BEELDTAAL

BEELDTAALBLOG is een project van Willem Visser, (SEO)tekstschrijver, beeldend kunstenaar, (waarnemings)psycholoog en ontwerper van infographics. ‘Beeldtaal’ is te omschrijven als overdracht van gedachten waarbij geschreven – of gesproken taal geheel of gedeeltelijk vervangen is door beelden.
Op de hoogte blijven? Volg ons op Twitter: https://twitter.com/beeldtaalblog
Meer weten? Neem vrijblijvend contact op: txtpro@kpnmail.nl
Of kijk op de website van TXTPRO*nl

Advertenties
Geplaatst in introductie

EN ER WAS LICHT

Alles begint met licht.
Dat lezen we al in het Oude Testament:

En God zeide: Daar zij licht! en daar werd licht.
En God zag het licht, dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en tussen de duisternis.
En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht.
Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de eerste dag.

Met het ontsteken van de lichten was het toneel gereed voor de opvoering…
Een beetje raar eigenlijk. Want we moesten nog een paar scheppingsdagen wachten op de zon, de maan en de sterren. Je zou verwachten dat het met het scheppen van de zon en de sterren de lichtvoorziening automatisch geregeld was.
Dus zou het niet meer voor de hand gelegen hebben om die klus eerst te klaren?
Maar goed, wie ben ik om me met zoiets gecompliceerds als ‘De Schepping’ te bemoeien?

Hoe dan ook, daarna volgden de decors en de figuranten in de vorm van planten en dieren en tot slot de hoofdrolspelers: wij.

De meeste andere godsdiensten beginnen de schepping ook met de scheiding tussen licht en duister. Dat heeft niet alleen een natuurkundige betekenis, maar vooral een psychologische. Licht is goed; het duister staat symbool voor het kwaad dat zich nu eenmaal bij voorkeur in de nacht afspeelt.
Door de komst van de kunst- en straatverlichting spreekt de nacht voor de moderne mens minder tot de verbeelding dan voor mensen die voor de Industriële Revolutie leefden. Toch geldt ook voor ons het duister als keerzijde van de dag en roept de nacht nog steeds een gevoel van onbehagen op. Misdaden en andere duistere zaken spelen zich bij voorkeur in de nacht af.

Kunst en licht

De zon was lang onze belangrijkste en vrijwel enige lichtbron. Vroeger werden ’s nachts wel kaarsen, olielampen en vuur als lichtbronnen gebruikt, maar kaarsen waren duur en het licht ervan beperkt. Tegenwoordig beschikken we over elektrisch licht en zijn we steeds minder afhankelijk van de zon.

Hoewel we er nauwelijks bij stilstaan, heeft het gebruik van straatverlichting en kunstlicht in binnenruimten een complete cultuurverandering teweeggebracht. Leven en werk werden vroeger in hoge mate bepaald door de zon. Een 24-uurs economie was tot in de 19e eeuw onmogelijk, omdat deze afhankelijk is van de mogelijkheid om dag en nacht te produceren en consumeren. Dat werd pas mogelijk met de opkomst van kunstmatige lichtbronnen die voldoende sterk waren om (fabrieks)hallen te verlichten.

Licht vormt een belangrijk, om maar niet te zeggen onontbeerlijk, element in de schilderkunst. Toch was het pas in de 16e eeuw, gedurende de periode die we nu barok noemen, dat schilders zich intensief bezig gingen houden met de dramatische en expressieve kwaliteiten van licht.

De grote wegbereider was natuurlijk Carravagio (1571 – 1610). Hij is de geschiedenis ingegaan als schilder van het clair-obscur, het dramatische licht-donkercontrast, dat zijn figuren in theatrale lichtbundels laat opdoemen tegen een duistere achtergrond.

1082px-Michelangelo_Caravaggio_040

Carravagio (1571 – 1610)
De roeping van Matteüs (ca. 1600)
Olieverf op doek (322 x 340 cm)
Contarelli Chapel, San Luigi dei Francesi, Rome 

Een voorbeeld is het schilderij ‘De roeping van Matteüs’ uit 1660.
We zien het interieur van wat waarschijnlijk een kroeg is. Aan tafel zitten de belastinginner Levi (die later de apostel Matteüs wordt) en vier van zijn assistenten de opbrengst van de dag te tellen. Rechts verschijnt Christus (herkenbaar aan een halo rond zijn hoofd), samen met Petrus. Christus, die bijna als een geestverschijning staat afgebeeld – alleen maar hoofd, arm en hand, de rest verdwijnt in het duister – gebaart met zijn rechterhand naar Levi.

Volgens het bijbelverhaal, staat Levi vervolgens op en volgt Christus. Wie goed kijkt, ziet dat Christus’ voeten al gedraaid staan om de zaal te verlaten. Het doek is te verdelen in tweeën. Rechts staande Christus en Petrus en links de groep rond de tafel. De laatste groep uiteraard lager afgebeeld. Daartussen bevindt zich een soort grensgebied die overbrugd wordt door de handen van Christus en Petrus.
Carravagio manipuleert de blik van de kijker door de lichtval. Er is een sterke beweging van rechts naar links, waardoor alle blikken uiteindelijk naar Matteüs gaan.

Kaarslicht

Als we aan Carravagio denken, dan denken we meteen aan Rembrandt. Maar ik wil de minder bekende Georges de la Tour (1593 – 1652) uitlichten. Hij voegde namelijk iets bijzonders toe: het schilderen van kaarslicht.

georges de la tour

Georges de la Tour (1593 – 1652)
De berouwvolle Magdalena (1635/1640)
Olieverf op doek (113 x 93 cm)
National Gallery of Art, Washington D.C.

We blijven in bijbelse sferen. Maria Magdalena zit in gedachten verzonken met drie symbolen: de kaars, de spiegel en de schedel. De spiegel symboliseert de zelfreflectie en de vergankelijkheid van de schoonheid, de kaars het voorbijgaande leven en de schedel de dood. De schedel staat voor de kaars, die we daardoor alleen indirect, namelijk door het licht dat deze uitstraalt, te zien krijgen. Maria Magdalena heeft haar hand op de schedel en de andere ondersteunt haar eigen hoofd. Ze vormen zo a.h.w. een verbinding tussen het leven en de dood, die immers altijd op de loer ligt.

De La Tour schilderde verschillende voorstellingen waarin hij de effecten van kaarslicht bestudeerde. Hij maakt daarin gebruik van vereenvoudiging van vormen, een beperkt kleurenpalet en legt sterk de nadruk op details. Daardoor weet hij een sfeer van verstilling en reflectie te scheppen die weliswaar minder dramatisch is dan in het werk van Carravagio, maar zeker niet minder krachtig.

Licht op de wetenschap

Een derde voorbeeld van het dramatische lichteffecten zien we in het werk van Joseph Wright of Derby (1734 – 1797).

Joseph_Wright_of_Derby,_1768

Joseph Wright of Derby (1734 – 1797)
Een experiment op een vogel in een luchtpomp (1768)
Olieverf op doek (183 x 244 cm)
National Gallery, Londen

Wright was een kind van zijn tijd. Dat wil zeggen de Industriële Revolutie en de Verlichting; het tijdperk van wetenschappelijke ontdekkingen en vooruitgang. We zien op het schilderij een onderzoeker met een vogel in een glazen bol, waaruit een pomp langzaam de lucht zuigt.
De gevolgen laten zich raden.

In de groep zien we verschillende reacties van de toeschouwers: een meisje kijkt bezorgd naar de vogel, terwijl het iets oudere meisje niet eens wil zien wat er gebeurt. Haar vader probeert haar gerust te stellen. Eén man neemt de tijd op, een jongen kijkt belangstellend toe en het jonge stel lijkt overwegend oog te hebben voor elkaar. De onderzoeker zelf kijkt ons, de toeschouwers buiten het schilderij, aan.

Daagt hij ons uit? Moet hij doorgaan met het wegpompen van de lucht, of gaan we de vogel redden? Opvallend is dat behalve bij de kinderen, er weinig oog lijkt voor het lot van de vogel. Misschien is dat kenmerkend voor de tijd: sentimenten mogen de wetenschappelijke en economische vooruitgang niet hinderen.

Veel van de lichteffecten die we hierboven zien, zullen later terugkomen in de film. Met name in het tijdperk van de zwart-witfilms, maakten regisseurs gebruik van dramatische lichteffecten en hevige licht-donkercontrasten die veelal symbolisch geladen waren.

Geplaatst in beeldende kunst, beeldretorica, licht, schaduw | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

SCHILDERIJ vd MAAND 18/01

Onder de titel ‘Schilderij van de Maand‘ zet BEELDTAALBLOG maandelijks een schilderij in de etalage om daarmee een virtuele galerie samen te stellen. Het gaat vaak om schilderijen die onder de radar van de ‘grote’ kunstgeschiedenis zijn gebleven; minder bekende meesterwerken die de moeite van het bekijken echter meer dan waard zijn.

