UNIVERSELE EN ULTIEME SCHOONHEID?

Mooie mensen hebben meestal een streepje voor. We gaan er namelijk van uit dat aantrekkelijke personen interessanter, warmer, aardiger en socialer zijn. Dit heet het halo-effect, het verschijnsel waarbij de aanwezigheid van een bepaalde kwaliteit bij de waarnemer de suggestie wekt dat andere kwaliteiten ook automatisch aanwezig zijn.

Of dat echt zo is, is natuurlijk de vraag.
Daar komt nog wat bij: wat ‘men’ mooi vindt, is namelijk ook cultureel bepaald: er zijn tal van subculturen die ieder weer hun eigen schoonheidsideaal hebben.
Bovendien blijkt dat ideaalbeeld door de tijd veranderen.

Om een voorbeeld te geven: aan het Franse hof van Lodewijk XIV was het bepaald niet bon ton om in de zon een lekker bruin kleurtje op te doen. Daarmee gaf je namelijk aan buiten, op het veld te werken. Met andere woorden: je was een boer of landarbeider. Daar wenste de koning en zijn hofhouding zich uiteraard niet mee te associëren.
Werken was sowieso niet besteed aan de toenmalige adel.

Nog zoiets: ooit was een zekere mate van corpulentie ‘in’. Wie een buikje had gaf daarmee aan welvarend te zijn en zich een zekere mate van luiheid te kunnen veroorloven. Met de grote nadruk op gezond leven is een buikje vandaag de dag steeds minder een aanbeveling, waarmee het als schoonheidsideaal heeft afgedaan.

Universele schoonheid?

Fysieke schoonheid was ook verbonden met ras. Het blanke ras beschouwde zichzelf lange tijd als superieur. Het westerse schoonheidsideaal was dan ook bepalend voor wat ‘men’ als mooi beschouwde en dat werkte weer door in het beeld dat vrouwen in Azië en Afrika als ideaal voor ogen hielden.

De Japanse fotograaf Akiro Gomi wilde daar niet in mee gaan. Hij trachtte met zijn portretten de ‘universele schoonheid’ presenteren. Dat deed hij zo:

7akira
Universele schoonheid op basis van gemiddelde gezichten volgens de Japanse kunstenaar Akira Gomi / bron: http://untitledhelena.blogspot.nl/2010/02/akira-gomi.html

In de eerste en laatste kolom zien we de drie vrouwen waar de tussenliggende portretten uit zijn samengesteld; in de middelste kolom de tussenvormen. Door te ‘middelen’ verdwijnen de uitgesproken kenmerken of karakteristieken van de blanke, negroïde en oosterse vrouwen en ontstaat in de opvatting van Gomi ‘universele schoonheid’. Bovendien maakt het gezichten symmetrischer en dat zou bijdragen aan de aantrekkelijkheid.

Schoonheid en kunst

Kunstenaars hebben zich altijd al beziggehouden met het abstracte begrip ‘schoonheid’.
Het online woordenboek van Van Dale houdt het op:

1 de eigenschap mooi te zijn
2 (meervoud: schoonheden) iets moois: zij is een schoonheid!

Portretschilders waren (en zijn) er vaak op uit de geportretteerde zo geflatteerd mogelijk op papier of doek te krijgen. In de tijd dat fotografie nog niet bestond had dat ook een praktische reden. Jongedames uit betere kringen moest men aan de man brengen. Liefst aan heren uit families die de zakelijke of imperiale belangen versterkten. Portretten vervulden de rol van pasfoto. Huwelijkskandidaten zagen elkaar soms tot kort voor hun huwelijk niet.

Een beetje portretschilder moest daarom wel de beste kanten van zijn model laten zien. Tegelijkertijd moest hij niet overdrijven. Dat zou alleen maar schaden, zeker in dit soort delicate aangelegenheden. De geliefden moesten bij kennismaking niet het idee krijgen dat de geportretteerde een heel ander persoon was dan die welke zij in het echt voorgeschoteld kregen.

