EN ER WAS LICHT

Alles begint met licht.
Dat lezen we al in het Oude Testament:

En God zeide: Daar zij licht! en daar werd licht.
En God zag het licht, dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en tussen de duisternis.
En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht.
Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de eerste dag.

Met het ontsteken van de lichten was het toneel gereed voor de opvoering…
Een beetje raar eigenlijk. Want we moesten nog een paar scheppingsdagen wachten op de zon, de maan en de sterren. Je zou verwachten dat het met het scheppen van de zon en de sterren de lichtvoorziening automatisch geregeld was.
Dus zou het niet meer voor de hand gelegen hebben om die klus eerst te klaren?
Maar goed, wie ben ik om me met zoiets gecompliceerds als ‘De Schepping’ te bemoeien?

Hoe dan ook, daarna volgden de decors en de figuranten in de vorm van planten en dieren en tot slot de hoofdrolspelers: wij.

De meeste andere godsdiensten beginnen de schepping ook met de scheiding tussen licht en duister. Dat heeft niet alleen een natuurkundige betekenis, maar vooral een psychologische. Licht is goed; het duister staat symbool voor het kwaad dat zich nu eenmaal bij voorkeur in de nacht afspeelt.
Door de komst van de kunst- en straatverlichting spreekt de nacht voor de moderne mens minder tot de verbeelding dan voor mensen die voor de Industriële Revolutie leefden. Toch geldt ook voor ons het duister als keerzijde van de dag en roept de nacht nog steeds een gevoel van onbehagen op. Misdaden en andere duistere zaken spelen zich bij voorkeur in de nacht af.

Kunst en licht

De zon was lang onze belangrijkste en vrijwel enige lichtbron. Vroeger werden ’s nachts wel kaarsen, olielampen en vuur als lichtbronnen gebruikt, maar kaarsen waren duur en het licht ervan beperkt. Tegenwoordig beschikken we over elektrisch licht en zijn we steeds minder afhankelijk van de zon.

Hoewel we er nauwelijks bij stilstaan, heeft het gebruik van straatverlichting en kunstlicht in binnenruimten een complete cultuurverandering teweeggebracht. Leven en werk werden vroeger in hoge mate bepaald door de zon. Een 24-uurs economie was tot in de 19e eeuw onmogelijk, omdat deze afhankelijk is van de mogelijkheid om dag en nacht te produceren en consumeren. Dat werd pas mogelijk met de opkomst van kunstmatige lichtbronnen die voldoende sterk waren om (fabrieks)hallen te verlichten.

Licht vormt een belangrijk, om maar niet te zeggen onontbeerlijk, element in de schilderkunst. Toch was het pas in de 16e eeuw, gedurende de periode die we nu barok noemen, dat schilders zich intensief bezig gingen houden met de dramatische en expressieve kwaliteiten van licht.

De grote wegbereider was natuurlijk Carravagio (1571 – 1610). Hij is de geschiedenis ingegaan als schilder van het clair-obscur, het dramatische licht-donkercontrast, dat zijn figuren in theatrale lichtbundels laat opdoemen tegen een duistere achtergrond.

1082px-Michelangelo_Caravaggio_040

Carravagio (1571 – 1610)
De roeping van Matteüs (ca. 1600)
Olieverf op doek (322 x 340 cm)
Contarelli Chapel, San Luigi dei Francesi, Rome 

Een voorbeeld is het schilderij ‘De roeping van Matteüs’ uit 1660.
We zien het interieur van wat waarschijnlijk een kroeg is. Aan tafel zitten de belastinginner Levi (die later de apostel Matteüs wordt) en vier van zijn assistenten de opbrengst van de dag te tellen. Rechts verschijnt Christus (herkenbaar aan een halo rond zijn hoofd), samen met Petrus. Christus, die bijna als een geestverschijning staat afgebeeld – alleen maar hoofd, arm en hand, de rest verdwijnt in het duister – gebaart met zijn rechterhand naar Levi.

