ZIENDE BLIND – DE LASTEN VAN DE WAARNEMING

Strozzi,_Bernardo_-_The_Healing_of_Tobit_-_c__1635 copy

Bernardo Strozzi – Tobias geneest zijn vaders blindheid (1635), Hermitage, St. Petersburg

Wel eens nagedacht hoe het zou zijn om blind te zijn?
Sluit uw ogen en zie … niets.
Voelt dit zoals een blinde de wereld ervaart?
Natuurlijk niet. De vertrouwde, zichtbare wereld is immers slechts één oogwenk verwijderd. Bovendien is ons hele denken, voelen en ervaren opgebouwd rond onze waarneming.

Voor wie kan zien, is het moeilijk – eigenlijk onmogelijk – voor te stellen hoe een blinde de wereld ‘ziet’. Wie blind is kent de zichtbare wereld alleen maar van gehoor en tast; zintuigen die, meestal anders dan bij zienden, veel beter zijn ontwikkeld.

Het omgekeerde kan ook: hoe ervaart een blinde die weer kan zien? Er zijn voorbeelden, zonder dat daar Nieuwtestamentische mirakels voor nodig zijn, zoals in het schilderij van Strozzi.
Een hoornvliestransplantatie en de aanwezigheid van een rudimentaire gevoeligheid voor licht en donker van de cellen op de retina maken het wonder mogelijk.
Maar leren zien is een geleidelijk ontwikkelingsproces. Ook neemt men aan dat dit binnen een cruciale periode plaats moet vinden. Gebeurt dit niet, of onvolledig, dan ontwikkelt de visuele cortex zich onvoldoende.
Baby’s kunnen hun ogen nog niet scherpstellen en hebben moeite met de motoriek van de oogspieren. Centra in de hersenen voor gezichtsherkenning zijn pas na enkele maanden actief. Het functioneren is afhankelijk van de visuele input.
Visuele deprivatie heeft een nadelige invloed op het vermogen om visuele informatie te verwerken. Katten die opgroeiden in hokken met alleen maar horizontale en verticale lijnen werden getest of ze gevoelig waren voor diagonale lijnen. Ze reageerden alsof ze er blind voor waren. Zelfs de neuronen die gevoelig zijn voor diagonalen ontbraken in de visuele cortex. Ook op latere leeftijd kan een ontwikkeld vermogen verdwijnen als het niet gebruikt wordt.

Sidney Bradford
De waarnemingspsycholoog Richard Gregory beschreef in 1963 de lotgevallen van Sidney Bradford (S.B.). Hij werd tien maanden na zijn geboorte blind door een hoornvliesontsteking. In 1959, Bradford is dan 52 jaar, ondergaat hij een transplantatie en hij krijgt zijn gezichtsvermogen terug.
Het eerste wat hij ziet als hij zijn ogen opent is het gezicht van de chirurg; een donkere vorm met in het midden een uitstekend onderdeel. Hij hoorde ook een stem. Hij voelde aan zijn neus en concludeerde dat het uitstekende deel de neus moest zijn: ‘Toen wist ik dat als dat een neus was, ik een gezicht voor me zag’.
Toch bleven gezichten een probleem voor hem. Hij kon ze niet van elkaar onderscheiden. Tijdens een gesprek keek hij de spreker niet aan. Gezichtsuitdrukkingen hadden geen betekenis voor hem; sterker, de voortdurende veranderingen verwarden hem.
Daarmee was het non-verbale aspect van communicatie, zo belangrijk om intenties en verborgen boodschappen te ontvangen, uitgesloten.
Hij had een sterke voorliefde voor concrete objecten, zoals auto’s en bussen. Bijkomend voordeel daarvan: ze maakten een karakteristiek geluid, wat het makkelijker maakte ze te herkennen. Bovendien was hij was vertrouwd met auto’s, omdat hij regelmatig de auto van zijn zwager waste. Daarna had hij uren getracht te visualiseren wat nu precies de vorm van die auto was.

Aanpassing en onvermogen
Gaandeweg bleek dat de aanpassing aan de wereld van de zienden niet vanzelf verliep. Afbeeldingen op foto’s van stadsgezichten of landschappen plaatsten hem voor grote problemen. Wat was voor en wat achter? Gebouwen konden niet in hun totaliteit betast worden en hij kon daardoor die vorm slechts met de grootste moeite duiden.
Diepte en perspectief zeiden hem niets. Gregory liet hem de Neckerkubus zien. Bradford was niet in staat deze anders te zien dan als een verzameling lijnen. Hij kon deze niet interpreteren als een kubus en evenmin kon hij zich een voorstelling maken van de omkering.

necker kubus

Neckerkubus

Datzelfde deed zich voor bij de afbeelding van de perspectiefillusie. Hij zag geen verschil in grootte tussen de laatste drie figuren. In letterlijke zin had hij daarmee gelijk, omdat deze allemaal even groot zijn. Wie echter ‘normaal’ heeft leren zien, ervaart de figuren naar achter toe als steeds groter. Dat heeft alles te maken met de context. Zo ervaren we iemand die van ons wegloopt niet als iemand die letterlijk krimpt, hoewel hij of zij op netvlies wel steeds in grootte afneemt.

visuele illusie - perspectief grootte

perspectiefillusie

Een bus was onderwerp van een van de eerste tekeningen die hij maakte. Hij was als blinde bekend met bussen en bovendien erg geïnteresseerd in alle vormen van transport.

Bus

bus van Bradford

Bradford had al een ‘beeld’ van een bus voor de operatie. Hij reisde ondanks zijn handicap veel en was bekend met het geluid van de bus die aan komt rijden, stopt en weer wegrijdt. Omdat hij gedurende zijn leven nog enigszins gevoelig was voor licht en donker, kon hij een inschatting maken van de lengte als de bus stopte en vertrok terwijl hij bij de halte stond te wachten.
Hij tekende de bus en profiel en met de voorkant naar links. Als blinde man kon hij de bussen alleen aanraken als ze dit aspect lieten zien. In Engeland rijden ze immers links en bij de halte arriveren ze van rechts naar links.

Teleurstelling
Tijdens de eerste ontmoetingen kwam Bradford over als een opgewekte, enigszins extravagante man die met vertrouwen de wereld tegemoet trad.
Dat veranderde echter snel.
Tijdens een uitstapje naar Londen raakte hij snel vermoeid en verveeld. Hij kon weinig maken van de ruimte om hem heen en was angstig voor het verkeer. Ook viel het Gregory op dat hij de wereld nog steeds toetste aan de hand van tast. Zo zegt hij op zeker moment letterlijk: ‘Nu ik het gevoeld heb, kan ik het zien’.
Na zes maanden maakte hij een uitgebluste indruk. De wereld zat er veel minder fraai uit dan hij zich voorstelde. Overal zaten rafels aan en barsten in.

Maar niet alleen dat…
Zijn positie in de wereld was totaal veranderd.
Toen hij blind was hielden mensen rekening met zijn handicap. Hij onderscheidde zich doordat hij ondanks zijn handicap tot opmerkelijke dingen in staat was. Nu hij kon zien wierp dat hem juist terug in een staat van afhankelijkheid. Buren en collega’s vonden hem ‘sloom’ of zelfs ‘niet helemaal goed snik’. Maatschappelijk gezien voelde hij zich bovendien, gezien zijn intelligentie en capaciteiten, mislukt.
Bradford raakte steeds gedeprimeerder en twee jaar na de operatie stierf hij.
Met het terugkrijgen van zijn visuele vermogens had hij uiteindelijk meer verloren dan hij terugkreeg. Eigenlijk was hij nog steeds blind.
Gregory concludeert dat hij vooral erg zijn best deed te zien, om de mensen om hem heen niet teleur te stellen, maar het gegeven dat hij kon zien, interesseerde hem niet meer.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in visuele illusie, waarneming en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s