LES PARAPLUIES: KORTE GESCHIEDENIS VAN EEN KLEUR

Pierre-August Renoir (1841 – 1919) geldt als één van de aartsvaders van het impressionisme. Zijn schilderij ‘Bal du Moulin de la Galette’ uit 1876 siert de omslag van menig boek over de impressionisten.

Renoir,_Le_Moulin_de_la_Galette 2

Pierre-August Renoir (1841 – 1919)
Bal du Moulin de la Galette (1876)
Olieverf op doek (131 x 175 cm)
Musée d’Orsay, Parijs

Dat is niet voor niets: het kan als karakteristiek gelden voor alles wat we in het algemeen onder ‘impressionisme’ verstaan. Alles kon onderwerp voor een schilderij zijn, zolang het maar uit het volle leven gegrepen was; geen plechtstatige taferelen of klassiek geënsceneerde composities. Zo zag de werkelijkheid er namelijk niet uit.
Voor de impressionisten stond vooral de weergave van het licht centraal. Daarvoor hanteerden zij een schilderstijl die los en schetsmatig was; een impressie in de ware zin van het woord.

Een klassieke(re) invalshoek

In 1881 onderneemt Renoir een reis naar Italië en Algiers. In Italië maakte hij kennis met schilders uit de renaissance. Na terugkomst omarmde hij een meer klassieke stijl waarin hij gladder en koeler schilderde.
In een nog latere periode keerde hij weer terug naar een vrijere en lossere penseelvoering. Zijn onderwerpen waren dan vooral huiselijke taferelen en naakten, badend in het zonlicht. De vorm raakte steeds meer opgelost in losse verfstreken, maar zijn werk kreeg daarmee ook iets ‘zoetigs’ en ‘popperigs.’

Een schilderij dat de overgang van het impressionisme naar de klassieke stijl illustreert is ‘Les Parapluies’ waaraan hij werkte van 1880 tot 1886.

Renoir Les Parapluies

Pierre-August Renoir (1841 – 1919)
Les Parapluies (1880 – 1885)
Olieverf op doek (180 x 115 cm)
National Gallery, Londen

Stijlbreuk

In het schilderij staan veel mensen op een kluitje die allemaal bezig zijn hun paraplu uit te vouwen. Het is een gedoe van jewelste binnen de beperkte ruimte van het platte vlak. Een plensbui is losgebarsten. De paraplu’s vormen zo een verzameling geometrische vormen die voor buitengewoon veel beroering zorgen.
Het doek is voornamelijk geschilderd in blauwen en grijzen. Daarbij is er een opvallend verschil tussen de blauwen in de kleding van de vrouw met de twee meisjes en de vrouw die ons links aankijkt.

De scheidslijn tussen de impressionistische en de meer klassiek georiënteerde schilderstijl loopt globaal genomen dwars over het doek. De linkerzijde dateert van na Renoirs reis naar Italië en Algiers; de rechterzijde is daarvoor geschilderd. De vrouw met de twee meisjes aan de rechterkant is gekleed in de mode met strikjes en franjes die rond 1880 op het hoogtepunt was.

Pierre-Auguste_Renoir_The_Umbrellas_ca._1881-86-linie

De kleding van de vrouw met het mandje aan de linkerkant dateert van na 1883. Het modebeeld is soberder geworden en dat zien we terug in haar kleding. Waarschijnlijk is dit Suzanne Valadon (1865 – 1938) die we op meer schilderijen van Renoir zien figureren.

Het probleem met blauw

Behalve de wisselende mode en schilderstijl loopt er nog een lijn dwars door het werk: de verandering in Renoirs palet. De rechterkant van het doek verschilt van de later geschilderde linkerkant. De vrouw met de twee kinderen is geschilderd in helder kobaltblauw. Aan de linkerkant komt deze kleur nauwelijks terug en zien we een grijzer blauw. Onderzoek wijst uit dat de pigmenten hier vooral uit het pas ontwikkelde synthetische ultramarijn bestaat. Kobaltblauw is in de bovenste lagen niet meer aanwezig.

Blauw was tot het eind van de achttiende eeuw een nogal problematische kleur. Schilders hadden namelijk een beperkte keuze: het peperdure ultramarijn (gemaakt van de halfedelsteen lapis lazuli uit mijnen in Afghanistan) of indigo dat veel minder betrouwbaar was en bovendien niet helder blauw. Daar was rond 1750 wel pruissisch blauw bijgekomen, maar ook deze kleur was niet lichtecht en neigde bovendien naar groen, waardoor bijvoorbeeld menging met rood geen zuiver violet gaf.

Aan het begin van de negentiende eeuw verscheen het stabiele en heldere kobaltblauw. Nadeel was echter dat deze kleur ook naar groen zweemde en bepaald niet goedkoop was. Waar schilders nog steeds op zaten te wachten was een kleur die leek op ultramarijn, maar aanzienlijk minder kostbaar was. Die kleur kwam rond 1870 in de handel: synthetisch ultramarijn. Dit was een intens blauw en bovendien bijzonder lichtecht.

Voor 1881 gebruikte Renoir uitsluitend kobaltblauw. Toen hij na zijn reis naar Italië het werk opnieuw ter hand nam, verving hij het door ultramarijn. Niet alleen zijn schilderstijl onderging een verandering (net als de mode in de tussentijd), ook in zijn kleurgebruik pastte hij zich naadloos aan aan de sobere en strakke regels die hij zichzelf oplegde.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in beeldende kunst, esthetiek, kleur, licht en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s