BEELDTAAL

BEELDTAALBLOG is een project van Willem Visser, (SEO)tekstschrijver, beeldend kunstenaar, (waarnemings)psycholoog en ontwerper van infographics. ‘Beeldtaal’ is te omschrijven als overdracht van gedachten waarbij geschreven – of gesproken taal geheel of gedeeltelijk vervangen is door beelden.
Op de hoogte blijven? Volg Beeldtaalblog op Twitter: https://twitter.com/TXTPROnl
Meer weten? Neem vrijblijvend contact op: txtpro@kpnmail.nl
Of kijk op de website van TXTPRO*nl

Advertenties
Geplaatst in introductie

GISSEN EN MISSEN IN DE FORMULE 1

Waarom lijken formule 1-wagens allemaal op elkaar? Het antwoord op deze vraag is simpel: de reglementen. Binnen de regels van het spel zijn de wetten van de aerodynamica voor alle teams namelijk gelijk.
Aan de oppervlakte lijkt zich een wereld van grenzeloze mogelijkheden te openbaren, maar daaronder gaat een tomeloze regeldrang en –dwang schuil die iedere mogelijkheid tot vernieuwing en innovatie in de kiem smoort. 

Dat was in de jaren zeventig van de vorige eeuw wel anders. De greep van de commercie (vooral fabrikanten van rookwaar en alcoholische dranken) was ook groot, maar de reglementen lieten constructeurs alle vrijheid. Dat zorgde voor opmerkelijke ontwerpen. De Arrows A2 op de foto hieronder uit 1979 is daarvan een sprekend voorbeeld. Het was op papier een geniaal (en visueel prachtig) concept, maar bleek, eenmaal op de baan, een hopeloos onbestuurbaar geval (verderop in het artikel meer over de Arrows A2).
Daarmee was het kenmerkend voor de jaren zeventig: gissen en (vaak) missen.

1979 arrows A2

Zandvoort 1979: Jochen Mass in de regen in de Arrows A2
Geniaal ontwerp – absolute misser
Foto: Willem Visser – TXTPRO*nl

De jaren zestig: sigaarvormige bolides

Eigenlijk was de Formule 1 na de Tweede Wereldoorlog een tamelijk ongeorganiseerde bende. Natuurlijk bestonden er regels en voorschriften. Maar die reglementen waren geen tot op de tiende millimeter voorgeschreven en in beton gegoten dwangbuis.

HillGraham19690801Lotus-Nordkehre

De in de jaren zestig dominante sigaarvormige bolide: Graham Hill in de Lotus 49
Foto: Lothar Spurzem (bron: de.wikipedia)

Toegegeven, ook in de zestiger jaren leken alle formule 1-wagens op elkaar. Kenmerkend waren de sigaarvormige bolides met radiatoren in de neus, benzinetanks in de flanken en achter de rug van de coureur en de motoren open en bloot, vastgeklonken aan het monocoque.
Er was, vanwege de relatief minder krachtige motoren, weinig noodzaak om al te veel werk te maken van aerodynamica. De sigaarvorm voldeed prima in een tijdperk waarin de nadruk lag op ‘mechanische grip’ (d.w.z. de manier waarop chassis, motor, ophanging en banden met elkaar zorgden dat de wagen zo snel mogelijk door de bochten ging). Racewagens zagen er zo uit, omdat het binnen de technische mogelijkheden van die tijd gewoon de beste vorm was.
Naarmate motoren krachtiger werden (in 1966 gemiddeld 290 pk; in 1970 al 430 pk) volstond dit concept echter niet meer. Vandaar de noodzaak steeds bredere banden en vleugels te gebruiken om het vermogen van de wagens op de weg te krijgen en te houden.

Het stond in die zestiger (en zeventiger) jaren iedereen vrij om zelf een formule 1-wagen te bouwen, een team op te richten en zich in te schrijven voor een grand prix. Het was het tijdperk van de doe-het-zelvers. Wilde je één wagen inzetten? Prima! Zes? Ook goed. Acht, twaalf of zestien cilinders? Geen probleem.
Zolang de motorinhoud maar niet meer dan drie liter was.
Kom daar maar eens om in de huidige Formule 1.

Lotus 72: a star is born

Kenmerkten de zestiger jaren zich door gelijkvormigheid; de jaren zeventig gingen de geschiedenis in met een ongekende verscheidenheid aan technische innovaties en creatieve ideeën die de eenvormigheid radicaal doorbraken. Niet dat al die ideeën slaagden. Het was in hoge mate een kwestie van gissen en missen.
Begrip van aerodynamica stond in de kinderschoenen, computers waren nog een ver-van-ieders-bed-show en testen in de windtunnel was buitengewoon kostbaar. Bij gebrek aan middelen om onderzoek te doen, was het ontwerpen vooral een kwestie van nattevingerwerk. Lees verder

Geplaatst in geschiedenis, ontwerpen | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

SCHILDERIJ vd MAAND 19/02

Onder de titel ‘Schilderij van de Maand‘ zet BEELDTAALBLOG maandelijks een schilderij in de etalage om daarmee een virtuele galerie samen te stellen. Het gaat vaak om schilderijen die onder de radar van de ‘grote’ kunstgeschiedenis zijn gebleven; minder bekende meesterwerken die de moeite van het bekijken echter meer dan waard zijn.

singer sargent carnation_lily_lily_rose_b

John Singer Sargent (1856 – 1925)
Carnation, Lily, Lily, Rose (1886)
Olieverf op doel (174 x 154 cm)
Tate Britain, Londen

Van mijn bezoek ergens in de tachtiger jaren aan wat destijds nog de Tate Gallery heette, staat me niet erg veel meer bij. Dit schilderij van de voor mij destijds onbekende schilder John Singer Sargent, ben ik echter niet vergeten.
De kleur en de avondlijke sfeer van het doek maakten destijds indruk. Het is een soort miniatuurversie van de tuin van Eden zonder de verraderlijke slang die op de loer ligt om Eva te verleiden met de beroemde appel. Integendeel; de avond valt en temidden van een overdaad aan bloemen zien we twee meisjes die helemaal op lijken te gaan in het aansteken van de lantaarns.
Het is de verbeelding van kinderlijke onschuld in een arcadische omgeving. Er is geen idee van diepte of ruimte; de meisjes staan in een afgesloten wereld. Het kind-zijn wordt nog eens versterkt doordat wij als toeschouwers op hen neerkijken

Wie was deze Sargent?
Hij was geboren in Florence uit Amerikaanse ouders. Het grootste deel van zijn leven woonde hij in Europa. Zijn opleiding kreeg hij in Parijs. Hij zou vooral bekend worden als portretschilder van de rijken en superrijken van zijn tijd. Een societyschilder dus. Later zou hij zich meer gaan toeleggen op het schilderen landschappen.
Gedurende zijn leven zou hij ruim 900 olieverfschilderijen maken en 2000 aquarellen nalaten. En dan hebben we het nog niet over het ontelbare aantal tekeningen.

Sargent profileerde zich met een ongekende technische vaardigheid. Dat leverde hem overigens de nodige kritiek op. Volgens sommigen was hij niet meer dan een behendig en opprvlakkig illustrator. De filosoof en kunstcriticus Lewis Mumford heeft het zelfs over zijn virtuositeit ‘that cannot conceal the essential emptiness of Sargent’s mind.’ In de loop van de jaren zestig van de vorige eeuw is deze kritiek geluwd.
In het universum van Andy Warhol paste de stijl van Sargent wel. Volgens hem maakte Sargent ‘everybody look glamorous. Taller. Thinner. But they all have mood, every one of them has a different mood.

Hoe kwam het schilderij tot stand?
Sargent leefde in de tijd van de impressionisten. Hij was goed bevriend met Claude Monet en schilderde zijn landschappen, net als de impressionisten, in de buitenlucht. Toch was hij geen impressionist pur sang. In Engeland kwam hij ook in contact met de Prerafaëlitische schilders die zich die zich net als de impressionisten afzetten tegen de heersende academische kunst, maar daar andere stijlmiddelen voor toepasten. Hun kleurgebruik was uitgesproken, maar in hun onderwerpkeuze bedienden ze zich van symboliek, niet zelden met een morele boodschap. Vaak hadden de onderwerpen hun wortels in de romantiek.

Tijdens een avondlijke boottocht over de Theems zag Sargent in tuinen langs de oever Chinese lantaarns branden en hij besloot er een schilderij van te maken. De modellen waren de dochters van de illustrator Frederick Barnard.
Het schilderij is gemaakt in de zomer van 1886.
Sargent hield vast aan het schilderen in ‘plein air’ van de impressionisten. Iedere avond had hij slechts een paar minuten waarin het licht geschikt was  om aan het doek te werken. Hij zorgde dat alles gereed stond en als het licht precies goed was, werden de meisjes opgetrommeld die een paar minuten hun pose aan moesten nemen. Sargent bracht snel een paar toetsen aan en zo vorderde het schilderij dag na dag, avond na avond.

Natuurlijk had hij ook schetsen gemaakt van de meisjes, zodat hij niet alleen afhankelijk was van de schaarse minuten in het avondlicht.

polly en dorothy

John Singer Sargent (1856 – 1925)
Schets van Dorothy Barnard (l)
Potlood op papier (25 x 21 cm)
Schets van Polly Barnard (r)
Potlood op papier (28 x 24 cm)
Tate Britain, Londen

Ook in deze schetsen laat Sargent zijn virtuositeit en trefzekerheid  zien. Kijk maar eens naar de manier waarop hij de potloodlijnen neerzet of het profiel van de meisjes benadrukt: nergens ook maar een aarzeling.

De titel is ontleend aan een lied van de componist Joseph Mazzinghi. Sargent en zijn vrienden zongen regelmatig ‘Ye Shepherds Tell Me’ met daarin de tekst: ‘A wreath around her head, around her head she wore, Carnation, lily, lily, rose’.

Geplaatst in beeldende kunst, licht, ruimte, schilderij vd maand | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

MARKERINGEN IN DE RUIMTE

Iets afwijkends valt meteen op, maar aan het vertrouwde alledaagse gaan we meestal achteloos voorbij. Een eenzame boom of rots in een landschap trekt de aandacht. Het creëert een tegenstelling. Het markeert de ruimte en wordt daardoor een bijzondere plek.
Daaraan kan men desgewenst een mythische betekenis geven: immers de natuur of een hogere macht heeft zo’n teken ‘natuurlijk’ niet voor niets neergezet. Er moet ter plekke wel iets bijzonders aan de hand zijn.

Daarmee krijgt het al snel het etiket ‘heilige plek’ opgeplakt. Op zo’n heilige plek zal men, enigszins opgewonden, al snel ontvankelijker zijn voor bepaalde gewaarwordingen. Dat versterkt dan weer het bijzondere karakter.
Omgekeerd of aanvullend kan men een plek markeren door een grote steen overeind te zetten, een (totem)paal in de grond te slaan of een speciale boom te planten op een open plek in het bos. Ook kan men rondom een bijzondere boom alles kappen, waardoor deze extra benadrukt wordt.

stonehenge_total
Stonehenge (bron: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Stonehenge_Total.jpg)

Zo ontstonden misschien plaatsen als Stonehenge en de 1000-jarige eiken* waaronder de stamoudsten rechtspraken. Een stap verder en we komen uit bij tempels, moskeeën en kathedralen die op speciale en heilig geachte plaatsten zijn gebouwd. Nog een stap verder en we bestormen de hemel met wolkenkrabbers.

Mensen zoeken altijd naar de overtreffende trap. Mensen plaatsen altijd markeringen in de ruimte. Deze markeringen zijn oriëntatiepunten. Dat gold ongetwijfeld voor onze verre voorouders die het zonder papieren landkaart of TomTom moesten stellen.
Zo verwerkten de Australische aboriginals hun topografische kaarten in liederen. Hiermee oriënteerden zij zich in het landschap en markeerden zij voedsel- en waterplaatsen. Alleen wie de liederen van buiten kende, was in staat de lange voettochten door de droge, dorre binnenlanden van Australië te overleven.

Oriëntatie betekent letterlijk: kijken waar zich precies het oosten (oriens) bevindt. Wie weet waar de zon opgaat weet tegelijk waar men zich in de ruimte bevindt. Dan weet je ook in welke richting je moet bidden, of waar het altaar van een kerk moet staan.

Is het een erg boude bewering als ik stel dat er achter alle religieuze en mystieke inspiratie een misschien wel heel eenvoudige en psychologische drijfveer schuilgaat: de menselijke behoefte om je plek te kennen?

* Over 1000-jarige eiken gesproken: één van de oudste en bekendste bomen in Nederland is de zomereik die bij Tubbergen in Twente staat, de zogeheten Kroezeboom. Letterlijk betekent dit kruisboom. Er zijn meer bomen in Nederland met deze aanduiding. Ze werden gebruikt als plaats waar rechtgesproken werd, als heilige plaats of als grensmarkering.

634px-kroezeboom_fleringer_es
Kroezeboom bij Tubbergen
(bron: https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Kroezeboom_Fleringer_Es.jpg)

De leeftijd van deze boom wordt geschat op 400 – 500 jaar. De stamomvang bedraag 725 cm. Een Kroezeboom schijnt een teken van gerechtheid te zijn geweest met een belangrijke symbolische waarde. Volgens informatie verstrekt door het Meertens Instituut stond hier in de 16e en 17e eeuw een veldkapelletje, een ‘hilligen huesken’. Onbekend is welke heilige hier werd vereerd. Hoewel het kapelletje in de loop van de 17e eeuw schijnt te zijn afgebroken, bleef het Katholieke kerkvolk in deze periode van de Reformatie (1632 – 1732) hier naar toe trekken, om er in het geheim eucharistievieringen te houden.

Geplaatst in cultuur, geschiedenis, landschap, psychologie, ruimte, waarneming | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

DE MÜLLER-LYER-ILLUSIE

Visuele illusies zijn de geheide succesnummers van de waarnemingspsychologie. Altijd goed voor vermaak en verbazing onder het hooggeëerd publiek. Hoe dat komt? Waarschijnlijk omdat onze beleving van de alledaagse realiteit zo volkomen vanzelfsprekend lijkt. Pas als we merken dat er verschil is tussen een voorwerp in de buitenwereld en onze waarneming daarvan, beseffen we dat ogen geen mechanisch doorgeefluik zijn die een honderd procent gegarandeerde replica van de omgeving produceren.

Een illusie die heel wat tongen in beweging heeft gebracht is de Müller-Lyer-illusie, genoemd naar de ontdekker ervan, de Duitse psychiater F.C. Müller-Lyer.

muller1

We zien twee verticale lijnstukken waarvan de uiteinden bestaan uit naar buiten en naar binnen gerichte pijlpunten. Het lijkt alsof het linkerlijnstuk korter is. Wie ze nameet, zal echter bemerken dat ze even groot zijn.

Aanvankelijk dacht men dat men dit kon verklaren door culturele factoren: wij (dat wil zeggen ‘westerlingen’) zijn geneigd de uiteinden van de lijnstukken met de pijlpunten te interpreteren als perspectiefaanduidingen. De hoeken van de naar beneden gerichte pijlpunten beschouwen we daarbij als hoeken van de buitenkant en de naar boven gerichte pijlpunten als de binnenkant van een voorwerp.

We kunnen dat als volgt illustreren:

muller_lyer_gregory2

Deze theorie vond ondersteuning door onderzoek in Zuid-Afrika onder Zoeloes. Zij bleken niet, althans veel minder, vatbaar voor de illusie. Zij leven namelijk in een natuurlijke omgeving waarin vrijwel geen rechte lijnen en hoeken voorkomen. Om die reden zouden zij minder gewend zijn diepte in te schatten op basis van dergelijke perspectiefaanwijzingen.

Probleem daarmee opgelost? Verklaring aangenomen?
Niet helemaal, want uit later onderzoek bleek dat de verschillen aanzienlijk minder groot waren tussen Zoeloes en blanke Zuid-Afrikanen dan aanvankelijk werd beweerd. Daarnaast kennen ook Zoeloes rechte lijnen en scherpe hoeken.
Een keiharde verklaring? Niet echt dus!

Kantelen we de lijnen, dan gaat de illusie trouwens nog steeds op en verliest het perspectiefverhaal aan kracht:

muller2

Dit alles doet vermoeden dat er (ook) andere verklaringen bestaan.
Zo weten we dat de illusie in de hersenen wordt gecreëerd. Dit blijkt uit het feit dat wanneer iemand met het linkeroog naar de ene lijn kijkt en met het rechteroog naar de andere lijn, de illusie nog steeds bestaat. De oorzaak ligt dus niet in de beelden op het netvlies, maar de verwerking door het brein.

eyemove

Een andere verklaring gaat uit van oogbewegingen. Het rechterlijnstuk ervaren we als korter, omdat we bij de waarneming ervan een soort U-bocht maken. Daardoor lijkt het kleiner. Bij het linkerlijnstuk gebeurt het omgekeerde, waardoor het langer lijkt.

Misschien kunnen we daar begrippen als geslotenheid en openheid (of compressie en expansie) bij gebruiken.
Vergelijk dat maar met de figuren hieronder.

muller-4  muller-3

Overigens is dit een wel bijzonder interessante demonstratie van de illusie:

muller_lyer_waves_s
https://www.giannisarcone.com/wp/wp-content/uploads/2017/10/Muller_Lyer_waves_S.gif, by G. Sarcone. Read more at: https://www.giannisarcone.com/Muller_lyer_illusion.html#
Courtesy, Gianni A. Sarcone – © G. Sarcone, all rights reserved, www.giannisarcone.com
Geplaatst in cultuur, grootte, onderzoek, psychologie, visuele illusie, waarneming | Tags: , , , , , | 1 reactie

SCHILDERIJ vd MAAND 19/01

Onder de titel ‘Schilderij van de Maand‘ zet BEELDTAALBLOG maandelijks een schilderij in de etalage om daarmee een virtuele galerie samen te stellen. Het gaat dan ook vaak om schilderijen die onder de radar van de ‘grote’ kunstgeschiedenis zijn gebleven; minder bekende meesterwerken die de moeite van het bekijken echter meer dan waard zijn.

Vallotton 1

Félix Vallotton (1865 – 1925)
Honfleur in de mist (1911)
Olieverf op doek (82 x 88 cm)
Musée des Beaux-Arts, Nancy

Er zijn schilders die de schilderijen maakten die je eigenlijk zelf gemaakt zou willen hebben. Neem Félix Vallotton (1865 – 1925) en ‘Honfleur in de mist’ uit 1911. We kijken vanaf een heuvel op het stadje aan de monding van de Seine tegenover Le Havre. Honfleur heeft een schilderachtige haven die door heel wat schilders vereeuwigd is. Maar Vallotton heeft een heel andere invalshoek. Hij laat ons de daken zien, bijna een plattegrond. Tussen de contrastrijke bosschages door merken we niets van menselijke activiteit, vissersschepen of de drukte op de kades. Naar de horizon toe gaat alles over in een blauwgrijs waas. We kennen allemaal de stilte die komt met de mist. Vallotton schildert een heel stil schilderij. Een windstil schilderij, zo lijkt het.

De van oorsprong Zwitserse Vallotton (in 1900 laat hij zich naturaliseren tot Fransman) zou vooral beroemd worden met zijn houtsneden. Hij werd al vroeg in zijn carrière gegrepen door de Japanse prentkunst. Vooral de eenvoud en directheid spreken hem aan. Die prentkunst was behoorlijk in zwang en het Parijs aan het eind van de 19e eeuw. Vallotton gebruikt die directe en eenvoudige manier van werken ook in zijn schilderijen. Ze lijken vlot, welhaast zonder moeite of bedenking geschilderd.

Aanvankelijk staat hij onder invloed van Gauguin en sluit zich aan bij Les Nabis, een post-impressionistische groep die o.a. bestaat uit Eduard Vuillard, Pierre Bonnard en Maurice Dennis. Hun nadruk ligt op gevoel en emotie, waarmee ze zich onderscheidden van de impressionisten die vooral op neutrale wijze het vluchtige moment wensten vast te leggen.
Je zou kunnen zeggen dat Vallotton in zijn schilderij van Honfleur een soort synthese heeft bereikt tussen beide interpretaties. Toch gaat het hem niet primair om het vastleggen van een vluchtig moment, daarvoor is het werk te monumentaal (ondanks het bescheiden formaat).
Van een windstil moment maakt hij een eeuwigheid.

Félix_Vallotton,_1899_-_Femme_couchée_dormant

Félix Vallotton (1865 – 1925)
Slapende vrouw (1899)
Olieverf op doek (56,5 x 76 cm)
Particuliere collectie

Hij combineert ook decoratieve elementen en versieringen met een robuuste werkwijze. Een treffend voorbeeld is het prachtige schilderij van een slapende vrouw. Hier zijn we mijlenver verwijderd van het vluchtige impressionistische moment of de heftige gevoelsontladingen van het expressionisme.

Dit werk sluit nauw aan bij Weense schilders en tijdgenoten als Gustave Klimt en Ferdinand Hodler. Met Klimt deelt hij de liefde voor decoratieve elementen. Met Hodler deelt hij de ‘eenvoudige’, kloeke manier van het schilderen van landschappen.
Tegelijk loopt Vallotton vooruit op de schilders van de nieuwe zakelijkheid en het magisch realisme.

Geplaatst in beeldende kunst, kleur, landschap, licht, schilderij vd maand | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

KLEUR & EMOTIE

Welke kleuren associëren mensen met uiteenlopende begrippen en emoties? Ik heb daar enkele jaren geleden onderzoek naar gedaan.
De resultaten staan kort samengevat in onderstaande infographic.

kleur-en-emotie

Geplaatst in emotie, infographic, kleur, onderzoek | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

HET LANDSCHAP IN DE SCHILDERKUNST

Waar denken we aan bij ‘landschap’?
Volgens het onderzoek van ‘Dutch Word Associations‘ roept het woord ‘landschap’ (in volgorde van sterkte) de volgende associaties op:

  • natuur
  • mooi
  • groen
  • bomen
  • uitzicht
  • bergen
  • zee
  • rust
  • panorama

Landschap roept dus niet automatisch ‘schilderij’ op.
Omgekeerd gebeurt dat wel, maar die koppeling is niet zo erg sterk. Een woord als ‘portret’ brengen we juist wel sterk in verband met ‘foto’ en ‘schilderij’. En bij het kernwoord ‘abstract’ scoren ‘kunst’ en vervolgens ‘schilderij’ ook erg hoog.
‘Stilleven’ komt niet voor in de lijst met kernbegrippen, evenmin als ‘interieur’.

Ik heb geen verklaring voor het ontbreken van de associatie tussen landschap en schilderij (of kunst) en het volop aanwezig zijn ervan bij portret. Misschien is voor onze perceptie ‘landschap’ een breder begrip dan ‘portret’.
Een landschap is er nu eenmaal, los van de vraag of het kunst kan zijn, terwijl je voor een portret echt moet gaan poseren. Dat roept ook eerder het beeld op van een atelier of fotostudio en het eindresultaat in de vorm van een foto of schilderij.

Landschap als zelfstandig schilderkunstig genre bestaat (in Europa althans) sinds ongeveer 1500. Het had tot in de 19e eeuw overigens geen geweldige status. Wie als schilder serieus genomen wilde worden, hield zich vooral bezig met het historische schilderwerk; dus de grote en imposante werken die verhaalden over grootse overwinningen uit heden en verleden, bijbelse taferelen en mythologische thema’s. Dat daar op de achtergrond een landschapje in figureerde was leuk, maar diende alleen maar om de hoofdfiguren in een ruimte te plaatsen.

Omstreeks 1535, heeft ergens in Zuid-Duitsland de schilder Albrecht Altdorfer ons het eerste bekende zelfstandige landschap uit de nieuwe tijd nagelaten. Over Altdorfer is overigens niet veel bekend. Hij was een tijdgenoot van Albrecht Dürer. En naast schilder was hij ook bekend als etser en architect. Verder weten we dat hij een prominent raadslid in Regensburg was.

Albrecht_Altdorfer_Landschap

Albrecht Altdorfer (1480 – 1538)
Donaulandschaft bei Regensburg mit dem Scheuchenberg (1528)
Olieverf op paneel (30 x 22 cm)
Alte Pinakothek, München

Ik schrijf met opzet ‘uit de nieuwe tijd’, omdat er in de klassieke Griekse en Romeinse schilderkunst wel degelijk een traditie was van het schilderen van landschappen. Die is in de donkere middeleeuwen verloren gegaan en pas rond de tijd van Altdorfer weer opgekomen.

In Oost-Azië is het landschap gedurende de hele geschiedenis een belangrijk (en gerespecteerd) genre geweest, waarin het spirituele aspect een grote rol speelde. Bij ‘ons’ zou daar pas weer sprake van zijn tijdens de Romantiek, als het landschap gaat figureren als een bezielde entiteit en de schilder als een soort ‘ziener’ uitdrukking tracht te geven aan die diepere betekenis.

Ik hoef alleen maar de naam Caspar David Friedrich (1774 – 1840) te laten vallen en onderstaand schilderij te laten zien en u weet wat ik bedoel. Opvallend dat de schilder zijn personage vanaf een verheven standpunt óp het landschap laat neerkijken en dat de licht aflopende hellingen ter linker- en rechterzijde precies op de plek van zijn hart lijken samen te komen.

Caspar_David_Friedrich_032_(The_wanderer_above_the_sea_of_fog)

Caspar David Friedrich (1774 – 1840)
Der Wanderer über dem Nebelmeer (1818)
Olieverf op doek (98 x 74 cm)
Kunsthalle, Hamburg

Waarschijnlijk te opvallend om louter toevallig te zijn.

Geplaatst in beeldende kunst, geschiedenis, landschap, taal | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen