BEELDTAAL

BEELDTAALBLOG is een project van Willem Visser, (SEO)tekstschrijver, beeldend kunstenaar, (waarnemings)psycholoog en ontwerper van infographics. ‘Beeldtaal’ is te omschrijven als overdracht van gedachten waarbij geschreven – of gesproken taal geheel of gedeeltelijk vervangen is door beelden.
Op de hoogte blijven? Volg ons op Twitter: https://twitter.com/TXTPROnl
Meer weten? Neem vrijblijvend contact op: txtpro@kpnmail.nl
Of kijk op de website van TXTPRO*nl

Advertenties
Geplaatst in introductie

SCHILDERIJ vd MAAND 18/09

Onder de titel ‘Schilderij van de Maand‘ zet BEELDTAALBLOG maandelijks een schilderij in de etalage om daarmee een virtuele galerie samen te stellen. Het gaat dan ook vaak om schilderijen die onder de radar van de ‘grote’ kunstgeschiedenis zijn gebleven; minder bekende meesterwerken die de moeite van het bekijken echter meer dan waard zijn.

weissenbruch 1

Hendrik Johannes Weissenbruch (1824 – 1903)
Landschap met molen bij Schiedam (1873)

Olieverf op doek (64,5 x 101 cm)
Museum Boijmans Van Beuningen – Rotterdam

Vooruit maar, de zomer loopt op z’n eind. Daarom nog een zomers tafereeltje uit de oude doos. De Haagse School om precies te zijn. Dus zo oud is het nu ook weer niet. Van het soort landschap dat we hier zien, zijn in het echt nog wat flarden over. Tussen Delft en Schiedam ligt Midden-Delfland en daar zal Weissenbruch deze molen en die koeien gezien en geschilderd hebben.

Ik kom er vaak en graag, wandelend of op de fiets en ken het gebied goed. Overal waar je nu kijkt zie je wel hoogspanningskabels, bovenleiding van het spoor Den Haag-Rotterdam en aan de horizon de hoogbouw van Delft, Schiedam of Rotterdam.
Maar die molen? Die kan ik nergens meer ontdekken.

Het schilderij wel. Dat hangt in Boijmans en daar zag ik het enige tijd terug. Een reproductie doet niet echt recht aan het origineel, maar dat is meestal zo. Wat mij telkens weer treft is het blauw van de lucht. Uitgesproken zomerblauw. Je voelt als het ware de warmte. Door de lage horizon (ongeveer tweederde van het doek bestaat uit lucht) benadrukt Weissenbruch de vlakheid van het landschap. Daardoor lijkt het ook alsof je zelf in het weiland staat tussen de koeien. Je kijkt ver weg, maar tegelijk is het landschap besloten door de bomenrijen aan de horizon.

De kleurstelling is van een uiterste eenvoud: veel blauw, een strook groen en verder grijs en wit. Met rechts, een beetje achteloos neergezet, nog een roodbruine koe die voor het nodige contrast zorgt. De compositie bestaat verder uit luie horziontalen en bij de waterkant en de molen een paar diagonalen en de de molen zelf die het beeld domineert. Het licht valt van rechtsachter. Daardoor staat de flank van de grazende koe volop in het zonnetje. Weissenbruch hanteert een opvallend, heldere schilderstijl. Bij hem gaan de vormen en kleuren niet impressionistisch in elkaar over.
Integendeel, ze lijken bijna gebeeldhouwd met licht.

weissenbruch 3

Hendrik Johannes Weissenbruch (1824 – 1903)
Zomerdag
Olieverf op paneel (19 x 31 cm)
Rijksmuseum – Amsterdam

Dat zien we ook op bovenstaand studiepaneeltje. Alles is met duidelijke, kloeke toetsen neergezet. En ook hier weer die simpele opbouw, in blauw en groen en wat grijs. In het midden een paar opvallende rode toetsen voor de daken. De horizon ligt nu wel hoger.

Verbeeld ik het me, of zie ik in het midden aan de horizon duinen? Dan zou dit landschap ergens langs de kust gesitueerd kunnen worden. Een landschap dat we trouwens nog steeds tegen kunnen komen op een zomerse fiets- of wandeltocht.