Volgens het bijbelverhaal, staat Levi vervolgens op en volgt Christus. Wie goed kijkt, ziet dat Christus’ voeten al gedraaid staan om de zaal te verlaten. Het doek is te verdelen in tweeën. Rechts staande Christus en Petrus en links de groep rond de tafel. De laatste groep uiteraard lager afgebeeld. Daartussen bevindt zich een soort grensgebied die overbrugd wordt door de handen van Christus en Petrus.
Carravagio manipuleert de blik van de kijker door de lichtval. Er is een sterke beweging van rechts naar links, waardoor alle blikken uiteindelijk naar Matteüs gaan.

Kaarslicht

Als we aan Carravagio denken, dan denken we meteen aan Rembrandt. Maar ik wil de minder bekende Georges de la Tour (1593 – 1652) uitlichten. Hij voegde namelijk iets bijzonders toe: het schilderen van kaarslicht.

georges de la tour

Georges de la Tour (1593 – 1652)
De berouwvolle Magdalena (1635/1640)
Olieverf op doek (113 x 93 cm)
National Gallery of Art, Washington D.C.

We blijven in bijbelse sferen. Maria Magdalena zit in gedachten verzonken met drie symbolen: de kaars, de spiegel en de schedel. De spiegel symboliseert de zelfreflectie en de vergankelijkheid van de schoonheid, de kaars het voorbijgaande leven en de schedel de dood. De schedel staat voor de kaars, die we daardoor alleen indirect, namelijk door het licht dat deze uitstraalt, te zien krijgen. Maria Magdalena heeft haar hand op de schedel en de andere ondersteunt haar eigen hoofd. Ze vormen zo a.h.w. een verbinding tussen het leven en de dood, die immers altijd op de loer ligt.

De La Tour schilderde verschillende voorstellingen waarin hij de effecten van kaarslicht bestudeerde. Hij maakt daarin gebruik van vereenvoudiging van vormen, een beperkt kleurenpalet en legt sterk de nadruk op details. Daardoor weet hij een sfeer van verstilling en reflectie te scheppen die weliswaar minder dramatisch is dan in het werk van Carravagio, maar zeker niet minder krachtig.

Licht op de wetenschap

Een derde voorbeeld van het dramatische lichteffecten zien we in het werk van Joseph Wright of Derby (1734 – 1797).

Joseph_Wright_of_Derby,_1768

Joseph Wright of Derby (1734 – 1797)
Een experiment op een vogel in een luchtpomp (1768)
Olieverf op doek (183 x 244 cm)
National Gallery, Londen

Wright was een kind van zijn tijd. Dat wil zeggen de Industriële Revolutie en de Verlichting; het tijdperk van wetenschappelijke ontdekkingen en vooruitgang. We zien op het schilderij een onderzoeker met een vogel in een glazen bol, waaruit een pomp langzaam de lucht zuigt.
De gevolgen laten zich raden.

In de groep zien we verschillende reacties van de toeschouwers: een meisje kijkt bezorgd naar de vogel, terwijl het iets oudere meisje niet eens wil zien wat er gebeurt. Haar vader probeert haar gerust te stellen. Eén man neemt de tijd op, een jongen kijkt belangstellend toe en het jonge stel lijkt overwegend oog te hebben voor elkaar. De onderzoeker zelf kijkt ons, de toeschouwers buiten het schilderij, aan.

Daagt hij ons uit? Moet hij doorgaan met het wegpompen van de lucht, of gaan we de vogel redden? Opvallend is dat behalve bij de kinderen, er weinig oog lijkt voor het lot van de vogel. Misschien is dat kenmerkend voor de tijd: sentimenten mogen de wetenschappelijke en economische vooruitgang niet hinderen.

Veel van de lichteffecten die we hierboven zien, zullen later terugkomen in de film. Met name in het tijdperk van de zwart-witfilms, maakten regisseurs gebruik van dramatische lichteffecten en hevige licht-donkercontrasten die veelal symbolisch geladen waren.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in beeldende kunst, beeldretorica, licht, schaduw en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s