DE RINOCEROS VAN DÜRER

durer_drawing-rhino

In 1515 werd een neushoorn naar Lissabon verscheept. Dit was een cadeautje voor de Portugese onderkoning Albuquerque geschonken door sultan Muzafar II, de heerser van Cambay, het huidige Khambhat in het westen van India. Het uitwisselen van geschenken in de vorm van exotische dieren en kunstschatten maakte deel uit van het gebruikelijke diplomatieke verkeer.

Waarschijnlijk was dit het eerste levende exemplaar dat sinds de derde eeuw in Europa te zien was. Nog datzelfde jaar werd het naar Rome gestuurd als geschenk voor de paus, maar daar zou het dier niet levend aankomen. In een storm maakte het schip slagzij en de aan het dek vastgeketende neushoorn verdronk. Zijn kadaver spoelde enige tijd later aan in de buurt van Villefranche-sur-Mer. Zijn huid werd teruggebracht naar Lissabon en met stro opgevuld en vakkundig opgezet. Daarna stuurde men het dier opnieuw naar Rome.

Bovenstaande tekening werd in 1515 gemaakt door Albrecht Dürer. Hij had de neushoorn nooit zelf gezien en baseerde zich op beschrijvingen en een schets van een onbekende kunstenaar. Dat maakte het niet eenvoudig zich een beeld te vormen van een dier dat er – op zijn zachts gezegd – nogal merkwaardig uitzag. Dürer moest er een beetje een slag naar slaan. Daarbij deed hij wat we meestal in dat soort gevallen doen: we gaan uit van wat ons vertrouwd is.
De wereld die Dürer kende was er deels nog een middeleeuwse, bevolkt door ridders en draken. Van die beelden ging hij dan ook uit. De neushoorn ziet er daardoor uit alsof hij bedekt is met een losjes op het lichaam liggend harnas van harde platen. Die ‘pantserplaten’ lijken bovendien met klinknagels aan elkaar geklonken. De kop maakt de indruk alsof het een draak is. En wat zien we daar op zijn wang? Het lijkt wel een oesterschelp of deel van een rifkoraal. Bovendien lijkt het een ringkraag om de nek te dragen. Ook heeft het een kleine, gedraaide hoorn op de rug, en geschubde poten die doen denken aan een reptiel.

indische-neushoorn

Onnodig te zeggen dat deze houtsnede geen natuurgetrouwe afbeelding is van een neushoorn. Niet omdat Dürer geen goede tekenaar was. Kijk maar eens naar zijn haas. Aaibaarder kan een geschilderd dier nauwelijks zijn. Maar die haas kon hij (waarschijnlijk in opgezette toestand) waarnemen en aaien. Met de rinoceros ging dat niet.

We kunnen ons nu eenmaal niet voorstellen wat onvoorstelbaar is.
Hooguit een beetje gissen en fantaseren.
En dat deed hij.

Eigenlijk is het een wonder dat Dürer, gegeven de beperkte informatie waarover hij beschikte, überhaupt een dier op papier kreeg dat, ondanks de fantasievolle en frivole invulling van de details, toch levensecht overkomt. Het tekent zijn uitzonderlijke talent, maar na de voorstelling van de haas zal niemand daaraan twijfelen.

Niet alleen komt Dürers neushoorn levensecht over; het is een icoon, een oerbeeld waaraan we – ik chargeer nu een beetje – de werkelijkheid toetsen. Als we nu een Indische neushoorn met eigen ogen zien, sijpelt het beeld van Dürer toch door in de werkelijkheid en gebruiken we de oorspronkelijke tekening en de daarop gebaseerde houtsnede om het echte dier mee te vergelijken.

dali-rinoceronte

Bron: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Dal%C3%AD.Rinoceronte.JPG
© Manuel González Olaechea y Franco

In de vorige eeuw was het Salvador Dali die Dürers interpretatie van de neushoorn herschiep tot een ‘echt’ exemplaar; een terecht eerbetoon aan een beeld dat de fantasie blijft prikkelen.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in beeldende kunst, geschiedenis, waarneming en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s