Weissenbruch geldt natuurlijk als belangrijk vertegenwoordiger van de Haagse School, die in het voetspoor van de Franse impressionisten het alledaagse leven in alledaagse taferelen wilden vastleggen. Het landschap speelde daarin een belangrijke, zeg maar dé belangrijkste rol. Onderwerpen waren vooral het platteland en natuurlijk het strand en de zee.

In 1900 trok Weissenbruch naar het bekende Franse Barbizon. Het was inmiddels 50 jaar geleden dat de schilders van Barbizon als Rousseau, Corot en Daubigny zich daar ophielden en de basis legden voor de nieuwe realistische schilderkunst die zou uitmonden in het impressionisme. Zij schilderden als eersten ‘en plein air’. In de open lucht dus, wat vooral mogelijk werd omdat de olieverf inmiddels in tubes te koop was. En hoewel de roep van Barbizon voorbij was, wilde Weissenbruch nog kennismaken met de sfeer waarin de grote voorgangers van de Haagse School hadden gewerkt. Daar ontstond het laatste van dit trio zomerlandschappen. Met het oog op het komende najaar en winter, kunnen we ons in ieder geval een beetje aan deze schilderijen verwarmen.

weissenbruch 2

Hendrik Johannes Weissenbruch (1824 – 1903)
Bosgezicht in de omgeving van Barbizon (1900 )
Olieverf op doek (48,5 x 64 cm )
Rijksmuseum – Amsterdam

Geplaatst in beeldende kunst, geschiedenis, kleur, licht, schilderij vd maand | Tags: , , | Een reactie plaatsen

SUBTIELE LICHAAMSTAAL OF HET CLEVER HANS EFFECT

Kunnen dieren tellen?
Volgens de Franse filosoof René (‘Ik denk dus ik ben’) Descartes (1596 – 1650) niet. In zijn visie waren dieren gewoon stomme automaten. Ze kenden geen emoties of bewustzijn. Bovendien gingen ze in tegenstelling tot de mens dood zonder vooruitzicht op een hiernamaals of wat dan ook. Vandaar dat ze als ‘zielloos’ beschouwd werden.

Inmiddels weten we wel beter.
Dieren (in ieder geval zoogdieren, vogels, en misschien een aantal reptielachtigen) hebben wel degelijk gevoelens, een bewustzijn en ze maken ook nog eens plannen. Dat betekent dat ze dus in staat zijn vooruit te kijken. Misschien doen ze dat niet op de manier zoals wij – als talige wezens. Maar ook zonder taal (en mét beeld) kom je al een heel eind.

Taal als basis van het denken?

Het is overigens een interessante (en vooral filosofische) vraag in hoeverre taal aan de basis ligt van ons denken, voelen en handelen. Wie bij een stoplicht komt, kijkt welk licht brandt en stemt daar zijn gedrag op af. Als je als voetganger of fietser op het signaal ‘groen’ oversteekt, terwijl er een auto met hoge snelheid aankomt, denk je niet eerst :

Ohjeetjedaarkomteenautoaanmethogesnelheiddiegaatvastdoorroodrijdenduslaatik tochmaarevenwachtenbovendienisheteenItaliaansesportautometeenrodekleurdus datkanbetekenendatdebestuurdersowiesoaleenstukagressieverenasocialerisdande gemiddeldeautorijder.

Nee, je trekt – als je al halverwege bent – een sprint, of wacht op het trottoir, al dan niet woedend over zoveel hufterig gedrag,  hoe dit verder gaat.
Daar komt geen monologue intérieur aan te pas.

Kluger Hans

kluger hans

Dieren communiceren. Dat kunnen ze heel goed zonder taal. Gewoon door op elkaars gedrag en lichaamshouding te letten. Non-verbale communicatie noemen we dit. Mensen maken daar ook gebruik van. Op deze site staat een beknopte populairwetenschappelijke kort-door-de-bocht-handleiding. De Amerikaanse psycholoog Paul Ekman heeft van dit onderwerp zo’n beetje zijn levenswerk gemaakt. Ik schreef eerder over hem.

Maar goed. Ik begon met de vraag of dieren kunnen tellen en deze vraag brengt mij bij het geval van ‘Kluger Hans’. Dit was een paard waarvan in het begin van de 20e eeuw beweerd werd dat het kon rekenen en ook nog andere (onpaardse) vaardigheden had aangeleerd. Het dier was eigendom van Wilhelm von Osten, een academisch opgeleide wiskundeleraar van zeer goede komaf (zijn vader was baron). Zijn paard Hans leefde van 1885 tot 1916. Dit paard zou hij niet als koetspaard inzetten, maar louter als een onderzoeksdier voor zijn autodidactische dierenpsychologieproeven op de binnenhof van zijn woonplaats. Die proeven gingen als volgt: Von Osten liet het paard getallen zien en vroeg Hans om het nummer met zijn voet te tikken op de grond. Of hij vroeg: ‘Hoeveel is vijf plus zes, Hans?’ Waarna Hans elf tikken gaf.
Hans viel op want hij leek te kunnen rekenen, lezen en zelfs kunstwerken te herkennen. In 1902 publiceert Von Osten in een toonaangevend militair tijdschrift het kunnen van Hans.

Communicatie en lichaamstaal

Omdat er geen bewijzen van bedrog waren, ging een groep wetenschappers onder leiding van de psycholoog Carl Stumpf het gedrag van Hans nauwgezet bestuderen. Stumpf’s student en medewerker Oskar Pfungst nam dit onderzoek voor zijn rekening. Pfungst stelde vast dat Kluger Hans inderdaad kon rekenen ook als Von Osten niet aanwezig was. Ook als Pfungst alleen was met Kluger Hans, deed deze de meeste opgaven foutloos.

Maar er bleek ook iets anders aan de hand. Pfungst liet het paard bijvoorbeeld getallen zien en vroeg Hans om het nummer te tikken. Als Pfungst de getallen zelf kon zien, dan was Kluger Hans vrijwel altijd correct (98%), maar als Pfungst de getallen niet kon zien of hij stond ver weg van Hans, dan was het antoord meestal verkeerd (8%).
Uit deze en soortgelijke experimenten concludeerde Pfungst dat Hans gebruik maakte van onbewuste hints van zijn eigenaar en mensen uit het publiek. Het was bijvoorbeeld zo, dat een kleine knik met het hoofd (om naar de voeten van het paard te kijken) werd uitgevoerd als het paard moest beginnen te tikken, en het hoofd weer omhoog ging als het benodigde aantal bereikt werd.

CleverHans

Met andere woorden: Hans rekende niet echt, maar bleek op subtiele lichaamssignalen van zijn baas te reageren. Stelde Von Osten dus de vraag ‘Hoeveel is vijf plus zes, Hans?’ dan was een klein zuchtje van Von Osten bij de elfde tik genoeg om het paard ermee op te laten houden. Hans kon dus niet rekenen, maar wel heel goed de lichaamstaal van de mensen om hem heen interpreteren. Sindsdien noemen we dit in de wetenschap het Clever Hans Effect.
Die gevoeligheid voor nonverbale communicatie is niet geheel toevallig overigens: paarden communiceren onderling ook met kleine, voor ons vaak bijna onzichtbare signalen.

Kunnen dieren nu tellen of niet?

Kom op Beeldtaalblog, je lijkt wel een politicus.
Geef nou eens een duidelijk antwoord!
Bij dezen: In 2002 verscheen een artikel in Trouw naar aanleiding van een publicatie in het vakblad Science over onderzoek bij makaken:

Zij ontdekten dat de dieren in hun hersenschors neuronen hebben die gevoelig zijn voor een bepaald getal. Zo gaan bij het zien van een verzameling van drie voorwerpen specifieke ‘3-neuronen’ vuren, terwijl bij ‘5’ weer andere zenuwcellen in actie komen.
De apen leerden eerst het aantal stippen vergelijken op twee opeenvolgende beelden op een monitor. Als dat aantal – variërend van 1 tot 5 – op beide beelden overeenkwam, moesten ze op een knop drukken. Er zal een lekkernijtje tegenover hebben gestaan, want na enige oefening scoorden de dieren tussen de 70 en 100 procent goed (…)Daarna werd hun hersenschors aangeprikt met elektroden, op de plaats waar neurologen al langer getaldetectoren vermoeden. En inderdaad bleek een derde van de neuronen ter plekke getalgevoelig, waarbij elk individueel neuron een voorkeur toonde voor een specifiek aantal. Het ‘4-neuron’ bijvoorbeeld vuurde bij het zien van vier stippen maximaal, terwijl het bij de direct omliggende aantallen (drie en vijf) nog lichtjes reageerde, maar bij twee of zes stippen helemaal niet meer.

Dat is dus wel iets heel anders dan het verhaal van Kluger Hans. Hoewel zijn geval weer een ander interessant weetje aan het licht bracht: de subtiele invloed van lichaamstaal in de communicatie tussen mens en dier.

Geplaatst in ecologie, geschiedenis, lichaamstaal, onderzoek, psychologie, taal | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

DE ‘LIGHTNESS ILLUSION’

Visuele illusies noemen we vaak ‘gezichtsbedrog’, maar het gaat helemaal niet om bedrog. Het zijn eerder aanpassingen die ons in staat stellen de wereld om ons heen beter waar te nemen.
Neem dit voorbeeld: een kraai is zwart, maar in de volle zon reflecteert een kraai misschien evenveel licht als sneeuw in de schaduw. Onze waarneming heeft dus niet veel aan absolute lichtwaarden. Die veranderen constant. We hebben geen lichtmeter in onze hersenen, die nauwkeurig de luminantie* van een voorwerp of afbeelding meet. We zien alles om ons heen in context. Daarin schuilt de informatieve waarde en daardoor herkennen we de zwartheid van de kraai en de witheid van de sneeuw onder alle omstandigheden.

De afbeelding hieronder is dus geen gezichtsbedrog, maar wel een visuele illusie, want de cirkels zijn alle zes even grijs. De objectieve grijswaarde komt overeen met het grijs in het midden van de ondergrond tussen cirkel drie en vier.
Hoe onze hersenen die grijswaarden interpreteren hangt dus af van het contrast met de achtergrond. Een cirkel tegen een lichte achtergrond lijkt aanzienlijk donkerder dan een cirkel tegen een donkere achtergrond, ondanks dezelfde luminantie.

lightness constancy 1

Je zou kunnen zeggen dat door het overdrijven van de verschillen ons brein (waar het uiteindelijke ‘zien’ plaatsvindt) de waarneming een handje helpt waardoor we duidelijker verschillen zien. Naarmate grijswaarden dichter bij elkaar liggen neemt dit effect af. Dat verklaart meteen het succes van camouflage: hoe meer je opgaat in je omgeving, hoe onzichtbaarder je bent.

Wie nog niet voluit overtuigd is van het feit dat de cirkel niet zelf van grijswaarde verandert, maar dat het een gevolg is van de manier waarop onze waarneming werkt, moet maar eens naar onderstaande video kijken.
Opvallend is daarbij het moment waarop de cirkel uit zijn ‘neutrale’ stand tevoorschijn komt: even lijkt het alsof deze nóg lichter of donkerder is. Blijkbaar zijn we ook nog eens extra gevoelig voor de subtiele overgang tussen onzichtbaar en nét zichtbaar.
Dat is niet zonder betekenis. In de natuur schuilt gevaar immers in een klein hoekje. Voor een prooidier is het van het grootste belang minimale verschillen op te merken. Het kan namelijk een jager in een hinderlaag zijn.

Meer lezen? ‘Het bedrogen oog’ eerder verschenen op Beeldtaalblog.

* De luminantie is de maat voor helderheid, de lichtsterkte die wordt uitgedrukt in candela (symbool cd).

Geplaatst in camouflage, ecologie, kleur, licht, onderzoek, visuele illusie, waarneming | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

SCHILDERIJ vd MAAND 18/08

Onder de titel ‘Schilderij van de Maand‘ zet BEELDTAALBLOG maandelijks een schilderij in de etalage om daarmee een virtuele galerie samen te stellen. Het gaat dan ook vaak om schilderijen die onder de radar van de ‘grote’ kunstgeschiedenis zijn gebleven; minder bekende meesterwerken die de moeite van het bekijken echter meer dan waard zijn.

Voor bijzondere schilderijen moet je in Teylers in Haarlem zijn. Natuurlijk, niet alleen voor bijzondere schilderijen: het hele Teylers is een belevenis; een museum in een museum, een doos van Pandora waar je niet uitgekeken raakt.

Wat de schilderijencollectie van Teylers zo opvallend maakt is dat het niet per se gaat om de grote namen die we toch wel kennen. Juist door de wat minder bekende meesters te bekijken vallen we van de ene verrassing in de andere. Het doet je beseffen dat er zoveel meer te zien en ontdekken valt.

Neem dit schilderij van Wijnand Nuijen:

Wijnand Nuijen

Wijnand Nuijen (1813 – 1839)
Een drukke haven in Normandië (1836)
Olieverf op doek (81 x 110 cm)
Teylers Museum, Haarlem

Ik hoor gemompel op de achtergrond: Wijnand wie? Nuijen, aangenaam.
Hij werd geboren en is overleden in Den Haag. Het mag duidelijk zijn dat hij niet oud is geworden; 26 jaar om precies te zijn. De meeste schilders begonnen op die leeftijd pas aan hun carrière.

Romantiek

De jonggestorven Wijnand Nuijen is de opvallendste romantische schilder die Nederland heeft voortgebracht. De stroming ontstond als reactie op de koele afstandelijkheid van het classicisme. Kunstenaars schilderden nieuwe onderwerpen met een emotionele lading, zoals een roemrijk verleden of de grootsheid van de natuur waarbij de mens een nietig schepsel lijkt. Men koos dramatische momenten zoals een naderend onweer, maar ook idyllische landschappen met een sprookjesachtige of religieuze sfeer waren bijzonder geliefd.

Normandië

In tegenstelling tot zijn landgenoten was Nuijen direct geïnspireerd door de Franse en Engelse schilderkunst van zijn tijd. Dat uitte zich in een lossere schilderstijl en uitgesproken kleurgebruik. Om inspiratie op te doen, reisde Nuijen langs de Franse kust. Daaraan danken wij ook dit fraaie werk dat ik presenteer als schilderij van de maand augustus.
Niet dat Nuijen een bepaalde plaats of exacte locatie heeft geschilderd. Het is een gefantaseerd Normandisch havenstadje tegen hoge krijtrotsen. Het bevat Normandische elementen: de genoemde krijtrotsen en de architectuur. We zien zeilschepen die hun waar afleveren op de kade waar die verder verhandeld en opgeladen worden. Het is, kenmerkend voor havensteden, een rommelige drukte van jewelste.

Bijna sprookjesachtige verbeeldingen

Het schilderij is van links naar rechts opgebouwd. Het linkerdeel met de donkere huizen en uitgestalde handel leidt ons als het ware het schilderij binnen. Vervolgens gaat de blik naar rechts, waar we nog even stuiten op een soort gotische totempaal die een beeldrijm vormt met de erachter liggende zeilschepen. In de verte komt nog een enorm schip binnengelopen dat extra de aandacht trek doordat het (ondanks de afstand) behoorlijk prominent in beeld komt. Maar ook doordat de sterke beweging van links naar rechts gericht lijkt op juist dit schip. De tint contrasteert bovendien mooi met de voorgrond, wat de indruk van diepte verder versterkt.
Nu ontbreekt het toch al niet aan diepte, omdat Nuijen uitbundig gebruik maakt van atmosferisch perspectief, het geleidelijk minder contrastrijk en donker worden van onderwerpen die verder weg liggen. Dit alles verleent het schilderij ook een dramatische spanning, die Nuijen nog eens accentueert door een dramatische wolkenlucht.

Het zijn allemaal ingrediënten waar schilders van de romantische school hun vingers bij aflikten en die ze uiterst bedreven en vol drama weergaven. Nuijen was leerling van de bekende landschapsschilder Andreas Schelfhout (1787-1870), maar zijn romantische, bijna sprookjesachtige verbeeldingen van Normandië sluiten meer aan bij de toenmalige internationale dan bij de Nederlandse kunst.

Geplaatst in beeldende kunst, cultuur, diepte, expressie, licht, ruimte, schilderij vd maand | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

ZOMER IN DE STAD

zomer in de stad

We onderscheiden warme en koude kleuren. Rood en geel zijn warm, blauw en groen koud. Daardoor associëren we geel of rood automatisch met warm. Op die manier kunnen we begrippen en ideeën ‘vertalen’ in beelden.
Beeldtaal dus.

Hittestress

Tijdens warme dagen zoals we die nu beleven horen we regelmatig over ‘hittestress’. Dit merken we vooral in stedelijke gebieden. De bebouwde omgeving – asfalt, glas en beton – houdt nu eenmaal warmte vast. Water zorgt voor verkoeling en bomen voor schaduw en gaan hittestress tegen.
Dit wordt geïllustreerd door onderstaand beeld:

hittestress

Het is afkomstig uit ‘Hittestress in Rotterdam’, een uitgave van de gemeente Rotterdam uit 2011. Het stedelijk gebied is gemakkelijk te herkennen. Niet alleen Rotterdam, maar ook de omliggende gemeenten kleuren warm rood. Het temperatuurverschil tussen binnenstad en buitengebied kan oplopen tot wel 7 graden.

De wateroppervlakken zijn het koelst, gevolgd door weide- en akkerbouwgebieden. Industriegebieden en de dichtbebouwde gebieden in het centrum vertonen aanzienlijk hogere temperaturen. De relatief lage oppervlaktetemperatuur in Hoek van Holland (2), Hillegersberg-Schiebroek (22 en 16) en (delen van) Prins Alexander (14) corresponderen met het beperkte percentage bebouwd oppervlak en het grote areaal aan groen.
In gebieden met veel begroeiing en water (Kralingse Plas en het Groene Hart ten noordoosten van Rotterdam) blijkt de temperatuur behoorlijk lager te liggen in vergelijking met dichtbebouwde stadsdelen in het centrum of de industrie- en havengebieden.

Dat noemen we daarom ‘hitte-eilanden’, een naam die voor zichzelf spreekt. Het mag duidelijk zijn dat de inrichting en vormgeving van de stad van invloed is op het proces van opwarming en de eventuele overlast waarmee dat gepaard gaat.

Kleur en kaart

Kleur bepaalt in hoge mate hoe we een afbeelding interpreteren en welke associaties het oproept. Kijk maar wat er gebeurt als we in plaats van warme kleuren, koude kleuren voor ons kaartje gebruiken:

hittestress 2

Hetzelfde kaartje in andere kleuren en we krijgen de indruk van een kleine ijstijd, waarbij binnenstedelijke gebieden extra getroffen zijn door immense koude.

Geplaatst in ecologie, kleur, onderzoek | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

SPIEGELBEELDIG

Vallen veronderstelt beweging. In ieder geval van boven naar beneden, maar vaak ook naar links of rechts. Vallen werkt op de lachspieren. Vandaar dat in films van Laurel en Hardy veel gevallen wordt.
Vallen heeft ook iets vernederends. Letterlijk. Je gaat immers neer. En niet vrijwillig zoals bij knielen. Je wordt ten val gebracht (door een ander of door iets). Een voorbeeld van stadia van vallen zien we in het prachtige schilderij van Pieter Breughel de Oude dat een illustratie vormt van het gezegd ‘als de blinde de blinde leidt, zullen ze beide eindigen in de greppel’.

bruegel_blinden_grt

Pieter Brueghel de Oude (1520 – 1569)
De parabel van de blinden (1568)
Tempera op doek (85 × 154 cm)
Museo di Capodimonte, Napels

We zien zes figuren die achter elkaar aanhobbelen. Er is sprake van een neergaande lijn, als we de hoofden volgen van links naar rechts. De achterste twee lopers stappen nog vol vertrouwen voort, zich niet bewust van hetgeen zich voor hen afspeelt. Bij de derde begint de twijfel toe te slaan en bij de vierde is sprake van alarm. Van de rechtopstaande figuur links naar de gevallen rechts is een duidelijke beweging waarneembaar, waarbij de tegenbewegingen van de stokken de verwarring lijken te versterken. Er is sprake van een verhaal en een toenemende spanning.

Daarnaast is er anticipatie: we weten zeker dat ook de onbekommerde wandelaar aan het eind van de rij gaat vallen. Volgens de waarnemingspsycholoog en kunstbeschouwer Rudolf Arnheim (Art and visual perception – A psychology of the creative eye; 1954/1974) ‘lezen’ we een beeld van links naar rechts: ‘Since a picture is “read” from left to right, pictorial movement toward the right is percieved as being easier, requiring less effort’.

Wat gebeurt er dan als we het beeld omdraaien?

bruegel_blinden_grt - 2

We ‘lezen’ het beeld nog steeds van links naar rechts. We beginnen nu echter met een stelletje over elkaar struikelende figuren. Wat ontbreekt is de aanleiding voor deze valpartij. Het is alsof iemand een mop vertelt maar begint met de clou. Terwijl juist de opbouw van het verhaal essentieel is.

De spanning en anticipatie die we in de originele afbeelding ervaren gaat volledig verloren. We beginnen als het ware bij de ontknoping en draaien de film in ‘omgekeerde volgorde’ af.

Geplaatst in beeldende kunst, beeldretorica, lichaamstaal, spiegelbeeld, waarneming | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

SCHILDERIJ vd MAAND 18/07

Onder de titel ‘Schilderij van de Maand‘ zet BEELDTAALBLOG maandelijks een schilderij in de etalage om daarmee een virtuele galerie samen te stellen. Het gaat dan ook vaak om schilderijen die onder de radar van de ‘grote’ kunstgeschiedenis zijn gebleven; minder bekende meesterwerken die de moeite van het bekijken echter meer dan waard zijn.

Wouters Dining_Table copy

Rik Wouters (1882 – 1916)
De etstafel (1908)
Olieverf op doek (89 x 96 cm)
Koninklijk Museum voor Schone Kunsten / Antwerpen

 

Van sommige schilders zou ik eigenlijk het liefst het hele oeuvre – of op z’n minst een heel groot deel ervan – willen laten zien. Dat zijn meestal de schilders die de schilderijen maken die ik zelf zou willen maken. Of gemaakt zou willen hebben.
Rik Wouters behoort tot die categorie. In Antwerpen heb ik in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, alweer jaren geleden, een groot aantal schilderijen van hem gezien en mijn ‘eigen’ Boymans heeft één schilderij in de collectie.

Ik heb uiteindelijk gekozen voor het Antwerpse doek ‘De etstafel’.
Eerst wat over de man. Rik Wouters wordt in 1882 in Mechelen geboren. Zijn eerste opleiding krijgt hij in het atelier van zijn vader die houtbewerker is. Hij ontpopt zich al snel als beeldhouwer en gaat in 1900 naar de Brusselse Academie. In 1904 ontmoet hij zijn vrouw Nel. Zij poseert als model voor verscheidene kunstenaars en wordt de muze die hij nooit zal ophouden te schilderen. Rond 1906 komt zijn werk los van de academische stijl. Hij is dan al enkele jaren aan het schilderen waarin hij experimenteert met verschillende stijlen.

In 1910 maakt hij kennis met het werk van Van Gogh en Cézanne. Dit is cruciaal voor zijn ontwikkeling. Zijn kleuren worden feller en hij gaat in grote, heldere kleurvlakken schilderen. Daarin doet zich de invloed gelden van het fauvisme.
In navolging van Cézanne kiest hij voor dunne lagen verf die het doek op verschillende plaatsen vrij laat. Dit zien we in het doek ‘Open venster op Bosvoorde’, een werk uit 1914 waarin hij het doek, in tegenstelling tot ‘De etstafel’, nog slechts summier maar uiterst trefzeker beschildert.

Wouters Gezicht op Bosvoorde copy

Rik Wouters (1882 – 1916)
Open venster op Bosvoorde (1914)
Olieverf op doek (108 x 123 cm)
Koninklijk Museum voor Schone Kunsten / Antwerpen

 

Hij krijgt steeds meer succes en sluit in 1912 een contract met galeriehouder Georges Giroux. Dit bevrijdt hem van de allerergste financiële zorgen. Het zorgt ook voor enorme productiviteit. De Eerste Wereldoorlog gooit echter roet in het eten. Hij wordt opgeroepen voor het front.
In die tijd krijgt hij ook steeds meer last van hevige hoofdpijn. Het blijkt kanker aan het kaakbeen. Het echtpaar vertrekt naar het neutrale Nederland en vestigt zich in Amsterdam waar Rik behandeld wordt. Vreselijke pijnen maken hem het werken steeds moeilijker. In 1915 verliest hij na een operatie een oog en bij een nieuwe operatie een stuk van zijn kaak.

Nel getuigt over Riks laatste winter als volgt:

De sombere winter van 1915-1916 hangt over Amsterdam als een lijkwade van ijzel en sneeuw. Het was tijdens een van die treurige dagen dat de kwaal herbegon. Zijn stem klinkt hol en het is pijnlijk hem te zien eten. Hij kan alleen vloeibare dingen naar binnen krijgen, en dan nog slechts, zoals zijn dagelijks verband, door de opening van zijn gebroken kaakbeen. Dit verband achter in zijn mond stinkt en dat vloeibare voedsel doet hem walgen. Het vooruitzicht van de lange slapeloze nachten, in een wanhopige strijd tegen de pijn, maakt hem radeloos. Hij kan niet blijven liggen, wandelde in een kring rond als een gek.

In 1916 sterft hij, nog geen 34 jaar oud. In zijn korte leven liet hij een indrukwekkend oeuvre na: in nauwelijks 10 jaar maakte hij 170 schilderijen, 35 sculpturen, 50 etsen, 40 pastels en 1500 tekeningen.

Terug naar het schilderij ‘de etstafel’.
Wat maakt dit schilderij zo fascinerend?
Allereerst de kleur. We zien wit. Heel veel wit. En grijs in tal van nuances. Temidden daarvan een paar kleurige accenten. Een blauwe fles, waarschijnlijk voor etszuur. In de vensterbank een boek met roodoranje kaft waar een dunner geel boekje tegen aan staat. Als contrast tegen het roodoranje zien we subtiele groene toetsen, een fles in groen met een fel rood etiket. Over de stoel hangt kleding in blauw en wit. Tegen het blauw zien we weer een helder oranje accent, wat door het blauw niet alleen zichzelf te kijk zet, maar ook het blauw extra accentueert. Complementaire kleuren immers.

En kijk eens naar dat wit en grijs. Wit is nergens wit. Grijs is nergens grijs. Overal heeft Wouters met de grootste subtiliteit kleuren geschilderd. Het licht spettert door de vitrage naar binnen en valt op de tafel waar licht en schaduw vormen suggereren en doorschijnende partijen zichtbaar maakt, zoals in de blauwe fles, die daarvan bekentenis aflegt door zijn blauw te weerspiegelen op het wit van de tafel.
De achtergrond bestaat uit een raadselachtig geheel van grijze tinten. De linker bovenhoek is open gelaten. Daar zien we de ondergrond. Kortom: het is een schitterend spel van kleurrijke accenten en contrasten die omgeven zijn door grijze en witte partijen.

Dit schilderij is een feest voor het oog. Er is geen vierkante centimeter die niet op de één of andere manier de aandacht waard is, waar niet iets gebeurt. Dit is een schilderij om in te verdwalen en eindeloos in te blijven dwalen.

Geplaatst in beeldende kunst, kleur, licht, ruimte, schaduw, schilderij vd maand | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen