BEELDTAAL

BEELDTAALBLOG is een project van Willem Visser, (SEO)tekstschrijver, beeldend kunstenaar, (waarnemings)psycholoog en ontwerper van infographics. ‘Beeldtaal’ is te omschrijven als overdracht van gedachten waarbij geschreven – of gesproken taal geheel of gedeeltelijk vervangen is door beelden.
Op de hoogte blijven? Volg ons op Twitter: https://twitter.com/TXTPROnl
Meer weten? Neem vrijblijvend contact op: txtpro@kpnmail.nl
Of kijk op de website van TXTPRO*nl

Advertenties
Geplaatst in introductie

SCHILDERIJ vd MAAND 18/11

Onder de titel ‘Schilderij van de Maand‘ zet BEELDTAALBLOG maandelijks een schilderij in de etalage om daarmee een virtuele galerie samen te stellen. Het gaat dan ook vaak om schilderijen die onder de radar van de ‘grote’ kunstgeschiedenis zijn gebleven; minder bekende meesterwerken die de moeite van het bekijken echter meer dan waard zijn.

Schimmel - Untitled

Ronald Schimmel (1954)
Untitled (2008)
Acrylic on canvas (170 x 200 cm)

De afgelopen week stond in het teken van wat ik, voor het gemak, maar benoem als abstracte of kinetische kunst. In de Rotterdamse Kunsthal stond dat laatste centraal en van 25 t/m 27 oktober liet Daan Roosgaarde in het Museumpark naast de Kunsthal zijn ‘Waterlicht’ schijnen.

Ik heb een wat moeizame verhouding tot abstracte of geometrische kunst. Vaak vind ik het nogal decoratief of vrijblijvend. Ik hou gewoon van mooie plaatjes, verlies mij graag in penseelvoering en een mooi verfoppervlak. Maar ‘Waterlicht’ vond ik bijzonder sfeervol. En de kinetische kunst in de Kunsthal bleek een prettige mix van kermis met lachspiegels en lichteffecten en beeldende kunst.

Vandaar mijn keuze voor een schilderij van Ronald Schimmel als ‘Schilderij van de Maand.’ Ik maakte in 2006 voor het eerst kennis met zijn schilderijen in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam.
Daar was een wandschildering getiteld ‘Blind Spot’ te zien.
Ook hier speelde mijn eigen blinde vlek voor abstracte kunst op, maar het werk bleef me wel intrigeren. Na enige tijd begon me te dagen wat de schilder beoogde. Wie langer kijkt, bemerkt dat het beeld voortdurend verandert. Er ontstaan witte nabeelden van de zwarte cirkels die over het doek gaan zweven. Het lijkt op den duur alsof die nabeelden zich vermenigvuldigen, terwijl kleuren veranderen in hun complement. Er is geen moment dat we het schilderij zien zoals het ‘echt’ is.

Daardoor ontstaat een filosofische vraag: hoe ziet het échte schilderij er eigenlijk uit?

Schimmel zelf over dit proces:

De lichtgevoelige receptoren in het netvlies geven signalen af die even later doven. Het beeld gloeit echter nog na op het netvlies en op dat moment ontstaat het tegendeel van de oorspronkelijke impuls. Het gezichtsvermogen stelt de mens in staat om het totaal van de mogelijkheden te zien, hoe complex dat ook lijkt. Beeld en tegenbeeld komen daarin samen.

Lees hier meer over het werk van Ronald Schimmel.

Om dit te vertalen naar de alledaagse praktijk, koppel ik dit schilderij van de maand aan een fascinerende visuele illusie. Ook hieruit blijkt dat je je ogen niet altijd moet geloven. Want hoewel we kijken met onze ogen, vindt de waarneming uiteindelijke plaats in onze hersenen. En wat we zien hoeft niet overeen te komen met wat er (‘objectief’ gezien) te zien is.

In onderstaande video zie je een afbeelding in oranje en blauw. Je wordt gevraagd hier enige tijd geconcentreerd naar te staren. Vervolgens verschijnt er een zwart-witbeeld en dan…
ik verklap verder niets.

Geplaatst in beeldende kunst, kleur, schilderij vd maand, visuele illusie, waarneming | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

WATERLICHT

Na ‘Het blauw van overzee‘ lijkt ‘Waterlicht’ van Daan Roosgaarde, zoals 25 oktober te zien was in het Museumpark te Rotterdam, bijna een logisch vervolg.
Hierbij een korte impressie:

En nu we toch bezig zijn: in de Kunsthal, aan datzelfde Museumpark, is de expositie ‘ACTIE <-> REACTIE – 100 jaar kinetische kunst’ te zien. Daarom hierbij nog een kort filmpje van een werk van Julio Le Parc uit 1966:

Geplaatst in beeldende kunst, kleur, licht | Tags: , , , , , , | 1 reactie

KLEURVERHALEN: BLAUW VAN OVERZEE

ultramarijn

Ultra mare, ook wel bekend als ultramarijn, is het ‘blauw van overzee’. Gemaakt van het halfedelsteen lapis lazuli (‘blauwe steen’ in het Latijn) kent het een lange geschiedenis in de beeldende kunst. Het fijngemalen poeder levert het pigment waarmee de verf wordt gemaakt. De beste stenen vinden we in Afghanistan. Ze komen uit het gebied van de Centraal-Afghaanse provincie Bamiyan.
Hier stonden ook de Boeddhabeelden die de Taliban in 2001 opblies.

Marco Polo bezocht het gebied in 1271 en legde de weg open voor handel van de stenen naar Venetië. Eeuwenlang was de stadstaat de belangrijkste invoerhaven. Reden waarom ultramarijn in eerste instantie vooral in de Italiaanse schilderkunst een veelgebruikt pigment was. Het drong slechts mondjesmaat tot de noordelijke streken van Europa door.

lapis lazuli

lapis lazuli

In 2000 bezocht schrijfster Victoria Finlay* een mijn in Afghanistan. Terwijl ze afdaalde in de schacht, overdacht ze de rijke geschiedenis van de kleur:

The first few hundred meters of the shaft were blackened with soot from fires lit a hunderd years ago: then the whole place would have been perfumed with the scent of burning furze.
As we walked, I imagined where the rock from each section might have found its ultimate resting place. The first 20 meters would have given the stones to Egyptian tombs; a little later was where the Bamiyan Buddhas got their haloes. Early on in the blackened section was a little side passage, the contents of which may have gone to Armenia for twelfth-century illuminated Bibles. A few steps later was where Titiaan may have got his sky from; farther on was Hogarth’s blue, and Rubens’s and Poussin’s: a whole art history in one little pathway.

Duurder dan goud

Dat ultramarijn een geliefde kleur is, zal niemand verbazen. Het is onvoorstelbaar intens en geweldig lichtecht. Daarbij is het uitgesproken blauw. De meeste blauwe pigmenten hebben een groenzweem, of bleken toch niet lichtecht.
Er zat wel een prijskaartje aan al deze goede eigenschappen. Het kwam van ver en het bewerken van lapis lazuli tot blauw pigment was bepaald geen sinecure. Om 2 à 3 gram ultramarijn te produceren was ruim 100 gram lapis lazuli nodig.
Niet verrassend dat het goedje bijzonder prijzig was.
Om die reden gebruikten schilders het alleen voor blauwen waarvoor de allerhoogste kwaliteit nodig was, zoals de mantel van Maria. Meestal diende het goedkopere azuriet als onderschildering om de kosten enigszins binnen de perken te houden. In de 16e en 17e eeuw werd azuriet echter schaars. Gevolg was dat de prijzen voor ultramarijn de pan uitrezen. Het was zelfs duurder dan goud.

Blauw en de verering van Maria

Opdrachtgevers zagen er streng op toe, dat kunstenaars niet sjoemelden met het goedje. Het gebruik van de kleur werd streng vastgelegd in een contract. Opdrachtgevers wilden immers wel goede sier maken door hun godvruchtigheid en goedgevendheid te etaleren. Ze wilden laten zien dat ze niet op een florijn keken bij de aanschaf van ultramarijn. Maar het moest natuurlijk niet te dol worden. Desnoods kochten ze eerst zelf het pigmentpoeder in en verstrekten dit vervolgens mondjesmaat aan hun schilders. Zo konden ze nauwgezet toezicht houden op het gebruik.

De introductie van ultramarijn in het westen viel tijdens de renaissance samen met een groeiende verering van de Maagd Maria. Vanaf 1400 beeldden steeds meer kunstenaars Maria af met een blauwe mantel als

a material sign of their esteem and her divinity. Giovanni Battista Salvi da Sassoferrato’s The Virgin at Prayer (1640 – 50) seems as much a tribute to ultramarine in all its intensely midnight beauty, as to Mary. While she sits, head modestly bent so her eyes find the floor, it is the thick, creamy folds of her blue cloak that capture the viewer’s gaze.**

sassoferrato - ultramarijn

Giovanni Battista Salvi da Sassoferrato (1609 -1685)
De maagd in gebed (1640 – 1650)
Olieverf op doek (73 x 58 cm)
National Gallery, Londen

Het probleem met blauw

Blauw was tot het eind van de achttiende eeuw een problematische kleur. Schilders hadden een beperkte keuze: als alternatief voor het peperdure ultramarijn was er indigo, maar dit was veel minder betrouwbaar en bovendien niet helder. Rond 1750 was er Pruisisch blauw bijgekomen, maar deze kleur bleek niet voldoende lichtecht en neigde naar groen. Menging met rood gaf geen zuiver violet.

Aan het begin van de negentiende eeuw verscheen het stabiele en heldere kobaltblauw. Nadeel was echter dat deze kleur ook naar groen zweemt en evenmin goedkoop was. Waar schilders op zaten te wachten was een kleur die leek op ultramarijn, maar minder duur.

Nu had de Duitse schrijver, wetenschapper en natuuronderzoeker Goethe ontdekt dat zich spontaan een op ultramarijn lijkende blauwe stof vormde in kalkovens bij Palermo. Later werden deze blauwe afzettingen ook waargenomen in de glasfabriek van Saint Gobain. Dit was een reden voor de Société pour l’Encouragement d’Industrie om in 1824 een prijsvraag uit te schrijven voor de ontwikkeling van synthetisch ultramarijn.
In 1826 ging de Franse chemicus Jean Baptiste Guimet met dit bedrag aan de haal en komt de productie van een intens synthetisch blauw dat bovendien bijzonder lichtecht was (en nog eens 2.500 x goedkoper dan de Afghaanse variant!) op gang.

In ‘De korte geschiedenis van een kleur’ heb ik, aan de hand van het schilderij ‘Les Parapluies’ van Renoir, geschreven over de geschiedenis van dit synthetische ultramarijn.

Renoir Les Parapluies

Pierre-August Renoir (1841 – 1919)
Les Parapluies (1880 – 1885)
Olieverf op doek (180 x 115 cm)
National Gallery, Londen

Ik zal u niet lastig vallen met de chemische samenstelling van de nieuwe kleur. Feit is dat vanaf het midden van de negentiende eeuw de ontwikkeling van nieuwe, heldere en bijzonder lichtechte synthetische kleuren een enorme vlucht nam. Dit resulteerde in een schilderkunst die haar gelijke in kleurrijkheid niet kende. We hebben er onder andere de revolutie van het impressionisme (en later het expressionisme) aan te danken.

International Klein Blue

Hiermee is het verhaal over ultramarijn nog niet helemaal verteld. Want met de ontwikkeling van synthetische kleurstoffen ontstond een geïndustrialiseerde productie van verf. Bovendien was dit de tijd van de  opkomst van fotografie en film.
De oorspronkelijke ‘raison d’être’ van de schilderkunst, een interpretatie geven van de werkelijkheid, raakte daardoor steeds verder op de achtergrond. Dit veranderde de focus van de schilderkunst. Kleur, textuur, materiaal, de verf zelf; kortom alles kon nu een aanleiding zijn om een kunstwerk te maken.

De Franse kunstenaar Yves Klein (1928 – 1962) staat bekend om zijn grote monochroom blauwe werken, waarvoor hij een ultramarijn blauwe kleurstof gebruikte. Voor Klein was de beeldende gevoeligheid van het blauw zo intens dat hij het over de wereld wilde verspreiden. Vanaf dat moment spreken we van de blauwe revolutie. Hij ondernam tal van projecten in publieke ruimtes. Yves Klein patenteerde zijn ultramarijnpigment internationaal als International Klein Blue ofwel IKB.

YvesKlein.Schwammrelief

Een voorbeeld van zijn monochrome ultramarijn blauwe werk is te vinden in het muziektheater in het Duitse Gelsenkirchen. Onnodig te vermelden, dat dit werk alleen mogelijk was dankzij de ‘uitvinding’ van het synthetische ultramarijn. Die kwam natuurlijk allang niet meer van ‘ultra mare’, maar ‘gewoon’ – met emmers tegelijk – uit de fabriek.