Ultieme schoonheid?

Wat is schoonheid? En bestaat er zoiets als ultieme schoonheid? Als we beide definities van Dale als uitgangspunt nemen, valt ‘ultieme schoonheid’ dan te definiëren als de optelsom van alle schoonheden en kunnen we daar dan het gemiddelde van nemen?

Hoe ziet dat er dan uit?
Moet ik me daarbij iets voorstellen als in het portret hieronder van computer- en videokunstenaar Micha Klein?

Klein fotografeerde zeven modellen en scande de portretten met de computer. Op de gescande foto’s trok hij lijnen om de belangrijkste gezichtskenmerken. Vervolgens liet hij een computerprogramma de aangestipte kenmerken van de portretten berekenen en vergelijken. Het programma nam vervolgens de gemiddelden van de gezichtparameters en bouwde hieruit een nieuw portret op basis van twee modellen, zoals hier is te zien:

2modellen

2beauty

Micha Klein, Exemplaar uit de ‘Artificial Beauty Series’ en de twee oorspronkelijke portretfoto’s (bron: NRC 9.1.1998)

Het resultaat is een ‘gemiddeld supermodel’. Zelf zegt hij hierover:

‘Fotomodellen beantwoorden al aan een bepaald soort perfectie. De afstand tussen de ogen, de vorm van de neus en al dat soort verhoudingen lijken op elkaar. Door de meisjes met elkaar te kruisen ontstaat er een verdichting van de schoonheid’.

Resulteert deze ‘verdichting van de schoonheid’ ook echt in ultieme schoonheid?

Op het eerste gezicht wel. Maar wie beter kijkt zal snel merken dat er iets vreemds aan de hand is. Het resultaat is eerder een vorm van ultieme leegheid: een klinische, karakterloze schoonheid.

Wat we missen is ‘smoel’; persoonlijkheid. Hierdoor zijn de ‘portretten’ inwisselbaar. Wie er één ziet, krijgt al snel het idee ze allemaal gezien te hebben. Door het ontbreken van uitgesproken karakteristieken lijkt het of deze portretten zich geen permanente plaats kunnen verwerven in ons geheugen.

Micha-Klein-Bliss-origineel-fotografie-1998-150x150cm-Olpage3-Euro12500-jpg-1430749927-0_full

Micha Klein, ‘Bliss’ uit de ‘Artificial Beauty Series’, 1998 (Groninger Museum)
Bron: http://www.kunsthuizen.nl/kunstwerken/micha-klein-bliss-fotografie-0

Door deze inwisselbaarheid gaat ‘ultieme schoonheid’ snel vervelen. Juist een zekere mate van imperfectie en onregelmatigheid fascineert. Waarschijnlijk omdat het de suggestie van perfectie en regelmatigheid aanstipt, maar niet geeft, zodat de toeschouwer wel een hint krijgt, maar nooit het bevredigende volledige antwoord. En zoals iedere kunstenaar weet, is het nu juist de kunst iets over te laten aan de fantasie van de toeschouwer.

Ook Klein weet dat.
Hij beweert meer te willen dan het tonen van gemiddelde aantrekkelijke gezichten. In een commentaar op zijn werk meldt hij:

‘Ik heb het schoonheidsideaal over de top willen tillen. Schoonheid is zo clichématig. Dezelfde dingen worden altijd weer als mooi ervaren. […] Het heeft ook iets hysterisch om zeventien keer naar een plastisch chirurg te gaan. Om een nieuwe neus te nemen als je uitgekeken bent op de laatste. Dat proces wil ik naar een logische conclusie leiden. De schoonheidscultus heft zichzelf uiteindelijk op. Sommige mensen zullen lelijk willen zijn, om maar anders te zijn’.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in beeldende kunst, cultuur, esthetiek, expressie, lichaamstaal, persoonlijkheid en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s