekenis. De betekenis van dat woord veronderstelt dat er afspraken bestaan over wat we moeten zien, denken of doen. Voor het herkennen van een woord is het bijvoorbeeld noodzakelijk dat de lezer een woord of een woord dat er op lijkt al eens eerder heeft gezien en bekend is met de afspraken over woorden in het algemeen en dit woord in het bijzonder. Het visuele patroon koppelen we aan een reeks klanken en aan een betekenis die opgeslagen is in het geheugen.

Een kind van twaalf beschikt over een woordenschat van ongeveer 17.000 woorden.
Die woorden zijn allemaal opgeslagen in het geheugen en zonder al te veel moeite op te roepen. Al die 17.000 woorden zijn verbonden met beelden, klanken, gevoelens en associaties. Dat is, als je het goed beschouwt, een enorme hoeveelheid encyclopedische kennis die in de hersenen is opgeslagen. Daar staan we niet bij stil, omdat we het als vanzelfsprekend beschouwen.

Wat er in uw brein gebeurt, verschilt als u woorden hoort of woorden leest.
Bij het horen zijn het vooral gebieden aan de zijkant, in de temporale lob die oplichten bij een MRI-scan. Hier zitten namelijk de centra voor het gehoor en de spraak.
Bij het lezen zien we vooral veel activiteit in de achterzijde van de hersenen (de occipitale lob) waar alle informatie uit het oog naartoe gaat.

hearin - seeing

De arbeidsverdeling van het lezende brein.
De occipitale lob verwerkt de visuele informatie die bestaat uit letters en (lees)tekens. De frontale lob interpreteert de inhoud van de tekst en zorgt voor het overzicht. Ook brengt het de inhoud in verband met informatie die eventueel al is opgeslagen. Als er al informatie aanwezig is, zal een tekst veel makkelijker te begrijpen en vlotter te lezen zijn. Ook voorkennis helpt. Als we weten wat we ongeveer kunnen verwachten, kunnen we anticiperen op de tekst.
De temporele lob vervult in dit proces een typische rol. Dit hersendeel verwerkt namelijk geluiden die in verband staan met wat gelezen is. Zelfs als u in alle stilte leest zet u woorden om in klanken.

Een letterbeeld leidt dus tot een klank.
Dat is blijkbaar nodig om de betekenis van een woord op te roepen. Overigens spelen er bij het schrijven van letters weer andere processen een rol, waarbij de hersendelen die de motorische aansturing verzorgen actief zijn.

Dat lijkt een beetje op synesthesie. Dit is het verschijnsel waarbij we een stimulus in het ene zintuig ontvangen terwijl het in een andere een gewaarwording oproept. Vergelijk het met musici die bij het lezen van een partituur de complete symfonie horen.

Letterbeelden roepen wel klanken op, maar klanken geen letterbeelden.
Bij het horen van het woord ‘kat’ roept dat niet een beeld van de letters K-A-T op. Wel van een harig, niet al te groot, vierpotig zoogdier, dat zich nagenoeg geruisloos kan voortbewegen.
Dit maakt in ieder geval duidelijk dat onze zintuigen niet los van elkaar functioneren.

Het lezende brein kent een intensief verkeer tussen verschillende hersengebieden.
Dit is kenmerkend voor de complexiteit van de taak. Trouwens, niet alleen verschillende hersendelen, maar ook verschillende zintuigen moeten met elkaar samenwerken om een zinvol resultaat te bereiken.

De eerste kennismaking met een tekst gaat via het oog.
Lezen is slechts mogelijk bij een hoge lichtintensiteit, want alleen de kegeltjes zijn voldoende nauwkeurig om het lezen mogelijk te maken. Om een tekst goed te kunnen zien, is projectie op de fovea nodig. Dit gebied is, zoals we eerder hebben gezien, het meest lichtgevoelig en heeft het hoogste onderscheidend vermogen.

3Areas copy

Het oog tast de tekst af. Niet door geruisloos over de tekst te ‘glijden’, maar door sprongen te maken. Dit noemen we ‘saccades’; korte oogbewegingen. Een fixatie volgt daarop die langer duurt. Tijdens deze fixatie nemen we informatie op.

De oogbeweging is een ‘ballistische’ beweging.
Dat wil zeggen dat er, net als bij het gooien van een bal of het afschieten van een (traditioneel) projectiel, na de start niets meer te corrigeren valt. De oogbewegingen zorgen ervoor dat we steeds een nieuw stuk tekst fixeren. Dit maakt een nauwkeurige analyse mogelijk. De verspringing bedraagt meestal acht letterposities en niet een bepaalde vaste afstand. Er zijn een aantal factoren die de grootte van de sprong beïnvloeden, zoals de lengte van het gefixeerde woord, de lengte van woord ernaast en de spatiëring. Deze sprongen zijn hieronder in beeld gebracht.
Er zijn overigens niet alleen voorwaartse sprongen, maar ook achterwaartse. Dit is onder andere afhankelijk van de moeilijkheidsgraad van een tekst. Bij lastige teksten dienen we niet alleen terug te bladeren, maar ook een ballistisch sprongetje terug te maken.

Reading_Fixations_Saccades

LETTERS 2

De leessnelheid is o.a. afhankelijk van de leesbaarheid van een tekst.
Een tekst met veel moeilijke woorden en ingewikkelde constructies met veel bijzinnen leest langzamer dan een tekst met korte zinnen en eenvoudige woorden.

Bij ANWB-borden gaat het om het beperken van de informatie.
Een bord moet snel te interpreteren en dus overzichtelijk te zijn. Een automobilist kan nu eenmaal moeilijk even stoppen om het bord goed te bekijken. Dit stelt andere eisen aan de belettering dan een krant of tijdschrift. Wil een letter op afstand goed zichtbaar zijn, dan moeten de ruimtes binnenin en tussen de letters groter zijn dan normaal.
Uiteraard zitten ook daaraan weer grenzen.

anwb bord

Letters die te dicht op elkaar staan zijn (zeker van afstand) moeilijk te onderscheiden. Zetten we ze te ver uit elkaar, dan neemt de leesbaarheid ook af en is niet meer duidelijk dat we met één woord te maken hebben.

Lobith

Een tekst die cursief is gedrukt leest ongeveer 30% langzamer.
Een tekst in alleen hoofdletters leest ook minder prettig; althans als het om lange teksten gaat. Ook bestaat er verschil tussen lezen van een computerscherm en van papier. Het eerste kost namelijk 25 procent meer tijd. Daarom raden schrijfgidsen aan om zinnen voor het web te beperken tot gemiddeld vijftien woorden.
Verder speelt het gebruikte lettertype een rol. We onderscheiden schreefletters zoals waarin deze tekst is gedrukt en schreefloze letters. Deze laatste missen het ‘voetje’ en het ‘boogje’ aan de uiteinden en eindigen dus recht.

schreef-loos

Letters moeten niet opvallen.
Letters moeten liefst ‘onzichtbaar’ zijn. Dat geldt zeker voor gedrukte teksten in een boek, tijdschrift of krant. Mensen verdiepen zich in het verhaal; daarbij stellen ze geen prijs op afleiding door de gebruikte letters, want dat leest niet lekker.

Voor lange teksten leest een schreefletter prettiger.
Waarschijnlijk komt dat omdat die voetjes en boogjes letters met elkaar verbinden, zoals we dat ook bij handgeschreven teksten zien. In boeken en bladen zijn dit dan ook de letters die we het meest tegenkomen.
In 1986 ging dagblad Trouw over op schreefloze letters. Dat stuitte op veel weerstand. Aanvankelijk dacht de uitgever dat dit een kwestie van gewenning was, maar in 1999 is men om tegemoet te komen aan de wensen van de lezers toch weer overgegaan op de traditionele krantenletter.

Letters roepen associaties op.
Sommige zijn speels, andere statig, sierlijk, vrolijk, gedistingeerd, zakelijk of neutraal. Neem bijvoorbeeld de ‘Wanted Poster’. Waarom roept dit lettertype associaties op met het Wilde Westen? Niet vanwege het lettertype zelf, maar omdat we herkennen uit westerns.

wanted-poster

Hoewel een letter veel verschillende vormen kan aannemen, herkennen we ze meestal moeiteloos:

letters

Vraag: waar zou zich trouwens het punt bevinden waarop we letters niet meer kunnen herkennen?
Nu is letterherkenning natuurlijk maar één stapje in het hele proces. De geoefende lezer neemt een tekst tot zich in woorden, niet in afzonderlijke letters. Sommige korte functiewoorden aan het eind van een zin en het begin van een volgende slaan we vaak over. Een frequent gebruikt woord herkennen we sneller.
Dat heeft te maken met contexteffecten en verwachtingen.

Verwachtingen maken dat we niet lezen wat er staat.
Dat merken we bij het verwerken van tekst op de computer waarbij we veel knip- en plakwerk gebruiken. We zien dan vaak fouten over het hoofd. We merken dat niet op, omdat we op zeker moment niet meer lezen wat er staat, maar verwachten geschreven te hebben.
In mijn tijd als organisator en docent van cursussen ontwierp ik de folders voor het cursusaanbod. Meestal was er sprake van een voorjaars- en najaarsprogramma. Incidenteel gebeurde het dat ik dan wel de data veranderde, maar in de tekst zelf bleef ongewijzigd. Ik vergat dan wel eens ‘voorjaarsprogramma’ te vervangen door ‘najaarsprogramma’.
Vreemd genoeg viel dit ook de meeste lezers van de folders niet eens op. Zij verwachtten in februari nu eenmaal informatie over het voorjaar te krijgen en in juli over het najaar. Dat was genoeg om ‘–jaarprogramma’ te lezen en de informatie zelf aan te vullen.

Dit kwam trouwens nooit voor bij het winterprogramma.
Wat de fout dus uitlokte was het woorddeel ‘–jaarprogramma’.
Een vergelijkbaar effect zien we bij het herkennen van woorden. Een onduidelijke of ontbrekende letter herkennen we bijvoorbeeld op verschillende manieren, afhankelijk van de omringende letters.
Neem bijvoorbeeld WAT R of KL VERAAS.

We herkennen letters ook makkelijker wanneer ze onderdeel uitmaken van een woord.
Dit noemen we het woordsuperioriteitseffect, omdat we het gehele woord in feite sneller herkennen dan de afzonderlijke letters. Het woord zelf helpt ons vervolgens om de afzonderlijke letters te herkennen.
Woordherkenning is minder vanzelfsprekend als we een tekst lezen in een andere taal. Dat beïnvloedt ook in hoge mate de leessnelheid. We hebben immers minder directe toegang tot de woordenschat in een vreemde taal, waardoor we de woorden minder snel meteen herkennen. Ons brein loopt als het ware één stap achter de directe interpretatie aan en moet meer moeite doen om het woord te plaatsen. Iets wat met een Nederlandse tekst juist volautomatisch gaat.

Zo weten we als we een Q zien (wat in onze taal betrekkelijk zeldzaam is), de volgende letter meestal een U is. Zien we ergens WER staan, dan zijn er een aantal mogelijkheden tot vervolg; bijvoorbeeld WERF, WERK of WERD. Meestal weten we uit de context al welke kant het zal opgaan.

 

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in onderzoek, psychologie, taal, waarneming en getagged met , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s