Victoria Finlay – Color / Random House – New York (2002)
** Kassia St Clair – The secret lives of colour / John Murray – London (2016)

Meer kleurverhalen:

Geplaatst in beeldende kunst, geschiedenis, kleur, kleurverhaal | Tags: , , , , , , , , , | 1 reactie

DRIE KLEURILLUSIES

1

kleurillusie

Op een ondergrond met een kleurverloop van geel naar blauw heb ik twee sterren getekend. De kleur hiervan komt overeen met de kleur precies in het midden van de ondergrond. Dit levert een kleur op die ergens tussen grijs en violet ligt.
Wat opvalt: de ster op de gele ondergrond oogt donkerder dan de ster op de blauwe ondergrond. De ster op de gele ondergrond neigt bovendien meer naar het blauw, die op de blauwe ondergrond meer naar het geel.
We noemen dit de ‘lightness illusion’ of contrastillusie. Simpel gesteld komt het er op neer, dat ons visuele brein contrasten tussen licht en versterkt. Dit is geen fout, maar eerder een aanpassing om de waarneming (ook in moeilijke lichtomstandigheden) te verbeteren.

Als we bovenstaande afbeelding ‘vertalen’ in zwart-wit, zien we het contrast in nog sterkere mate. We worden nu niet meer afgeleid door de kleurinformatie.

kleurillusie5


2

kleurillusie2

Veranderen we geel en blauw in rood en groen gebeurt hetzelfde. De kleur die precies in het midden ligt levert nu een soort bruin op. Ook hier zien we weer dat de ster op de groene ondergrond lichter lijkt. Bovendien lijkt deze roder. De ster op de rode achtergrond lijkt juist meer groen.
Wie nog steeds niet gelooft dat beide sterren dezelfde kleur hebben zie deze afbeelding. De lijn tussen de twee sterren gaat precies in het midden over in de achtergrond.

kleurillusie4

Het heeft er ook alle schijn van dat het rood lichter is als het groen. Vandaar dat de ster op de rode ondergrond donkerder lijkt.
Logisch toch?
Maar wat gebeurt er nu als ik de afbeelding hierboven vervolgens ‘vertaal’ in zwart-wit?

kleurillusie3

Geen enkel verschil meer!
Rood en groen zijn even licht of donker, zodra we ze in grijswaarden weergeven.


3

Onderstaande animatie laat zien hoe kleuren in de omgeving van invloed zijn op de waarneming. De kleur uit het midden tussen groen en rood verandert al naar gelang de achtergrondkleur en gaat ten slotte weer helemaal op in ‘zichzelf.’

Geplaatst in kleur, visuele illusie, waarneming | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

SCHILDERIJ vd MAAND 18/10

Onder de titel ‘Schilderij van de Maand‘ zet BEELDTAALBLOG maandelijks een schilderij in de etalage om daarmee een virtuele galerie samen te stellen. Het gaat dan ook vaak om schilderijen die onder de radar van de ‘grote’ kunstgeschiedenis zijn gebleven; minder bekende meesterwerken die de moeite van het bekijken echter meer dan waard zijn.

Deze keer niet een minder bekend meesterwerk, maar juist het tegendeel. ‘De Toren van Babel’ van Pieter Bruegel de Oude is een regelrechte klassieker uit de collectie van Museum Boijmans. Maar helaas, het schilderij is nog steeds op reis. Wie het museum bezoekt, moet het stellen zonder een blik te kunnen werpen op dit overweldigende paneel.
Overweldigend…
Dat is echt geen overdrijving, want wie eenmaal een blik op dit schilderij werpt, raakt vervolgens niet meer uitgekeken. Bruegel heeft op de 0,45 vierkante meter die het schilderij groot is, een ware microkosmos geschapen. Ruim duizend figuranten zijn in, op en rond de toren bezig aan het imposante bouwwerk.
Daarmee logenstraft hij iedereen die van mening is dat oude meesters saai zouden zijn.

Bruegel toren

Pieter Bruegel de Oude (ong. 1520 – 1569)
De toren van Babel (omstreeks 1563)
Olieverf op paneel (59,9 x 74,6 cm)
Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam

Pieter Bruegel de Oude, ook wel de ‘Boerenbreughel’ genoemd vanwege zijn plattelandstaferelen, heeft amper tien jaar intensief geschilderd en men vermoedt dat hij in die tijd maar een vijftigtal werken heeft gemaakt. Deze zijn alle wel van uitzonderlijke kwaliteit. Twee zonen volgden in zijn voetsporen, Pieter Brueghel de Jonge (de Helse Brueghel) en Jan Brueghel de Oude (de Fluwelen Brueghel).
Bruegel is ongetwijfeld de meest volledige landschapsschilder van zijn tijd; niemand anders schilderde de natuur, in de loop van de seizoenen, zo natuurlijk, krachtig, precies en veelzijdig.

Het verhaal van de toren van Babel is ontleend aan de Bijbel en te lezen in Genesis. De bouwers hadden het ideaalbeeld voor ogen om de toren zo hoog te maken dat deze tot in de hemel zou moeten reiken. God was niet zo gecharmeerd van deze ambitieuze en ijdele plannen en verstoorde de bouw. Wat één volk met één taal was geweest veranderde in talrijke volkeren die zich over de wereld verspreidden en hun eigen talen gingen spreken.
Vanaf die tijd leven de verschillende volkeren in een Babylonische spraakverwarring met elkaar. Op het paneel is te zien dat de toren al zo hoog is dat hij tot in de wolken komt. Vermoedelijk heeft Bruegel het Colosseum van het oude Rome als inspiratiebron gebruikt.

De voorstelling wordt beheerst door de geweldige monumentale toren die bijna beeldvullend is en het landschap domineert. Schepen varen af en aan om bouwmateriaal aan te voeren. Rond de toren is het drukte van belang. Naast de dominantie van de toren is er de nietigheid van de mens in de minuscule gedetailleerde registratie van menselijke bedrijvigheid, als mieren rond een mierenhoop.

detail2

Bruegels meesterschap blijkt uit zijn oog voor kleine details, kleuren en accenten. In het bovenste gedeelte van de toren is de baksteen nog helder rood, terwijl in de lagere etages de baksteen al verweerd is. Verder zien we een opvallend kleuraccent in het witte deel van de toren waar de kalk en een oranje-rood deel, waar de stenen naar omhoog gehesen worden.
Je hebt als toeschouwer geen moment het idee dat er iets in het schilderij is wat op de één of andere manier niet klopt: ieder miniem architectonisch detail, iedere stellage en elke bouwvakker vervult een rol in het geheel.

detailbaksteen

Bruegel heeft drie versies van dit onderwerp geschilderd. De eerste en grotere versie hangt in het Kunsthistorisches Museum te Wenen; een andere is verloren gegaan. Op de voorgrond van de grotere versie in Wenen zien we een aantal figuren met in hun midden een leider; sommige bronnen stellen dat dit Nimrod is die leiding gaf aan de bouw. Deze toren is lichter van toon en de nadruk ligt minder op de architectuur en mist de vele subtiele en pietepeuterige details die de Rotterdamse toren juist zo fascinerend maken.

Pieter_Bruegel_wenen

Pieter Bruegel de Oude (ong. 1520 – 1569)
De toren van Babel (omstreeks 1563)
Olieverf op paneel (114 x 155 cm)
Kunsthistorisches Museum, Wenen
Geplaatst in beeldende kunst, geschiedenis, schilderij vd maand | Tags: , | Een reactie plaatsen

OOGVERBLINDEND

Akiyoshi Kitaoka is professor psychologie aan de universiteit van Tokyo. Zijn specialisatie is visuele perceptie en visuele illusies. Mooie voorbeelden daarvan vind je op zijn website.

Van hem is ook onderstaande illusie. Het opmerkelijke hieraan is dat de cirkel in het midden oogverblindend licht is, terwijl deze toch niet verschilt van het wit elders op de afbeelding, of het wit om de afbeelding heen. Deze illusie is zelfs zo sterk, dat er mensen zijn die aangeven dat ze nauwelijks naar de witte cirkel kunnen kijken.
Ze krijgen de illusie erdoor verblind te raken.

brightness illusion

Geplaatst in licht, psychologie, visuele illusie, waarneming | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

SCHILDERIJ vd MAAND 18/09

Onder de titel ‘Schilderij van de Maand‘ zet BEELDTAALBLOG maandelijks een schilderij in de etalage om daarmee een virtuele galerie samen te stellen. Het gaat dan ook vaak om schilderijen die onder de radar van de ‘grote’ kunstgeschiedenis zijn gebleven; minder bekende meesterwerken die de moeite van het bekijken echter meer dan waard zijn.

weissenbruch 1

Hendrik Johannes Weissenbruch (1824 – 1903)
Landschap met molen bij Schiedam (1873)

Olieverf op doek (64,5 x 101 cm)
Museum Boijmans Van Beuningen – Rotterdam

Vooruit maar, de zomer loopt op z’n eind. Daarom nog een zomers tafereeltje uit de oude doos. De Haagse School om precies te zijn. Dus zo oud is het nu ook weer niet. Van het soort landschap dat we hier zien, zijn in het echt nog wat flarden over. Tussen Delft en Schiedam ligt Midden-Delfland en daar zal Weissenbruch deze molen en die koeien gezien en geschilderd hebben.

Ik kom er vaak en graag, wandelend of op de fiets en ken het gebied goed. Overal waar je nu kijkt zie je wel hoogspanningskabels, bovenleiding van het spoor Den Haag-Rotterdam en aan de horizon de hoogbouw van Delft, Schiedam of Rotterdam.
Maar die molen? Die kan ik nergens meer ontdekken.

Het schilderij wel. Dat hangt in Boijmans en daar zag ik het enige tijd terug. Een reproductie doet niet echt recht aan het origineel, maar dat is meestal zo. Wat mij telkens weer treft is het blauw van de lucht. Uitgesproken zomerblauw. Je voelt als het ware de warmte. Door de lage horizon (ongeveer tweederde van het doek bestaat uit lucht) benadrukt Weissenbruch de vlakheid van het landschap. Daardoor lijkt het ook alsof je zelf in het weiland staat tussen de koeien. Je kijkt ver weg, maar tegelijk is het landschap besloten door de bomenrijen aan de horizon.

De kleurstelling is van een uiterste eenvoud: veel blauw, een strook groen en verder grijs en wit. Met rechts, een beetje achteloos neergezet, nog een roodbruine koe die voor het nodige contrast zorgt. De compositie bestaat verder uit luie horziontalen en bij de waterkant en de molen een paar diagonalen en de de molen zelf die het beeld domineert. Het licht valt van rechtsachter. Daardoor staat de flank van de grazende koe volop in het zonnetje. Weissenbruch hanteert een opvallend, heldere schilderstijl. Bij hem gaan de vormen en kleuren niet impressionistisch in elkaar over.
Integendeel, ze lijken bijna gebeeldhouwd met licht.

weissenbruch 3

Hendrik Johannes Weissenbruch (1824 – 1903)
Zomerdag
Olieverf op paneel (19 x 31 cm)
Rijksmuseum – Amsterdam

Dat zien we ook op bovenstaand studiepaneeltje. Alles is met duidelijke, kloeke toetsen neergezet. En ook hier weer die simpele opbouw, in blauw en groen en wat grijs. In het midden een paar opvallende rode toetsen voor de daken. De horizon ligt nu wel hoger.

Verbeeld ik het me, of zie ik in het midden aan de horizon duinen? Dan zou dit landschap ergens langs de kust gesitueerd kunnen worden. Een landschap dat we trouwens nog steeds tegen kunnen komen op een zomerse fiets- of wandeltocht.

Weissenbruch geldt natuurlijk als belangrijk vertegenwoordiger van de Haagse School, die in het voetspoor van de Franse impressionisten het alledaagse leven in alledaagse taferelen wilden vastleggen. Het landschap speelde daarin een belangrijke, zeg maar dé belangrijkste rol. Onderwerpen waren vooral het platteland en natuurlijk het strand en de zee.

In 1900 trok Weissenbruch naar het bekende Franse Barbizon. Het was inmiddels 50 jaar geleden dat de schilders van Barbizon als Rousseau, Corot en Daubigny zich daar ophielden en de basis legden voor de nieuwe realistische schilderkunst die zou uitmonden in het impressionisme. Zij schilderden als eersten ‘en plein air’. In de open lucht dus, wat vooral mogelijk werd omdat de olieverf inmiddels in tubes te koop was. En hoewel de roep van Barbizon voorbij was, wilde Weissenbruch nog kennismaken met de sfeer waarin de grote voorgangers van de Haagse School hadden gewerkt. Daar ontstond het laatste van dit trio zomerlandschappen. Met het oog op het komende najaar en winter, kunnen we ons in ieder geval een beetje aan deze schilderijen verwarmen.

weissenbruch 2

Hendrik Johannes Weissenbruch (1824 – 1903)
Bosgezicht in de omgeving van Barbizon (1900 )
Olieverf op doek (48,5 x 64 cm )
Rijksmuseum – Amsterdam

Geplaatst in beeldende kunst, geschiedenis, kleur, licht, schilderij vd maand | Tags: , , | Een reactie plaatsen