Het werk van de Amsterdamse kunstenaar Jaap Hillenius stond in het teken van licht, kleur en natuur. In 1999 kwam hij om het leven bij een verkeersongeval. Daarmee kwam een eind aan zijn zoektocht naar het ‘ultieme schilderij’.

hillenius jaap - la foret 1989
Jaap Hillenius (1934 – 1999)
La forêt (1989)
Olieverf op doek (150 x 170 cm)
Collectie: Galerie Frank Welkenhuysen, Utrecht

In het schilderij van deze maand zien we twee menselijke figuren innig verstrengeld op de bodem van een bos. De gestalten zijn geabstraheerd en in warme kleuren weergegeven. De rest van het schilderij, waarin landschappelijke elementen zijn verwerkt, is geschilderd in koele kleuren. Met lijnen zijn omtrekken van bomen aangeduid. We zien hier groene, paarse, blauwe en oranje tinten. Rechtsonder komen vijf armen het beeld in. Zij lijken de geliefden te willen aanraken, of strelen. Dit soort handen zien we soms in grotschilderingen, waarbij de prehistorische schilders hun eigen handen als sjabloon gebruikten.

Hillenius neemt in 1970 het besluit op zoek te gaan naar het ‘ultieme schilderij’. Eerst is hij mensen gaan schilderen, fragmentarisch weergegeven en opgebouwd uit ritmes. Daarna heeft hij vooral de beweging van water getekend. Van water ging het naar vegetatie en de ritmes van het groeien. Deze elementen zien we ook in het schilderij ‘La forêt’ terug.
Studiereizen brachten hem naar het oerwoud van Guatamala en Kenia. Om de ruimte van de woestijn te ervaren trok hij naar Arizona. Het licht en de kleur van de zomer zijn belangrijke thema’s die in veel van zijn werk voorkomen.

In zijn werk werd Hillenius sterk beïnvloed door de pointillist Seurat en het orphisme, de overgangsvorm tussen kubisme en abstracte kunst. We zien dit in het werk van de Fransman Robert Delaunay. Naast deze voorbeelden had Hillenius een grote belangstelling voor niet-Westerse kunst.

Van Seurat speelde vooral het grote doek ‘Une apres-midi de dimanche sur l’ile de la Grande Jatte’ uit 1885 een belangrijke rol. In dit schilderij zien we het licht in al zijn helderheid weergegeven. Alsof het altijd zondag is en de zomer nooit ophoudt.

Seurat,_1884
George Seurat (1859 – 1891)
Une apres-midi de dimanche sur l’ile de la Grande Jatte (1884 – 1885)
Olieverf op doek (207 x 308 cm)
Art Institute of Chicago

Echo’s van Seurat vinden we bijvoorbeeld terug in het schilderij ‘Drie figuren buiten / le dejeuner’:

Hillenius - drie figuren
Jaap Hillenius (1934 – 1999)
Drie figuren buiten / le dejeuner (1981)
Olieverf op doek (100 x 100 cm)

Het hele oeuvre van Hillenius stond in het teken van harmonie met de natuur. Dat betekende tevens een opgaan in de natuur. Daarom schilderde hij een jaar lang water; vervolgens een jaar lang gras. Het doel was het schilderij net zo veel licht te laten terugkaatsen als het gras deed. Sommige schilderijen zijn zo ontdaan van iedere herkenbare vorm, dat slechts het licht en de kleur van (vooral) de zomer overblijven.

Zijn streven was bovenal de natuur met onbevangen blik vast te leggen. Maar hij zag tevens de moeilijkheid daarvan: ‘Zodra je kijkt naar een koe zal het geheugenbeeld van een koe controlerend werken op de directe waarneming.’
De hersenen plaatsen het in een referentiekader.
Hillenius: ‘Het betekent dat er een ongelooflijk kort moment is dat je juist waarneemt en alles wat volgt gekoppeld is aan de herinnering.’
We weten door zijn vroege dood niet waar de schilderkunstige zoektocht naar het ‘ultieme schilderij’ die hij op zich genomen had, hem uiteindelijk gebracht zou hebben. Wat we wel zien is de intensiteit waarmee hij zich aan deze tocht overgaf.

Geplaatst in beeldende kunst, expressie, kleur, licht, schilderij vd maand | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

HET HEMELSE BLAUW

The power of profound meaning is found in blue…Blue is the typical heavenly color. The ultimate feeling it creates is one of rest. When it sinks almost to black, it echoes a grief that is hardly human.

Aldus de schilder Wassili Kandinsky (1866 – 1944).
Het citaat staat in het boek van Philip Ball uit 2001: Bright Earth – Art and the Invention of Color (University of Chicago Press / Chicago). Ball beschrijft hierin de ontstaansgeschiedenis van kleuren en het gebruik in de schilderkunst door de eeuwen heen. Ook laat hij zien hoe de ontdekking van nieuwe kleuren van invloed was op de schilderkunst en de expressiemogelijkheden van kunstenaars.

Wij zijn gewend aan een ruime keuze aan kleuren. Zoek je een blauw? Je loopt een zaak met kunstenaarsbenodigdheden binnen en het duizelt je. Je kunt kiezen uit acht tinten  en in het duurdere segment zelfs uit vijftien! Het probleem is eerder de overdaad dan de beperking. Maar juist dat laatste was door de eeuwen heen het geval.

Van ‘over zee’

Kijk maar naar blauw: tot in de achttiende eeuw was het aanbod aan tinten uiterst beperkt. Bovendien waren sommige peperduur. Ook de betrouwbaarheid van kleurstoffen liet nogal te wensen over. Wilde je als schilder een helder en lichtecht blauw, dan was je aangewezen op ultramarijn. Deze kleur was afkomstig van  een ondoorzichtige halfedelsteen met een intense azuurblauwe kleur, lapis lazuli genaamd. Het werd gewonnen in mijnen in Afghanistan en bereikte Europa van ‘over zee’, wat de naam ultramarijn verklaart. Niet alleen moest het van ver komen; om er ook nog eens een hemelse kleur van te maken, waren veel arbeidsintensieve bewerkingen nodig.

Dit alles maakte dat het pigment kostbaar was. Daarom gebruikten schilders het spaarzaam en alleen als de allerhoogste kwaliteit nodig was. Vooral voor de mantel van Maria was ultramarijn de kleur bij uitstek. Daarmee symboliseert het haar status als Koningin van de Hemel. Bovendien benadrukte het gebruik van de kleur het de gulheid van de schenkers.
Menging met andere kleuren was regelrechte heiligschennis.
Kunstenaars gebruikten vaak het goedkopere azuriet als onderschildering. Toen in de zestiende en zeventiende eeuw azuriet minder beschikbaar kwam, steeg de prijs van ultramarijn nog verder en werd het zelfs duurder dan goud.

Een alternatief voor ultramarijn was er nauwelijks. Azuriet miste de kracht en helderheid en was te groen. Indigo was een natuurlijk pigment afkomstig uit verschillende soorten planten. Het kon ook tippen aan de helderheid van ultramarijn. Het is donkerder en neigt, net als azuriet, naar groen. Het mengt daardoor slecht met rood om violet te krijgen. Tegenwoordig is indigo vooral van belang als de kleurstof waarmee spijkerbroeken geverfd worden.

Kruisafname

Een mooi voorbeeld van het gebruik van ultramarijn zien we in het schilderij van Rogier van der Weyden. Maria draagt een helder blauwe mantel van ultramarijn. Zij bezwijkt onder de heftige emotie als het lichaam van haar zoon van het kruis gehaald wordt. Links van haar staat de apostel Johannes, traditioneel geschilderd in rood en zonder baard (hij was immers de jongste apostel). In het Johannes evangelie staat hoe Jezus vlak voor zijn overlijden zijn moeder Maria aan hem toevertrouwt.

Rechts staat Maria Magdalena, handenwringend met de blik naar beneden gericht op de voeten van Christus. Zij draagt een jurk die waarschijnlijk geschilderd is met indigo, wat meteen het verschil laat zien tussen beide blauwen.

Rogier van der Weyden

Rogier van der Weyden (1388 – 1464)
Kruisafneming  (tussen 1435 en 1438)
Olieverf op paneel (220 x 262 cm)
Prado, Madrid

Die waardering in de late middeleeuwen staat in schril contrast met hoe de Romeinen tegen blauw aankeken: voor hen was het de kleur van de barbaren. Sommige barbaarse stammen smeerden zich voor de strijd in met een blauwe kleurstof (indigo) om hun vijanden schrik aan te jagen.

Een Romein van enig aanzien kleedde zich daarom niet in blauw. Violet of purper, dat waren de kleuren van de hogere stand. Nero bepaalde zelfs op straffe des doods dat alleen de keizer, senatoren en priesters de Tyrische kleur (zo genoemd naar de plaats in het tegenwoordige Libanon waar de kleurstof werd gewonnen) mochten dragen.

Lievelingskleur bij uitstek

Tegenwoordig geldt blauw in de westerse wereld als de  lievelingskleur bij uitstek. Ook bij het bedrijfsleven staat het symbool voor  degelijkheid, (technische) betrouwbaarheid en kwaliteit. Om dit uit te stralen gebruiken veel bedrijven blauw in hun logo en andere communicatieve uitingen.

In de beeldende kunst is blauw de mantel van Maria ontstegen.
Henri Matisse schilderde in het begin van de jaren vijftig van de vorige eeuw een serie blauwe naakten.

Matisse Blauw Naakt 1952

Enkele jaren later zou Yves Klein nog een stapje verder gaan door modellen, die hij insmeerde met blauwe verf (synthetisch ultramarijn, maar door Klein omgedoopt tot International Klein Blue – IKB), als levend penseel te gebruiken op grote doeken.

Klein IKB

Geplaatst in beeldende kunst, boekbespreking, expressie, geschiedenis, kleur | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

LES PARAPLUIES: KORTE GESCHIEDENIS VAN EEN KLEUR

Pierre-August Renoir (1841 – 1919) geldt als één van de aartsvaders van het impressionisme. Zijn schilderij ‘Bal du Moulin de la Galette’ uit 1876 siert de omslag van menig boek over de impressionisten.

Renoir,_Le_Moulin_de_la_Galette 2

Pierre-August Renoir (1841 – 1919)
Bal du Moulin de la Galette (1876)
Olieverf op doek (131 x 175 cm)
Musée d’Orsay, Parijs

Dat is niet voor niets: het kan als karakteristiek gelden voor alles wat we in het algemeen onder ‘impressionisme’ verstaan. Alles kon onderwerp voor een schilderij zijn, zolang het maar uit het volle leven gegrepen was; geen plechtstatige taferelen of klassiek geënsceneerde composities. Zo zag de werkelijkheid er namelijk niet uit.
Voor de impressionisten stond vooral de weergave van het licht centraal. Daarvoor hanteerden zij een schilderstijl die los en schetsmatig was; een impressie in de ware zin van het woord.

Een klassieke(re) invalshoek

In 1881 onderneemt Renoir een reis naar Italië en Algiers. In Italië maakte hij kennis met schilders uit de renaissance. Na terugkomst omarmde hij een meer klassieke stijl waarin hij gladder en koeler schilderde.
In een nog latere periode keerde hij weer terug naar een vrijere en lossere penseelvoering. Zijn onderwerpen waren dan vooral huiselijke taferelen en naakten, badend in het zonlicht. De vorm raakte steeds meer opgelost in losse verfstreken, maar zijn werk kreeg daarmee ook iets ‘zoetigs’ en ‘popperigs.’

Een schilderij dat de overgang van het impressionisme naar de klassieke stijl illustreert is ‘Les Parapluies’ waaraan hij werkte van 1880 tot 1886.

Renoir Les Parapluies

Pierre-August Renoir (1841 – 1919)
Les Parapluies (1880 – 1885)
Olieverf op doek (180 x 115 cm)
National Gallery, Londen

Stijlbreuk

In het schilderij staan veel mensen op een kluitje die allemaal bezig zijn hun paraplu uit te vouwen. Het is een gedoe van jewelste binnen de beperkte ruimte van het platte vlak. Een plensbui is losgebarsten. De paraplu’s vormen zo een verzameling geometrische vormen die voor buitengewoon veel beroering zorgen.
Het doek is voornamelijk geschilderd in blauwen en grijzen. Daarbij is er een opvallend verschil tussen de blauwen in de kleding van de vrouw met de twee meisjes en de vrouw die ons links aankijkt.

De scheidslijn tussen de impressionistische en de meer klassiek georiënteerde schilderstijl loopt globaal genomen dwars over het doek. De linkerzijde dateert van na Renoirs reis naar Italië en Algiers; de rechterzijde is daarvoor geschilderd. De vrouw met de twee meisjes aan de rechterkant is gekleed in de mode met strikjes en franjes die rond 1880 op het hoogtepunt was.

Pierre-Auguste_Renoir_The_Umbrellas_ca._1881-86-linie

De kleding van de vrouw met het mandje aan de linkerkant dateert van na 1883. Het modebeeld is soberder geworden en dat zien we terug in haar kleding. Waarschijnlijk is dit Suzanne Valadon (1865 – 1938) die we op meer schilderijen van Renoir zien figureren.

Het probleem met blauw

Behalve de wisselende mode en schilderstijl loopt er nog een lijn dwars door het werk: de verandering in Renoirs palet. De rechterkant van het doek verschilt van de later geschilderde linkerkant. De vrouw met de twee kinderen is geschilderd in helder kobaltblauw. Aan de linkerkant komt deze kleur nauwelijks terug en zien we een grijzer blauw. Onderzoek wijst uit dat de pigmenten hier vooral uit het pas ontwikkelde synthetische ultramarijn bestaat. Kobaltblauw is in de bovenste lagen niet meer aanwezig.

Blauw was tot het eind van de achttiende eeuw een nogal problematische kleur. Schilders hadden namelijk een beperkte keuze: het peperdure ultramarijn (gemaakt van de halfedelsteen lapis lazuli uit mijnen in Afghanistan) of indigo dat veel minder betrouwbaar was en bovendien niet helder blauw. Daar was rond 1750 wel pruissisch blauw bijgekomen, maar ook deze kleur was niet lichtecht en neigde bovendien naar groen, waardoor bijvoorbeeld menging met rood geen zuiver violet gaf.

Aan het begin van de negentiende eeuw verscheen het stabiele en heldere kobaltblauw. Nadeel was echter dat deze kleur ook naar groen zweemde en bepaald niet goedkoop was. Waar schilders nog steeds op zaten te wachten was een kleur die leek op ultramarijn, maar aanzienlijk minder kostbaar was. Die kleur kwam rond 1870 in de handel: synthetisch ultramarijn. Dit was een intens blauw en bovendien bijzonder lichtecht.

Voor 1881 gebruikte Renoir uitsluitend kobaltblauw. Toen hij na zijn reis naar Italië het werk opnieuw ter hand nam, verving hij het door ultramarijn. Niet alleen zijn schilderstijl onderging een verandering (net als de mode in de tussentijd), ook in zijn kleurgebruik pastte hij zich naadloos aan aan de sobere en strakke regels die hij zichzelf oplegde.

Geplaatst in beeldende kunst, esthetiek, kleur, licht | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

AUTOSTEREOGRAMMEN

Een autostereogram is een plaatje dat de illusie van een driedimensionale voorstelling geeft. Er staat ‘auto’ voor, omdat de driedimensionaliteit zonder hulpmiddelen tot stand komt. Je hebt dus geen viewer nodig of een bril met groene en rode glazen. Het gaat (na enige oefening) helemaal vanzelf. Het enige wat je moet doen is je blik niet scherp stellen op het plaatje, maar op een punt achter het plaatje.

Makkelijker gezegd dan gedaan overigens.

Laten we beginnen met een eenvoudige oefening. Hieronder zie je een afbeelding, de zogenaamde Necker-kubus. Deze kan gezien worden als een kubus waarbij we van onder tegen of van boven op de kubus kijken.
Daarbij verandert het groene vlak van voor- in achterkant en vice versa.

necker_cubecopy

Het is onmogelijk beide beelden gelijk te zien en evenmin kan je iets zien dat er een beetje tussenzit. Ergens in je hoofd moet je een knopje omzetten, waardoor de twee beelden elkaar afwisselen.
Als het goed is, ervaar je het ook letterlijk als overschakelen naar een andere kijkmodus. In het begin kan het moeilijk zijn de omkering te maken, maar na enige oefening gaat het steeds makkelijker.

Zoek de haai

Welnu, na deze eenvoudige oefening gaan we terug naar het autostereogram.
Onderstaande afbeelding is afkomstig van Wikipedia.

Stereogram_Tut_Random_Dot_Shark

De beste manier om de werking van een autostereogram te ontdekken, gaat als volgt: je houdt je neus vlak voor het scherm. Je kunt nu niet scherp stellen, omdat je te dicht op de voorstelling zit. Het is zaak een beetje glazig te kijken naar het midden van de afbeelding en vervolgens je hoofd langzaam naar achter te bewegen. Zorg ervoor dat je ogen op hetzelfde punt gericht blijven. Als het goed is, ziet u nu langzaam het silhouet van een haai los komen van de achtergrond.
Indien niet, probeer het nogmaals.
Wikipedia beschrijft het proces als volgt: ‘the eyes have to be oriented as if focusing on an object behind the image, causing two neighboring repetition of the dot pattern to merge and the shark to appear.’

Het onderstaande plaatje laat het silhouet zien dat u ongeveer ‘los’ moet zien te ‘weken’ van de achtergrond.

Stereogram_Tut_Random_Dot_Shark - 2

Na enige oefening zal het lukken het driedimensionale beeld naar believen op te roepen terwijl je naar het plaatje kijkt. Het probleem met sommige stereogrammen is dat je niet altijd weet waarnaar je op zoek bent en zodoende ook niet weet waarop je je moet concentreren.

Hoe verklaren we het verschijnsel?

Het gaat ongeveer zo:

autostereogram

Het snijpunt van de richting van beide ogen ligt als het ware achter het blad, of in dit geval, het beeldscherm. Hierdoor worden de hersenen gefopt en lijkt het alsof we driedimensionale beelden waarnemen.

Kun je er geen genoeg van kan krijgen? Hier nog een plaatje.

3D schaak

Nog een variant

Deze is gebaseerd op het gegeven dat wij diepte zien, doordat het linkeroog een iets ander beeld heeft van de werkelijkheid dan het rechter. Als we deze twee beelden samenvoegen (wat vanzelf gebeurt in de hersenen), ontstaat één beeld met alle dieptekenmerken die we kennen.

Onderstaande foto’s lijken identiek, maar verschillen een fractie. Ze geven daarmee het verschil weer van het beeld dat het linker- en rechteroog waarnemen. De truc is nu om beide beelden te combineren.

Om dat te bereiken moet je naar de witte baan tussen beide afbeeldingen staren. Door nu een beetje te loensen schuiven beide beelden als het ware over elkaar heen en vormen zo samen één opmerkelijk realistisch driedimensionaal beeld.

3D

Het kan enige oefening (alsmede wat hoofdpijn wellicht) en geduld vergen, maar het resultaat is de moeite waard.

Geplaatst in diepte, visuele illusie, waarneming | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

SCHILDERIJ vd MAAND 17/12

Onder de titel ‘Schilderij van de Maand‘ zet BEELDTAALBLOG maandelijks een schilderij in de etalage om daarmee een virtuele galerie samen te stellen. Het gaat vaak om schilderijen die onder de radar van de ‘grote’ kunstgeschiedenis zijn gebleven; minder bekende meesterwerken die de moeite van het bekijken echter meer dan waard zijn.

Amerikaanse schilders uit het begin van de vorige eeuw vinden we weinig in Europese collecties. Edward Hopper, toch één van de bekendste, doet zo nu en dan met een retrospectief het Europese vasteland aan, maar minder bekende schilders zien we hooguit als ze deel uitmaken van een thematentoonstelling.

Modern Life & Charles Sheeler

In 2009 was er in de Rotterdamse Kunsthal de expositie ‘Modern Life‘ ter gelegenheid van 400 jaar New York. Daar maakte ik kennis met het werk van Charles Sheeler. Om eerlijk te zijn; ik vond zijn werk veel interessanter dan dat van Hopper. Niet dat mijn mening er verder veel toe doet, maar ik wil er maar mee zeggen dat er waarschijnlijk nog meer te ontdekken valt en de Amerikaanse schilderkunst van de eerste helft van de 20ste eeuw niet ophoudt bij Hopper.

Sheeler Yosemite

Charles Sheeler (1883 – 1965)
Yosemite (1957)
Olieverf op doek (48 x 72 cm)
Hirshhorn Museum, Washington DC

Amerikaans modernisme

Sheeler – en ik gebruik nu even Wikipedia als referentiekader – werd geboren in 1883 en stierf in 1965. Hij wordt beschouwd als één van de grondleggers van het Amerikaanse modernisme. Daarnaast was hij ook actief als fotograaf en filmer. Zoals zoveel Amerikaanse schilders maakte hij een studiereis naar Europa. In zijn geval was dat in 1909 en juist in die periode schudde de kunstwereld onder de opkomst van het kubisme en – zij het in mindere mate – het futurisme.
Sheeler was sterk onder de indruk van het werk van Braque en Picasso en verwerkte de invloeden daarvan in zijn werk op een manier die bekend zou gaan staan als het precisionisme.
In Europa komen we deze term niet tegen, maar het valt te vertalen als een vorm van ‘kubistisch realisme’. Een thema dat in veel precisionistisch werk voorkomt is de verheerlijking van de industrialisatie en het stedelijk leven waarin wolkenkrabbers, metro’s en wegen het beeld bepalen. Opmerkelijk genoeg vinden we bijna geen sporen van menselijke aanwezigheid in veel van deze werken. De wereld lijkt een gigantische fabriek. Daar lijkt een echo te klinken van de opvattingen van de Franse architect Le Corbusier, die de stad beschouwde als ‘een machine om in te wonen’.

Precisionisme

Kenmerkend voor het precisionisme is de nadruk op strakke geometrische vormen en abstracte patronen. We zien dat in het schilderij ‘Red against white.’

Sheeler 01

Charles Sheeler (1883 – 1965)
Red Against White (1957)
Tempera op plexiglass (12.7 x 15.2cm)
Museum of Fine Arts, Boston

Hier lijkt het alsof de titel zo gekozen is, dat het een zo objectief mogelijk beschrijving is van het onderwerp; namelijk alles teruggebracht tot het benoemen van de kleuren. Op dezelfde manier wilde Kandinsky zijn abstracte composities ontdoen van iedere gevoelsbetekenis door ze als ‘Compositie’ te benoemen met een nummer als verdere aanduiding. Dat neemt niet weg dat het een mooi, zelfs subtiel schilderij is. Sheeler speelt een spel met harde vormen en kleurvlakken die op een harmonieuze manier tegen en door elkaar geplaatst zijn. We ervaren licht en schaduw en ruimte. De blauwe lucht achter de silo’s (?) of fabrieksgebouwen breken het schilderij ‘open.’ In wezen straalt het beeld een weldadige warmte uit.

Verheerlijking van industrialisatie

De verheerlijking van de industrialisatie en vooruitgang verbeeldt Sheeler nog nadrukkelijker in het schilderij hieronder dat de – weinig aan de verbeelding overlatende – titel draagt ‘Stacks in celebration.’

4.0.1

Charles Sheeler (1883 – 1965)
Stacks In Celebration (1954)
Olieverf op doek (56 x 71 cm)
The Dayton Art Institute, Dayton, Ohio

Landschap

Toch heb ik als schilderij voor december gekozen voor een werk dat juist een ander aspect belicht van Sheeler. Want behalve zijn weergave van industriecomplexen en stedelijke landschappen, maakte hij ook landschappen.
In ‘Yosemite’, een natuurgebied in Californië, laat hij een andere kant van zichzelf zien. De kenmerken van het precisionisme zijn ook hierin aanwezig, maar de vormen zijn niet hard-edge en strak geometrisch, maar corresponderen juist met de gracieuze bewegingen in het landschap dat baadt in subtiele kleurharmonieën van violet, groen en blauw.

Geplaatst in beeldende kunst, schilderij vd maand | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

ROOD: GEDACHTEN BIJ EEN SCHILDERIJ

Rood is een aantrekkelijke kleur voor schilders, maar het kan snel teveel worden. Het gaat dan vervelen, of maakt onrustig. Daarnaast heeft het de neiging om gezichten bleek en vlak te laten lijken als het in de omgeving is toegepast. Rood in de voorgrond is wel een goede manier om diepte in een werk te krijgen, maar in de achtergrond heeft het de neiging alle aandacht naar zich toe te trekken en ruimtelijkheid juist tegen te werken. Rood kent twee kanten. Het duidt op gevaar en daagt tegelijk uit.
En laten gevaarlijke dingen nu toevallig ook vaak uitdagend en daardoor aantrekkelijk te zijn. Het is niet voor niets de kleur van de duivel. En van de liefde…

John_Singer_Sargent_SAJ008

John Singer Sargent (1856 – 1925)
A dinnertable at night (1884)
Olieverf op doek
De Young Museum, San Fransisco

Dat brengt mij bij het bovenstaand schilderij van de Amerikaan John Singer Sargent (1856 – 1925). Sargent was een razende alleskunner. Geen vernieuwer, maar een meer dan degelijk vakman die werkte in de impressionistische trant, zonder een impressionist pur sang te zijn.
Hij had in zijn tijd veel succes, wat hem het verwijt opleverde een societyschilder te zijn. Dat was hij ook, maar de vraag is dan weer: wat is daarop tegen? In dit schilderij heeft hij overvloedig gebruik gemaakt van rood. Zijn rood doordringt alles, maar dringt zich nergens op.
Het ambivalente karakter van rood komt overduidelijk naar voren. Het roept ook vooral vragen op. Zijn de man en de vrouw verveeld of genieten zij juist van elkaars gezelschap? Is het rood een indicatie voor hartstocht, of juist frustratie, melancholie misschien, een vage herinnering aan voorbije hartstocht?

Het rood roept een broeierige sfeer op. Maar hoe moeten we die duiden?
De vrouw zit centraal en kijkt ons recht aan. Wat vertelt haar blik ons? Zij kijkt een beetje rozig. Misschien van de wijn of port die op de tafel staat? En wat doet de man? Je zou hem bijna over het hoofd zien, zoals hij daar zit te roken in zijn hoekje. Kijkt hij naar de vrouw of er net langs? Waarom zit hij zo aan de rand? Natuurlijk, compositorisch is er rechts een tegenwicht nodig voor de donkere partij linksonder, maar dat is rationeel geklets.
De vragen blijven en het rood maakt ze alleen maar prangender.

Geplaatst in beeldende kunst, esthetiek, kleur, lichaamstaal | Tags: , , , | Een reactie plaatsen