NEURO-ESTHETIEK

Hersenen zijn ‘hot’; breinwetenschap is al een tijdje ‘booming’.
We zijn ons brein, aldus professor Dick Swaab. Dat brein is bovendien onverklaarbaar bewoond, volgens Bert Keizer. En zo kan ik nog wel even doorgaan met bijdehante woordspelingen.
Aan boektitels geen gebrek…

Christopher Chabris en Daniel Simons zijn twee psychologen die naar aanleiding van deze belangstelling voor neurowetenschap zelfs twee nieuwe termen introduceerden. Zij spreken over ‘neurobabbel‘ en ‘breinporno‘. Het eerste betreft de plaatjes van hersenscans om quasi diepzinnige (onzin)artikelen overtuigend te maken en het tweede zijn de ‘kleurrijke plaatjes van vlekken die activiteit aanduiden op hersenscans en die mensen kunnen verleiden tot de gedachte dat ze meer over de hersenen hebben geleerd dan werkelijk het geval is’.
En alsof dit nog niet genoeg is, is in 2002 een geheel nieuw wetenschapsveld geopend: neuro-esthetiek. Dit is een poging om neurologisch onderzoek te koppelen aan de esthetiek door de beleving van schoonheid en de waardering voor kunst op het niveau van hersenfuncties en geestesgesteldheid te onderzoeken. Het combineert principes van perceptiepsychologie met evolutionaire biologie, neurologie en hersenanatomie.

Peak shift
In zijn boek ‘Zo werkt ons brein echt’ stelt de neuroloog V.S. Ramachandran negen wetten van deze esthetica op. Ik ga ze niet allemaal nalopen, maar wil er drie uithalen die volgens mij een licht werpen op de principes van de neuro-esthetiek.
Ramachandran noemt de ‘wet van peak shift‘. Hiermee bedoelt hij het verschijnsel dat je tijdens een experiment een rat een onderscheid kunt leren maken tussen een vierkant en een rechthoekig vlak. Dat bereik je door het diertje als hij naar het rechthoekige loopt een stukje voedsel aan te bieden.
Geef je vervolgens diezelfde rat de keuze tussen een rechthoekig vlak en een bredere en langere rechthoek, dan kiest het voor de ‘rechthoekigere’ rechthoek. De verklaring is dat de rat ‘een begrip “rechthoekigheid” (heeft) geleerd en niet een specifieke rechthoek; vanuit zijn standpunt geldt: hoe rechthoekiger hoe beter’.

parvati1aWat heeft dit te maken met schoonheid of originaliteit, vraagt u zich misschien af? Om dit verder te illustreren gebruikt Ramachandran een beeld van de Hindoe-godin Parvati. Zij is op zo’n manier weergegeven, dat ze het ultieme (en overdreven) voorbeeld is van alles wat vrouwelijk is en wat mannen als aantrekkelijk aan vrouwen beschouwen. Ze beschikt over een smalle taille, grote borsten en brede heupen en is daarmee het absolute stereotype beeld van vrouwelijkheid.

Je kunt dit vergelijken met de manier waarop tekenaars karikaturen maken. Ook zij lichten enkele bijzonder saillante details uit een portret en zetten die sterk aan, zodat de eeuwige lach van Rutte een van oor-tot-oor-lach is die ruim de helft van zijn gezicht in beslag neemt.

Kiekeboe
Een andere wet die Ramachandran noemt is de ‘wet van kiekeboe‘, of ‘perceptueel problemen oplossen’. Deze wet heeft te maken met het ‘gegeven dat je soms iets aantrekkelijk kunt maken door het minder zichtbaar te maken’.
Om maar wat te noemen: vanuit esthetisch oogpunt kan een afbeelding van een mooie, naakte vrouw in doorzichtige of zeer schaarse kleding veel aantrekkelijker zijn dan een willekeurig shot uit een pornofilm waarin een naakte vrouw zichzelf wijdbeens bevredigt met bijvoorbeeld een uit de kluiten gewassen komkommer. Het eerste laat namelijk nog iets aan de verbeelding over.
Ramachandran verklaart dit door te stellen dat we de voorkeur geven aan een soort verstoppertje spelen en onze voorliefde voor het oplossen van puzzels. Hij noemt dit het ‘hoera-gevoel’ en verklaart dit door het genoegen dat het ons verschaft.
Met andere woorden: wil een kunstenaar de kijker behagen, dan zal hij of zij een subtiel spel moeten spelen tussen onthullen en verhullen. En hoe beter (lees: origineler) deze dat kan, hoe aantrekkelijker we het vinden.

Flaming June
Neem bijvoorbeeld het schilderij ‘Flaming June‘ van Frederic Leighton uit 1895:
‘Flaming June’ kan verwijzen naar de maand juni, maar kan ook betrekking hebben op de naam van de vrouw, de kleur van haar gewaad of al deze betekenissen in één. Leighton had veel belangstelling voor de klassieke oudheid en we mogen aannemen dat hij dit schilderij met Venus, de Griekse godin van liefde, schoonheid en vruchtbaarheid in het achterhoofd heeft geschilderd. Het oranje van het enigszins doorzichtige gewaad maakt een sensuele indruk. Het zorgt ervoor dat de lichaamswarmte (zie de roze blosjes op de wangen) bijna voelbaar wordt.
Waar het vooral om gaat is dat het schilderij veel suggereert, maar nauwelijks iets onthult. Het is vooral prikkelend in wat het te raden over laat en hoe de toeschouwer de situatie interpreteert.

Leighton

Frederic Leighton (1830 – 1896)
Flaming June (1895)
Olieverf op doek (121 x 121 cm)
Museo de Arte de Ponce, Ponce / Puerto Rico

Metafoor
Ten slotte noemt Ramachandran nog het gebruik van de metafoor als esthetische wet. In zekere zin sluit dat aan bij wat ik hierboven opmerkte over de balans tussen onthullen en verhullen. Een metafoor is een vorm van beeldspraak (‘Flaming June’), maar in de beeldende kunst kunnen we ook visuele metaforen gebruiken. Het gaat om een verborgen betekenis die deels verhuld en deels onthuld wordt door het beeld of de afbeelding. Het roept een ‘hoera-gevoel’ op als we die betekenis doorzien, maar het schenkt ook esthetisch genoegen, omdat het onze beleving op een abstracter, zeg maar hoger niveau prikkelt.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in beeldende kunst, esthetiek, kleur en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s